|
Hoge hoeden en pantserplaten |
|
Op de volgende
pagina's publiceren we de volledige tekst van een vlugschrift, geschreven
door A. den Doolaard in 1934. De titel ervan was "Hoge hoeden en
pantserplaten". Helaas is de inhoud ervan ook nu nog steeds actueel.
De vrije markt viert hoogtij en wapenverkopen brengen grote winst. Dezelfde,
of soortgelijke oorlogsmakers hebben nog steeds de macht en we worden
dagelijks belogen en gemanipuleerd door de media. De mensen zouden nu
waarschijnlijk niet meer tegen het vuur inlopen zoals in Verdun, maar
ze drukken nog wel op knoppen die anderen doden. |
Zijn tegenstander
was de tegenwoordige president: Albert Lebrun. Wat kon Briand met zijn
belachelijke olijftak tegen de stalen boksbeugel van Lebrun uitrichten?
Deze boksbeugel was speciaal voor de verkiezingscampagne gesmeed in de
staalfabrieken van Micheville. Zij worden beheerd door het machtige Comité
des Forges, een kartel van staalfabrikanten en hoogovenbezitters.
De "grote mannen" van deze trust zijn Schneider, die iedereen
en De Wendel, die bijna niemand kent. |
|
In een van de wachtkamers
van het Volkenbondsgebouw te Genève hing een pleisterreliëf,
voorstellende "De Vrede". Briand zelf had dit witte, lief-uitziende
geval ingewijd. Het hing er jaren lang en niemand keek er natuurlijk naar.
Toen de gedelegeerden na de laatste zomervakantie bijeenkwamen, was de
Vrede verdwenen. Maar weer duurde het weken voor iemand het gemis opmerkte.
Een nieuwsgierig Frans journalist ging er tijdens een taai debat over
zware houwitsers toch eens naar informeren: het debat verveelde hem en
hij had niets beters te doen. |
bij elkaar en deponeerde
ze in de Volkenbondsasbak. |
het liefst iemand met een gepantserde hoge hoed als president van de Franse
republiek. Daarom
mocht Briand geen president worden. Hij hield niet van gepantserde hoge
hoeden. |
| maart 1996 |
De
Anti Fascist
|
5
|
|
ontwapening kan lezen,
is het eigendom van het Comité des Forges, de Franse staaltrust.
De familieromans komen de laatste tijd weer in de mode. Om in dit genre
te slagen zijn twee dingen nodig: een familieroman moet netjes wezen,
en een beetje een snobistisch kantje hebben. Vandaar het succes van Galswothy's
"Forsytes" en Thomas Mann's "Buddenbrooks", in hun
soort trouwens meesterwerken. Vandaar ook, dat niemand zich erg interesseert
voor de romans van werkelijk vooraanstaande families, zoals de De Wendels
en de Schneiders, de Zaharoff's en de Cockerill's, de Krupp's en de Thyssen's.
Het snobistische kantje ontbreekt anders niet. Integendeel! Neen, wat
ontbreekt is slechts conditie nummer l, omtrent het nette. Het is zelfs
nog erger. Deze familieromannetjes zouden, indien ze geschreven werden,
ondanks de duur geparfumeerde vrouwen die er in voorkomen, naar bloed
ruiken. En daar kan een nette etage-bewoner niet tegen. |
Om te beginnen zullen
we het briefje vertalen dat vrouw Muller te Maagdenburg in oktober 1917
thuis gestuurd kreeg. Het luidde: "Uw zoon Fritz is op 17 oktober
omgekomen tijdens een heldhaftige aanval onzer troepen op het fort Douaumont
bij Verdun. Hij stierf op het Veld van Eer, voor Keizer en Vaderland."
Dat stond er. Toen ze 't las veegde vrouw Muller met een tip van haar
schort haar ogen en haar ingevallen wangen af en begon toen echt te huilen.
