24 Februari 2018 om 17:30 uur Noorderkerk Amsterdam: NCPN/CJB herdenking Februaristaking

Op 24 februari 1941 kwamen CPN-leden bijeen op de Noordermarkt om een proteststaking te organiseren. Drijvende krachten waren Willem Kraan, arbeider bij de afdeling bestratingen van Publieke Werken en Piet Nak, arbeider bij de stadsreiniging. Pamfletten werden gemaakt en de volgende ochtend verspreid. Op de pamfletten was onder andere te lezen: Protesteert tegen de afschuwelijke Jodenvervolging! En met de hand ertussen geschreven het driewerf: Staakt! Staakt! Staakt!”

Wat gebeurde tijdens Februaristaking 25 februari 1941?

Op 25 februari 1941 gaven tienduizenden gehoor aan een oproep tot een staking tegen de Duitse bezetter: de staking die nu bekend staat als de Februaristaking. 

Deze staking, die een massaal protest betekende van de Amsterdamse bevolking tegen de vervolging van hun joodse stadsgenoten, staat ook nu nog symbool voor de strijd tegen rassenwaan, voor solidariteit, saamhorigheid, tolerantie en gelijkwaardigheid. Het was een unieke verzetsdaad waarbij voor het eerst en masse werd geprotesteerd tegen de jodenvervolging.

Ariërverklaring

De staking was gericht tegen het gedrag van de Duitse bezetter ten opzichte van het joodse deel van de bevolking dat voorafgaande aan de staking steeds bruter was geworden. Vanaf het eind van het jaar 1940 werden steeds meer anti-joodse maatregelen afgekondigd. Zo werden in oktober 1940 ambtenaren gedwongen een Ariërverklaring te ondertekenen.

In november van datzelfde jaar werden alle joden die in overheidsdienst werkten ontslagen. Leden van de Weerafdeling van de NSB, de WA, veroorloofden zich steeds vaker wreedheden tegen joden. Joodse winkels werden vernietigd en de eigenaars mishandeld. Een aantal keren leidde dit tot vechtpartijen tussen leden van de WA en door joden samen met niet-joden gevormde verdedigingsknokploegen.

Op 11 februari 1941 leidde een gevecht op het Waterlooplein tot de dood van WA-man H. Koot. De Duitsers grepen dit incident aan als aanleiding om de Jodenhoek volledig af te sluiten. Intussen gingen de intimidaties aan het adres van de joodse gemeenschap gewoon door. Op 19 februari stond een patrouille van de Ordnungspolizei voor de deur van de ijssalon Koco aan de Van Woustraat, waar twee uit Duitsland gevluchte joodse emigranten verbleven. Tijdens het binnendringen van de ijssalon werd één van de Duitse agenten met ammoniak in het gezicht gespoten. De Duitsers beweerden later ook dat er op hen geschoten was. Als wraak voor deze gebeurtenis en de dood van WA-man Koot werd van Duitse kant besloten tot een vreselijke maatregel.

Dokwerker. Bron: wikipedia.

Razzia Jodenhoek

Op zaterdagmiddag 22 februari reden een aantal Duitse overvalwagens de Jodenhoek binnen. Zeshonderd leden van de Ordnungspolizei verlieten de wagens en trokken de wijk in met het enige doel om 425 jonge joodse mannen tussen de 20 en 35 jaar op te pakken. Deze jonge joodse mannen werden hun huis uit geranseld, van hun familie weggerukt en naar het Jonas Daniël Meijerplein gedreven.

Vrouwen die zich aan hun echtgenoot vastklampten werden in het gezicht geslagen en bij hun mannen vandaan gedreven. Kinderen werden huilend achtergelaten. Zondagmorgen herhaalden deze afschuwelijke praktijken zich. De opgepakte mannen werden meegenomen naar kamp Schoorl en binnen een week naar Buchenwald gedeporteerd. Van daaruit werden zij, een kleine 400 man, in mei naar Mauthausen overgebracht. Slechts twee van de opgepakte mannen zouden de oorlog overleven.

