AFVN

INGEZONDEN

IN DE EIGEN STAART GEBETEN

Vorige week hadden we over de vreselijke bomaanslag in Manchester kunnen schrijven, en de 22 mensen die hierbij het leven lieten. Dat hebben we niet gedaan, omdat we alleen hadden kunnen herhalen wat we ook al eerder hebben gezegd. Dat we in oorlog zijn met de politieke islam, dat islamitische terroristen veel te veel bewegingsvrijheid hebben, en dat als je je vijanden niet uitschakelt je ze een tweede keer gaat tegen komen. Al deze dingen zijn eerder aan de orde geweest, en in herhaling vallen is niet de beste manier om zaken te bestrijden die ons allemaal bedreigen. Intussen is duidelijk dat er ook een andere kant aan het Manchester verhaal zit. Een kant die precies aangeeft waarom dit soort dingen gebeuren, en waarom het altijd de gewone mensen treft.

Toen de bom in Manchester pas was afgegaan, en de eerste media rapporten naar buiten kwamen, leek het een gelijksoortige aanslag als eerder werden uitgevoerd in België en Frankrijk. Een eenzame zelfmoordterrorist die zijn bom tot ontploffen bracht na een popconcert, dat vooral door jongeren en kinderen werd bezocht. Na dit soort aanslagen zijn de autoriteiten er altijd erg op gebrand om naar buiten te brengen dat het om maar 1 dader gaat. Een zogenaamde ‘lone wolf’. Zijn het er toch meer, dan zijn ze allemaal dood of opgepakt. Kortom; het gevaar wordt meteen voorbij verklaard. Dit om paniek en andere reacties onder de bevolking te voorkomen.

Deze keer was het echter anders. De Britse autoriteiten gingen er meteen vanuit dat de dader lid was geweest van een islamitisch terreurnetwerk, en dat de kans op verdere aanslagen groot was. Het dreigingsniveau werd ook meteen opgeschaald tot het hoogste cijfer. Er was dus duidelijk meer aan de hand. Maar hoe konden de Britten dit zo snel weten, nog voor dat er invallen waren gedaan en personen opgepakt? Ook werd de naam van de terrorist, die bekend was, geheim gehouden, tot de Amerikanen besloten om de naam, en later ook ander materiaal te lekken. Dit tot grote woede van de Britse regering. Meteen al de volgende ochtend na de aanslag werden er invallen gedaan en arrestaties gemeld. Volgens de politie ging het onderzoek in sneltrein vaart.

Intussen is echter duidelijk waarom dit alles zo snel kon. De dader, met een Libische achtergrond, had al jaren deel uitgemaakt van Libische oppositiegroepen, waar ook zijn vader een prominente rol speelde. Op zich nog niet zo verwonderlijk. Maar uit verschillende bronnen blijkt dat deze Libische terroristen, die vooral uit Zuid Manchester kwamen, al jaren steun kregen van de Britse regering. In 2011 mochten zij zonder problemen naar Libië vertrekken om tegen Gadaffi te vechten, waar de NAVO toen een afzettingsoorlog tegen voerde. Sommige kregen zelfs hun reisgeld betaalt, en na afloop mochten de terroristen gewoon terug komen naar Manchester. Niemand legde ze iets in de weg. Ze kregen zelfs te horen dat de Britse regering geen enkel bezwaar had tegen hun activiteiten. Via deze route is ook de vader van de dader, met zijn zoon, in de zomervakantie van 2011 naar Libië geweest om aan de gevechten deel te nemen. Eerder al was hij betrokken bij islamitische terreurgroepen in Afghanistan.

Dit alles was bij de Britse autoriteiten bekend. Men zag het als geen probleem, tot vorige week in Manchester de bom afging. Toen eenmaal bleek wie de dader was, en wat voor achtergrond hij had, sloeg de paniek toe. Het leek er op dat het oude netwerk, waar de Britten geen bezwaar tegen hadden gehad zolang het tegen Gadaffi ging, nu was overgestapt naar de IS. Van de oude leden leven een aantal niet meer en andere zitten in de gevangenis. Maar men moet vermoed hebben dat er een nieuwe generatie was opgestaan, en dat deze generatie zich tegen de hand aan het keren was, die ze jarenlang had beschermd. Vandaar ook dat men precies wist waar te zoeken, en wie moest worden opgepakt. Het verklaart ook waarom de autoriteiten de naam van de dader achterhielden. Men wilde eerst orde op zaken stellen voordat de eigen betrokkenheid aan het licht kwam. Intussen is dit verhaal in de wereldmedia en op internet overal te lezen. Maar het wordt wel grotendeels uit de Europese media gehouden.