Dagen lang. En ook Fritz' vader liet dikwijls zijn pijp uitgaan en elkaar
aankijken durfden ze niet meer. Wat ik niet durf, is me afvragen wat de
oudjes gedaan zouden hebben indien ze geweten hadden wat er wel in het
briefje had moeten staan. Eenvoudig dit: "De afgereten ledematen
van uw eerstgeboren kind hangen op het prikkeldraad voor het Fort Douaumont
bij Verdun. Dit prikkeldraad werd in 1916 via Zwitserland aan Frankrijk
geleverd door de Maagdenburger Draht-und Kabelwerke. Wij betreuren dit
incident ten zeerste, maar zaken zijn zaken." |
die mantel voordelige
zaakjes. |
| maart 1996 |
De
Anti Fascist
|
6
|
|
Eenmaal, in 1913,
heeft Schneider zijn middelvinger tweemaal moeten opheffen, en hij heeft
er nog hartkloppingen van. Koning Ferdinand van Bulgarije bracht een bezoek
aan Frankrijk en natuurlijk ook aan de fabrieken van Creusot. Hij bestelde
een serie kanonnen en het huis Schneider zegde hem allervriendelijkst
een Franse lening toe om ze te betalen. |
de Wendel, de Duitse
kant door het Stahlwerkverbond, waaraan La Société des Petits-Fils
van Francais de Wendel verbonden is. Het voorbeeld vindt navolging. Adolf
Kirdof, de voorzitter van de grote Duitse Mij. Gelsenkirchen, is eveneens
voorzitter van de Société de Pierremont te Briey. De Franse
mijnen van Valleroy behoren voor de helft aan de Franse Dreux's, voor
de andere helft aan de Duitse Roechling's. Het procédé is
zo handig, dat het een export-artikel wordt. De bekende "nationale"
wapenfabriek van Luik-Herstal telt onder haar commissarissen de Duitse
bankiers Oppenheim en Loew. Maar het schoonste voorbeeld zijn de ijzermijnen
van Ouenza in Algerije. De voornaamste aandeelhouders zijn Schneider,
Gelsenkirchen, Krupp, de Belg Cockerill, de Duitse Keizer, plus 5 Franse
en 4 Engelse firma's. Tegelijkertijd verenigt de grootste trust van allen,
de Hawey United Steel Co, Krupp, Schneider-Creusot, de Amerikaanse Bethlehem
Steel, Armstrong en Vickers-Maxim, de zaak van Basil Zaharoff, de obscure
Levantijn, in zijn jeugd te Londen wegens diefstal veroordeeld, en die
naderhand zijn fortuin maakt door tijdens de Japans-Russische oorlog mitrailleurs
aan de tsaar te verkopen en, samen met Krupp, kanonnen aan de Mikado...
Ziehier de acteurs van de tragische film, die gedraaid zal worden. Thans
over hun vernuftig scenario, dat enige miljoenen figuranten de dood injoeg. |
over nagedacht hebben
zijn de Schneiders, die met hun fabrieken diep in 't binnenland zitten...
Overigens maken ook de De Wendels en de Dreux's zich niet ongerust. François
de Wendel is lid van de Chambre des Députés; een zijner
familieleden, Herr von Wendel, is lid van de Rijksdag. De Franse staalkoningen
laten de penetratie van het Duitse kapitaal in de Lotharingse industrie
rustig toe. Zij moeten wel. Want de Franse industrie komt elk jaar 20
miljoen ton kolen te kort. Raadselachtig genoeg, maar waar. Dit tekort
wordt natuurlijk gedekt door het Duitse Kohlensyndikat van de Ruhr. De
prijzen zijn hoog in Duitsland, maar Frankrijk krijgt de kolen goedkoop.
Alleen niet te veel! Want dan zou er te veel goedkoop Frans ijzererts,
dat weer voor een groot deel naar Duitsland wordt uitgevoerd; en Krupp
wil zijn prijzen natuurlijk niet laten zakken. In elk land plunderen de
nationale syndicaten rustig de schatkist. Er is geen concurrentie meer;
het staal-syndicaat wijst eenvoudig de firma aan die op de legerleveranties
in zal schrijven, en een deel van de winst gaat in de generale kas. |
| maart 1996 |
De
Anti Fascist
|
7
|
|
De pantser-trusts,
dynamiet-kartels, en kruit-syndicaten maken zich meester van de pers en
de publieke opinie. Liebknecht verklaart in de Rijksdag: "Krupp en