Manifest Nederlandse Communistische Partij

Van deze gruweldaden waren ook veel niet-joodse Amsterdammers getuige. Het gebeuren schokte de bevolking van de stad. Ook leden van de Nederlandse Communistische Partij (CPN), die na het uitbreken van de oorlog als illegale partij verder was gegaan, waren getuige geweest van deze wreedheden. Nog diezelfde avond nam Jaap Brandenburg de Amsterdamse districtleider van de CPN contact op met Lou Jansen. Hij behoorde op dat moment samen met Paul de Groot en Jan Dieters tot de illegale landelijke leiding die de CPN had gevormd. Na overleg waarbij ook andere leden van de Amsterdamse leiding zoals Frits Reuter en Bertus Brandsen betrokken waren, werd besloten dat de CPN door middel van een anoniem manifest tot een staking zou oproepen. Dit later zo beroemd geworden manifest werd geschreven door Lou Jansen.

Tegelijkertijd nam verderop in de stad de onthutste stratenmaker en CPN-er Willem Kraan die getuige was geweest van deze wreedheden, contact op met collega en partijgenoot Piet Nak. Nak vertelt hier twintig jaar later het volgende over:

“En Willem, die een ijzersterke kerel was, vertelde mij met tranen in zijn ogen hoe verschrikkelijk daar huisgehouden werd, hoe de mensen daar als beesten geslagen werden.”

“En Willem kwam bij mij en hij zei: “dat kunnen we niet dulden, daar moet iets aan gebeuren, de boel moet plat”. Nog diezelfde zondag probeerden Nak en Kraan zoveel mogelijk partijgenoten bij de Stadsreiniging en Publieke Werken te waarschuwen, met het idee de volgende dag deze bedrijven plat te leggen. Maandag 24 februari kwam de staking niet van de grond, maar wel werd ’s avonds een bijeenkomst gehouden op de Noordermarkt, waar besloten werd voor de volgende dag een algemene staking uit te roepen.

Februaristaking verspreidt zich

Het door Jansen opgestelde manifest werd de ochtend van 25 februari door CPN-ers verspreid. Andere CPN leden verspreidden het verder over bedrijven om arbeiders tot staken op te roepen. De gemeentetram ging die ochtend in staking, andere gemeentediensten volgden. De tram verdween uit het stadsbeeld en al spoedig werd het voor zeer vele Amsterdammers duidelijk dat er gestaakt werd. Bij het ene na het andere bedrijf werd het werk neergelegd. De staking werd een groot succes. Tienduizenden mensen gingen de straat op. De volgende dag breidde de staking zich zelfs uit naar de Zaanstreek, Weesp, Hilversum, Haarlem, Velsen, Utrecht en Muiden.

Helaas ontwaakten de Duitse bezetters de dag daarna uit hun verdoving. De staat van beleg werd meteen afgekondigd en de staking werd met geweld neergeslagen. Vele mensen werden opgepakt. Enkele van hen werden niet veel later gefusilleerd.

Dokwerker

De Februaristaking is de geschiedenis in gegaan als één van de grootste Nederlandse verzetsdaden uit de Tweede Wereldoorlog. Ondanks dat het de Jodenvervolging niet heeft kunnen stoppen, was het wel een uiting van massaal protest tegen deze vervolging. Het standbeeld van de Dokwerker, dat na de oorlog werd opgericht op het Jonas Daniël Meijerplein, is de stille getuige van dit verzet en herinnert ons ook nu nog aan het feit dat niet stil moet worden toegekeken als wreedheden worden begaan tegen medemensen, maar dat actie mogelijk is.

Herdenking 2008. Bron: wikipedia.

Meer lezen:
Mooi, A., De strijd om de februaristaking (Amsterdam 2006).
Jong, L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, deel 4,
tweede helft mei ’40 – maart ’41 (Den Haag 1969).

februaristaking.nl