De veenbrigade in de Emslandkampen

Door Annabelle Schouten

“Toch is er voor ons geen klagen,
eeuwig kan ’t geen winter zijn.
Eenmaal komen voor ons dagen,
dat we zeggen: eind’lijk vrij!

Dan trekt de veenbrigade niet meer met de spade in ’t veen.”

(Klik HIER voor de muziek; mp3, 3Mb)

Zo zongen de Moorsoldaten, gevangenen van de nazi’s in de Emslandkampen in noord-west Duitsland, niet ver van de grens met Groningen. Dit jaar vieren we 60 jaar ‘eind’lijk vrij’. Op verschillende plekken in Europa zal extra herdacht en gevierd worden. Deze herdenkingen zijn niet alleen een herinnering aan de verschrikkingen van het fascisme, maar ook een waarschuwing voor de ‘winter’ van nu, het toenemend racisme, het onmenselijke vluchtelingenbeleid en de hegemoniale oorlogen (‘oorlogen tegen terrorisme’) in de wereld.

Om de veenbrigade en hun lijden in dit gebied levend te houden organiseert een samenwerkingsverband van antifascistische organisaties uit Nederland en Duitsland jaarlijks de herdenking van de Emslandkampen op 8 mei in Esterwegen. Nabij, in Papenburg is een documentatie– en informatiecentrum ingericht met een permanente tentoonstelling en materiaal over de kampen. Tussen 1933 en 1945 trokken daar meer dan honderdduizend politieke gevangenen, strafgevangenen en krijgsgevangenen met de spade in het veen.

Moorsoldaten. Solidariteit tussen de politieke gevangenen onderling hield menigeen op de been. In het kamp Börgermoor namen mensen het initiatief tot de oprichting van een culturele organisatie. Hier kwam uiteindelijk het lied ‘Die Moorsoldaten’ uit. Langhoff schrijft over optredens van kunstenaars: “Bij elk grapje werd gekeken naar de SS hoe zij het zouden opvatten. Die waren echter volledig in beslag genomen door het spel en bemerkten nauwelijks de spot.” (Nederlandse vertaling)

De veenbrigade kreeg een betekenis van verzet. Bewerking van het veen diende voor de op gang gekomen oorlogsindustrie en de prestige van Hitler. In 10 jaar moest 50.00 hectare afgegraven worden. Langhoff: “Maandenlang staan we in het veen, vaak zakken we tot onze knieën in het moeras, vaak komen onze spaden amper door de grote wortels en boomstronken van de vergane bossen, die er zijn in het veen, vaak stuiten we op adders, die in het hete heidestruikgewas sissen, vaak zakt één van ons ineen en wordt door twee kameraden en een bewaker naar het militair hospitaal gebracht”.

Alle gevangenen werden ingezet in het veenproject. Ook uit Nederland haalden de nazi’s dwangarbeiders voor de zware lichamelijke arbeid. Dat kwam bovenop de heersende ziekten, ellende in de barakken, alle stokslagen en dagelijkse vernederingen in de kampen. Het regime verhardde en de fascisten breidden de Emslandkampen uit voor de opsluiting van dienstweigeraars, veroordeelden, dwangarbeiders en strafgevangenen. Begin 1934 nam Himmler het commando over van de politieke politie. De Emslandkampen vielen toen onder de directe

verantwoordelijkheid van het Derde Rijk. Het centrale gezag hanteerde echter dezelfde gruwelijke methoden als de SS. Vijf kampen, waaronder Börgermoor werden voortaan gebruikt als strafgevangenkampen. Rond de 66.500 mensen zaten verspreid over de zeven noordelijke Emslandkampen. Aan het begin van de oorlog werden ze ook ingericht als krijgsgevangenkampen. Tot mei 1940 passeerden hier 110.000 krijgsgevangen en zaten 70.000 van hen uit Frankrijk, Italië en de Sovjet-Unie daar voor langere tijd vast. De nazi’s zetten de Sovjet-soldaten van het Rode Leger apart van de andere krijgsgevangenen. Tegen de regel van het volkenrecht in gebeurde het dat ze Sovjet-soldaten neerschoten. Minstens 15.000 Sovjets liggen begraven in Emsland. In mei 1943 arriveerden zo’n 1700 tot 1800 verzetsstrijders uit België en Noord-Frankrijk in Esterwegen. 165 van hen werd ter dood veroordeeld. In totaal overleefden 38.000 mensen de kampen niet.

Emsland mag dan misschien wel een vergeten stukje geschiedenis van het fascisme zijn. Maar de hoop en de strijd van de Moorsoldaten leeft voort: nooit weer fascisme!

 

Voor meer informatie:
http://www.diz-emslandlager.de
(met Nederlandse vertaling)

Na de vestiging van de fascistische dictatuur in Duitsland in 1933 begonnen de nazi’s met de bouw van drie concentratiekampen voor politieke tegenstanders in het veenrijke gebied Emsland. De klopjacht op vakbondsmensen, socialisten en communisten in volle gang en verhevigde door de Reichtstagbrand. Een dag na de brand werd een verordening opgesteld voor ‘de bescherming van volk en staat tegen communistische staatsgevaarlijke activiteiten’. Naar schatting hebben ongeveer 11.000 gevangenen in de drie kampen gezeten om ze te ‘heropvoeden’. Onder meer de pacifistische journalist Carl Ossietzky zat vast in Esterwegen. Dit kamp bleef tot 1936 onder beheer van de SS. Terreur, mishandeling tot zelfs de dood er op volgde en executies waren aan de orde van de dag in deze kampen. De schrijver Wolfgang Langhoff beschrijft de verschrikkingen in zijn boek Die

Gedenksteen voor Carl von Ossietzky
Een gedenksteen voor Carl von Ossietzky, die in 1935 de Nobelprijs voor de vrede kreeg - op het ogenblik dat hij politiek gevangene was in Esterwegen. (foto uit Boek der Kampen)


Hieronder staat de Nederlandse vertaling van het lied ‘Die Moorsoldaten’.

De veenbrigade

Waarheen de blik ook keren,
veen en hei slechts om ons heen.
Elk genot hier te ontberen,
troosteloosheid straalt van ‘t veen.

Refrein:
Wij zijn de veenbrigade
en trekken met de spade
in ‘t veen.

Hier op deze kale vlakte
werd voor ons dit kamp gebouwd.
Daar zijn wij, toen men ons pakte,
achter het prikkeldraad gestouwd.

Refrein

’s Morgens trekken wij in rijen
om te werken naar het veen.
Graven, in de hitte lijden,
met de wachten om ons heen.

Refrein

Huiswaarts, huiswaarts, de gedachten,
steeds naar ouders, vrouw en kind.
Dat geeft ons toch weer de krachten,
is wat ons aan ’t leven bindt.

Refrein

Wachten zijn steeds op hun posten
achter ’n haag van prikkeldraad.
Vlucht zal slechts het leven kosten,
geen kans hier voor ’n veensoldaat.

Refrein

Toch is er voor ons geen klagen
eeuwig kan ‘t niet winter zijn.
Eenmaal komen voor ons dagen,
dat we zeggen: eind’lijk vrij!

Dan trekt de veenbrigade
niet meer met de spade
in ’t veen!

(Tekst: Johann Esser en Wolfgang Langhoff
Muziek: Rudi Goguel; 1933)


februari 2005
achterpagina
25