andere staalfabrikanten kopen Duitse bladen om tot de oorlog op te hitsen
en er nieuwe militaire wetten door te krijgen. Bovendien kopen zij Franse
kranten om, want de verspreiding van Franse alarmerende geruchten in het
buitenland heeft automatisch een toeneming van de Duits bewapening ten
gevolge..." 1911. Zowel de staalkoningen als de mannen van de chemische internationale hebben zorgvuldig hun voorbereidingen getroffen, opdat de oorlog, indien deze uitbreekt, vooral van lange duur zal zijn. |
Ze bekijken de bevolkingsstatistieken en besluiten dat er genoeg Fritzen, Jean's, John's en Borissen zijn voor drie jaar oorlog. Kanonnenvlees is er genoeg. Geestdrift ook. Wapens ook. Daarom zijn er op de directeursvergaderingen slechts twee punten aan de orde: de kwestie der grondstoffen en het in stand houden van de internationale verbindingen. De Duitse soldaat is dapper en het Duitse veldtochtplan van Schlieffen schijnt volmaakt. Maar, indien het mislukt, zal Duitsland gauw gebrek aan grondstoffen krijgen. Het heeft kolen genoeg, maar geen nikkel en ijzererts; geen silicium en geen cyanamide voor ontplofbare stoffen. Ook te weinig elektrische stroom voor de vervaardiging van het aluminium waaruit de geraamten van de Zeppelins ontstaan. Daar is raad op. Ten eerste ontdekken de directeuren een geweldige truc, die ze zorgvuldig geheim houden. Gunt u mij een ogenblik het helse genoegen mij ook |
directeur te voelen:
ik houd deze truc ook even in petto tot de volgende pagina. De tweede
truc was het vormen van voorraden in Duitsland... door Franse maatschappijen. |
|
|
der voorraden, het
verzekeren der verbindingen via de neutrale landen. De chemische internationale
sticht twee Zwitserse maatschappijen, de Lonza en de Hafslund. Onder de
administrateurs bevinden zich mannetjes van Siemens Schuckert Berlijn
en de Metallgesellschaft Frankfurt. De grote man van Franse zijde is Giraud-Jordan,
voorzitter van het verkoopbureau van het internationale ferro-silicium
(kiezelijzer)-syndicaat. Dit syndicaat is zeer toevallig in hetzelfde
gebouw gevestigd als het almachtige Franse Comité des Forges. |
| maart 1996 |
De
Anti Fascist
|
8
|
|
vervaardigd kledingstuk;
het is ook een dekmantel voor alle daden waarvoor elke boer, burger en
arbeider zich in het gewone, dagelijkse leven niet alleen schamen zou,
maar ook in de gevangenis zou geraken. |
Ziedaar het prettige
plannetje der staalkoningen, dat ik voor u in petto had. Een pagina-lang
heb ik het vol walging bij mij gehouden. Twintig minuten heb ik mij staal-koning
en ertshandelaar gevoeld. Toen keek ik in de spiegel en vond mezelf zo
verachtelijk, dat ik het neerschreef. De Wendels, Roechlings, Dreux's
en Krupps hebben dit plan jarenlang met zich meegedragen, het daarna,
met behulp van het geld dat stom is, en recht maakt wat krom is, rustig
laten uitvoeren, en toen nog jarenlang rustig voor zich gehouden. |
een vredige, gezellige
bijeenkomst der staalmagnaten. Het eerste gevolg was, dat moeder Durand
en mevrouw Pelouze allebei een invalide thuis kregen, de een zonder ogen,
de ander zonder been. En dan vliegen de nullen. Twee wordt: 20, 200, 2000,
20.000, 200.000. |
| maart 1996 |
De
Anti Fascist
|
9
|
|
1918. Laten we tot
de oorlog terugkeren, want ik weet er nog veel meer van te verhalen. Ik
zou u anders met die rits van hoge dividenden, die de 125 % die de Mainzer
ijzergieterij in 1915 aan de aandeelhouders uitkeerde, in deze crisistijd
maar jaloers maken... |
Duitsland via de Lonza
en Hafslund elektromagneten aan Frankrijk. Op de directeuren vergadering
van de Lonza en Hafslund in een Zwitsers hotel zitten Franse punt-baardjes
en Duitse kaalschedels vredig naast elkaar aan de groene tafel. |
en Hubert de Wendel.
