Suikerfeestvakantie
Af en toe val je
toch echt van je stoel. Deze week werd ik geconfronteerd met mensen
die zich kwaad maakten over het feit dat islamitische kinderen een dag
vrij hadden in verband met het Suikerfeest, de belangrijkste islamitische
feestdag. Diezelfde mensen waren vrij tolerant tegenover hun allochtone
medelanders toen het mode was om zó te zijn. Maar nu, nu is het
schijnbaar mode om mee te huppelen op de vrij algemene rechtse tendens
om moslims in het verdomhoekje te zetten. Het is inderdaad waar, met
een dergelijke kritiek loop je veel kans gelijksoortigen te ontmoeten.
Er is dus wel degelijk een gevaar in Nederland! Het gevaar van het ongezonde
volksgevoel van de normaliter kritiekloze massa, in periodes dat het
hen echt zelf aan de botten komt. Diezelfde Nederlander
die er zo trots op is Nederlander te zijn, gaat dan actie voeren. Maar
dat zijn verschillende vormen van actie. Het meest bewuste deel gaat
demonstreren en gaat zelfs staken omdat ze zien wie de werkelijke tegenstander
is.
Een groot deel,
de onbewuste kankeraars, gaat op zoek naar zondebokken. En wat is een
makkelijker doelwit dan een minderheid met afwijkende gebruiken? En
als je dan ook nog een voorman hebt die ruimte krijgt in de media, dan
ben je al snel overtuigd van je eigen gelijk. Gisteravond bleek dat
ook maar weer eens toen Pim Fortuin tot de grootste Nederlander verkozen
werd. Dat zijn van die momenten dat ik er helemaal niet meer trots op
ben tot de Nederlanders te behoren. Ik ben wereldburger, zou ik op al
mijn ramen willen plakken.
Maar dat doe ik
niet, want ik wil bij de massa blijven behoren. En dus gewoon als buurman
in gesprek blijven met mijn buurtgenoten: moslims, christenen, humanisten,
pacifisten, vegetariërs, homoseksuelen en noem alle verdere mensen
met een bepaalde overtuiging, of geaardheid maar op. Daarmee hou ik
ook de deur maximaal open om met hen over maatschappelijke vraagstukken
te praten. En het is soms zo verdomd eenvoudig. Neem nou die buurtgenoten
die elkaar aan het opjutten waren over die suikerfeestvakantie.
Ik vroeg gewoon in dat straatgroepje: zijn jullie dan niet blij
dat jullie kinderen gewoon naar school zijn gegaan? Er is toch gevochten
voor het recht op onderwijs voor iedereen? Jullie doen net of je het
erg vindt dat onze kinderen naar school moeten. Dat is toch
juist goed? Dat is toch voor hun ontwikkeling? Het werd even stil.
Toen zei er één: Je hebt nog gelijk ook, maar
En toen kwam de rest. Ook niet bepaald om blij van te worden, maar we
waren in gesprek. En zo kon ik ze toch weer een stukje wijzer maken.
Als we dat nou met zijn allen doen
Jan Cleton
Secretaris AFVN