Een gezamenlijke
herdenking van de slachtoffers van stalinistische en nazistische
misdaden: kan dat?
Interview van
het blad Antifa met Dr. Ulrich Schneider, geschiedkundige en algemeen
secretaris van de FIR.
Antifa: in
het Europees Parlement worden op initiatief van de Europese Volkspartij
(waarin de CDU een centrale rol speelt) handtekeningen verzameld voor
een motie die tot doel heeft om 23 augustus uit te roepen tot een Herdenkingsdag
voor de slachtoffers van stalinistische en nazistische misdaden.
Wat moeten we daarvan denken?
Ulrich Schneider:
Deze motie is een
algemeen-ideologische aanval op het historische fundament van de naoorlogse
Europese ontwikkelingen. Om te beginnen bevat deze motie de totalitarisme-these
in zn zuiverste vorm. Deze ideologie van de Koude Oorlog
heeft als inzet een onhistorische vergelijking van stalinisme en fascisme.
Een paar jaren
geleden probeerde men met het Zwartboek van het communisme
te bewijzen dat de socialistische pogingen in de Oost-Europese landen
van een zelfde criminele hoedanigheid waren als met name het Duitse
fascisme. Uiteindelijk betekent dit niet slechts een historisch onjuiste
vereenzelviging van fascistische machtsuitoefening en de verschillende
socialistische staatsvormen, maar ook een omdraaiing van de politieke
afwegingen. Daarmee is het eveneens een bagatellisering en relativering
van de fascistische vernietigingspolitiek. Dat ontkennen de initiatiefnemers
van de motie ook geenszins. Het gaat hen er immers letterlijk om het
accent en het zwaartepunt van de herdenking te leggen op de consequenties
en de betekenis van zowel de Sovjetperiode als ook de bezetting
in de postcommunistische landen. Vals en doortrapt is de
motie in het bijzonder door de datum die men voor de herdenkingsdag
kiest. Wat was er op 28 augustus? Het was de dag dat het Duits-Russische
niet-aanvalsverdrag getekend werd tussen de fascistische Duitse
minister van Buitenlandse Zaken Ribbentrop en de minister van Buitenlandse
Zaken van de USSR, Molotow. Een ieder met wat historische kennis weet,
dat aan dit verdrag de inzet van de USSR voorafging om samen met de
westelijke mogendheden een bondgenootschap tegen de fascistische oorlogspolitiek
te smeden. Toen dat niet lukte, kwam het tot de tekening van dit pact.
Het moest de Sovjet-Unie tijdwinst geven tegen een mogelijke militaire
aanval van het Duitse fascisme.
Antifa: Maar
was dat niet-aanvalsverdrag zo onproblematisch?
US: Het is
natuurlijk te bekritiseren dat met de bijvoegsels van dit pact afspraken
gemaakt werden, die reikten tot de uitlevering van antifascistische
emigranten aan Nazi-Duitsland. Vanuit een huidig perspectief kan men
ook opmerken dat de Sovjet-Unie de tijdwinst niet benut heeft om haar
defensieve potentieel effectief vorm te geven. Ook vanuit het antifascistische
perspectief moet dit bekritiseerd worden. Echter, al deze dingen kunnen
niet als fundament voor een herdenkingsdag van de ondertekening dienen;
een herdenkingsdag voor het totalitarisme. Dat zou betekenen
dat de slachtoffers van de Duitse fascistische vernietigingspolitiek
en de USSR gelijkelijk voor de Tweede Wereldoorlog verantwoordelijk
zouden zijn. Zon instelling tracht een kernfundament van de naoorlogse
Europese ontwikkeling te verdringen: het gezamenlijke ageren van de
volken en staten in de anti-Hitler-coalitie om hun landen van de fascistische
bedreiging te bevrijden. Naast een verheviging van anticommunistische
attitudes lijkt mij dit de eigenlijke bedoeling van deze provocatie,
anders kan ik deze motie niet betitelen, te zijn.
Antifa: Waarom
grijpt deze actie uitgerekend plaats in het Europees Parlement?
US: De afgelopen
jaren heeft het Europees Parlement zich telkens weer bewust antifascistisch
opgesteld. Ik herinner aan de beslissing van het EP om 27 januari -
de herdenkingsdag van de bevrijding van vernietigingskamp Auschwitz
door het Sovjetleger - uit te roepen tot een Europese herdenkingsdag
voor alle slachtoffers van fascistische repressie. Ik herinner aan het
besluit van het Parlement in 1993, om de historische plekken waar de
fascistische repressie en vernietigingspolitiek plaats vonden, te bewaren.
Uitdrukkelijk werd in dit besluit afgewezen om een verbinding van deze
herdenking met andere vormen van politiek onrecht te leggen. En ik wil
verwijzen naar het oordeel van het Europees Gerechtshof in de zaak van
de Litouwse partizaan Wassili Kononow, waarmee zijn antifascistische
bevrijdingsstrijd voor zijn land, uitdrukkelijk erkend werd. Zodoende
is het dus zeker wel van centraal politiek belang indien het zou lukken
om deze antifascistische consensus in het Europees Parlement onderuit
te halen.
Antifa: Wat
kunnen de antifascistische bonden doen?
US: Als algemeen
secretaris van de Internationale Federatie van Verzetsstrijders (FIR)-Bond
van Antifascisten ben ik erg verheugd dat de verschillende bonden die
lid zijn, o.a. die uit Griekenland, reeds duidelijke verklaringen tegen
deze provocatie uitgesproken hebben. Ik hoop en verwacht dat nog meer
bonden die lid zijn via opmerkingen en verklaringen hun desbetreffende
Europese afgevaardigden zullen oproepen om van deze resolutie afstand
te doen. De totalitarisme-these is een product van de Koude Oorlog
en kan niet dienen als een fundament voor een toekomstig Europa.
Antifa: Wij
danken u voor dit gesprek.
(uit Antifa,
tijdschrift van de VVN-BdA, november/december 2008)