|
| maart 1996 |
De
Anti Fascist
|
10
|
|
het hardop doen. Ze
worden voor het front van de troep gefusilleerd. De treinen met ijzererts,
die binnen het bereik der Franse houwitsers geladen worden, rollen veilig
Duitsland binnen. Als Prins Sixtus van Bourbon Parma vredesonderhandelingen
poogt aan te knopen, verklaart Sir Basil Zaharoff zich vanuit zijn gerieflijke
draaistoel voor de oorlog tot het bittere einde. En daarmee is de zaak
voor de paar miljoen Tommies, die tot in hun nek in de modder zitten,
beslist. |
glimlacht. De winst
op dit staal is binnen en het verdrag van Versailles staat Duitsland zes
nieuwe kruisers toe. |
Roergebied
te bezetten; en het Comité des Forges had weer goedkope cokes. De
Roerbezetting heeft ontzaglijk veel kwaad bloed gezet. Maar kwaad bloed
is juist een artikel, waarvan de kanonnenkoningen duizenden liters nodig
hebben. De aanmaak is uiterst gemakkelijk. De voornaamste ingrediënten
zijn, vreemd genoeg, drukinkt en krantenpapier. In de koopsom dezer ingrediënten
zijn natuurlijk de onontbeerlijke leugenaars op maandsalaris, de journalisten,
inbegrepen. Kort na de Roerbezetting kreeg Sir Basil Zaharoff het grootkruis van het Legioen van Eer. De secretaris van het Comité des Forges, Pinot, schreef een roerend werkje: "Le Comité des Forbes au service de la Nation". En toen begon de strijd tegen de ontwapening. De eersten, die de strijd aanbonden tegen het Verdrag van Versailles, zijn niet de Duitsers geweest, maar het Comité des Forges, Vickers en de Bethlehem Steel Corp. Ontwapening betekende kwijnende dividenden. Daarom ten strijde tegen de ontwapening! De boeman was gauw gevonden: het bolsjewistisch gevaar! Na de omverwerping der Hunnen werden de horden van Dzjenghis-Khan onderuit de doofpot gehaald: tot 1925 hebben de boeren en burgers in Frankrijk, Engeland, Tsjecho-Slowakije, Polen, Joegoslavië dagelijks kunnen lezen dat het bolsjewistische beest met het mes tussen de tanden gereed stond de vredelievende West-Europeër te bespringen. Tegelijkertijd werd hij echter, dom genoeg, voorgesteld als een arme uitgehongerde boer. Toen het bolsjewistische beest echter rustig thuis bleef en er in diverse parlementen weer zwakke stemmen opgingen, die om ontwapening vroegen, voeren de staalkoningen boeman No. l weer ten tonele: de Hun! Ondanks de verklaring van maarschalk Foch, dat hij er voor instond dat op 31 januari 1919 Duitsland volkomen ontwapend was, begon kort daarop de perscampagne: "De Hun roert zijn duivelsstaart! De Hun heeft een ijzeren klauw onder zijn fluwelen handschoen!" Mijn buurman Forgeron is een raar heer. Hij houdt blijkbaar van jagen en daarom gaat hij dagelijks uit |
| maart 1996 |
De
Anti Fascist
|
11
|
|
wandelen met een draagbaar
machinegeweer op de rug, terwijl zijn sportjasje bol staat van de revolvers.
Ik, Karel Schmidt, heb wel grote vuisten en een grote mond, doch geen
wapenpas, want toen ik indertijd bij een ruzie Forgeron de eerste rake
klap gegeven had, zijn alle buren mij tenslotte op het lijf gevallen en
nu ben ik vergunning en wapenen kwijt. Maar wanneer Forgeron mij tegenkomt,
en dat gebeurt elke dag, dan brult hij me toe: "Schurk! Dat klapperpistool
van jou is een echt pistool! En ook heb je stiekem een boksbeugel in je
broekzak!" En meteen zet hij dan onzacht het machinegeweer op mijn
tenen. Dat is treiteren, want wij hebben, buren onder elkaar, afgesproken
allemaal onze wapens weg te doen. Maar toen Forgeron dat niet deed, is
dat geschreeuw over mijn zogenaamde boksbeugel een obsessie voor mij geworden.
En ik heb er stiekem een gekocht. En raad eens bij wie? Bij dezelfde zaak
als Durand... |
Wanneer ik prettig
punch drink denk ik er ook zo over. Maar wanneer het glas leeg is, hoor
je heel in de verte een zwak gehamer. En aan de horizon zie je helle vlammetjes,
klein als dwaallichtjes. Ik trek er op uit met microfoon en superpanfilm
en met behulp van luidspreker en projectie-apparaat breng ik ze vlak bij
u: de laaiende hoogovens, de razende revolverboren, de ratelende pantserplaten.
En daar tussendoor enige stukjes stomme film. Eerst een close-up in een
dikbeloperde gang. Hoge hoeden hangen in een somber, plechtig zwijgen
aan een rek, naast een gecapitonneerde deur, waarboven een rood lampje
brandt, ten teken dat niemand naar binnen mag. Binnen zitten de directeuren
van de Frans-Duitse Dreux-Roechling-groep, die reeds vóór
1914 zulke goede zaakjes deden. Ze hebben elkaar in 1918 dadelijk weer
teruggevonden, vier jaar ouder en vier jaar slimmer. Ze hebben net een
verkoopmaatschappij opgericht, de Losar, die ten behoeve van de nieuwe
onneembare vestinggordel aan de Franse oostgrens veel staal levert. Wanneer
de winst op deze transactie verdeeld wordt, gaat de helft in de richting
van het Comité des Forges, de andere helft naar Roechling, die
een der steunpilaren van Hitler was. |
nikkelvoorraden te
vormen. Moderne kanonnen bevatten veel nikkel. A. den Doolaard |
| maart 1996 |
De
Anti Fascist
|
12
|