Het is natuurlijk pijnlijk dat opnieuw een westerse regering islamitische terroristen heeft gesponsord en gesteund die zich uiteindelijke tegen hun meesters hebben gekeerd. Verschillende Britse regeringen hebben zich samen met de Amerikanen aan de deze smerige praktijken schuldig gemaakt. Hiermee is de eigen bevolking in dodelijk gevaar gebracht. Trouwens, laten we ook de betrokkenheid van de Nederlandse inlichtingendiensten bij de zogenaamde Hofstad groep niet vergeten. Het denken van de westerse elites is overal hetzelfde. Men maakt gebruik van islamitische extremisten om ze in te zetten tegen vijanden of onwelkome regimes. Deze minderwaardige creaturen pakken de steun eerst dankbaar aan en gebruiken het verworven materiaal vervolgens tegen de zogenaamde sponsors. Ook in Syrië is de Britse regering op deze wijze bezig geweest, nadat het Britse parlement tegen een bombardementscampagne had gestemd. Het beeld is steeds hetzelfde en juist door dit beleid zijn groepen als de IS en Al Nusra ontstaan.

Zij die over dit soort zaken beslissen lopen zelf geen gevaar. Zij zijn goed afgeschermd of ze nu May, Trump of Merkel heten. Daar komt nog bij de islamitische terroristen eigenlijk geen interesse hebben in het doden van regeringsleiders of andere functionarissen. Zij willen op een makkelijke manier slachtoffers maken. Zo veel mogelijk en zo bloedig mogelijk. Dus zijn het de gewone mensen die opnieuw de klappen krijgen. Jongeren en kinderen die naar hun favoriete artiest gaan kijken. Moeders en vaders die hun kinderen niets vermoedend van een concert gaan afhalen. Niemand die zich realiseert dat ze er even later niet meer zullen zijn. Daarna komen de echte tranen van de bevolking en de krokodillentranen van premiers, ministers, en andere verraders die de moordenaars zelf in huis hebben gehaald.

Dan zien we ook de verhaaltjes in de media van hoe verenigt we allemaal moeten zijn. Hoe handen moeten worden uitgestoken. Het zand in de ogen strooien gaat gewoon door, en is natuurlijk ook in het belang van de elites. Als de bevolking zich tegen de politieke islam gaat keren, en ziet dat deze bloedige vijand door de eigen regeringen wordt gesteund, zullen ze zich ook tegen de elite keren. Immers in een oorlog als deze, en het is een oorlog, is voor verraad en heulen met de vijand geen plaats. Dus moet het volk kalm gehouden worden en ook bezig gemaakt met minuten stilte en andere ceremonies. Dit terwijl de volgende plannen en projecten al weer op stapel staan, de volgende terroristen al weer aangeworven worden. Keuze is er immers genoeg.

Alle westerse regeringsleiders hebben bloed aan hun handen, en steeds vaker is dat het bloed van de eigen mensen. Langzaam begint dat wel door te dringen. Het besef neemt toe, ondanks de tonnen zand die worden aangesleept om in vele ogen te worden gestrooid. De ouders van een van de slachtoffers van de aanslag in Manchester zeiden het zo: “Als we wisten dat onze dochter het laatste slachtoffer zou zijn, was het misschien nog dragelijk, maar als de regering de ogen niet open doet, zal er na ons nog een lange rij van ouders komen, die hun kinderen moeten verliezen.” De directe betrokkenheid van de regering wordt, ondanks waarschuwingen uit verschillende bronnen, nog niet beseft, maar er beweegt wel iets. Het gevoel begint de juiste kant op te gaan. Dat is slecht nieuws voor de zogenaamde westerse leiders en goed nieuws voor ons allemaal.

In iedere oorlog vallen slachtoffers, maar in dit geval zijn de slachtoffers mensen die zich niet kunnen weren. De vijand heeft geen oorlogsverklaring of een invasie meer nodig. Dankzij het smerige werk van figuren die zich regeringsleiders durven noemen, is de vijand al binnen onze poorten, en hij is talrijk. Laten we dus waakzaam zijn en altijd bereid. We weten niet wanneer het plotseling nodig kan zijn. Alleen dat het gaat gebeuren, dat weten we zeker.

Naschrift: We hebben in dit artikel geen namen genoemd. Niet van de daders en niet van de slachtoffers. De eerste groep zijn minderwaardige figuren die al genoeg publiciteit hebben gekregen. De slachtoffers verdienen vooral rust en ons respect. En meer nog, onze inzet, om te voorkomen dat we een gelijksoortig artikel over een paar weken weer moeten schrijven.