Provocatie
uit Brussel
Interview met Ulrich Schneider over geschiedvervalsing in het EU-parlement
Vertaling van artikel verschenen in het tijdschrift Antifa
van de VvN / BvA (nov.dec. 2008)
Antifa:
In het Europees Parlement worden op initiatief van de Europese Volkspartij,
waarin de CDU de hoofdrol speelt, handtekeningen verzameld voor een
petitie om 23 augustus tot een gedenkdag voor de slachtoffers
van stalinistische en nazi-misdaden te verklaren. Wat is er
aan de hand?
Ulrich Schneider: Dit verzoek is een algemene ideologische
aanval op de historische fundamenten van de Europese naoorlogse ontwikkeling.
Ten eerste, laat het zien dat de totalitaire thesis in zuivere vorm,
via een antihistorische vergelijking van het stalinisme en het fascisme
uitgaat. Al enkele jaren geleden probeerde men met een Zwartboek
van het communisme aan te tonen dat de socialistische experimenten
in Oost-Europese landen vergelijkbaar waren met de misdaden van het
fascisme, vooral de Duitse.
Wat is de consequentie? Dit betekent niet alleen een historisch onjuiste
vergelijking tussen fascistische dictatuur en de verschillende vormen
van socialistische maatschappijvormen. Maar bovendien ontwikkelt men
daarmede een relativering van de fascistische vernietigingspolitiek,
welke daarmede een min of meer onschadelijke rol krijgt toebedeeld.
Dit ontkennen de initiatiefnemers van het verzoekschrift niet. Het
gaat hen erom, letterlijk, om de gevolgen en het belang van
het Sovjettijdperk en de bezetting in de postcommunistische
landen in het middelpunt van de herdenking te plaatsen. Perfide
is het voorstel in het bijzonder vanwege de voorgenomen datum van
de Gedenkdag. Wat gebeurde namelijk op 23 augustus? Het
is de datum van ondertekening van het Duits-Russische niet-aanvalsverdrag
in 1939 door de minister van Buitenlandse Zaken van fascistisch Duitsland,
Ribbentropp, en de minister van Buitenlandse Zaken van de USSR, Molotov.
Iedereen die vertrouwd is met de geschiedenis, weet dat aan dit verdrag
de inspanningen van de USSR voorafgingen om samen met de westerse
mogendheden een alliantie tegen de fascistische oorlogsplannen te
smeden. Aangezien de pogingen van de USSR om tot een alliantie te
komen zonder succes bleken te zijn, leidde het tot dit verdrag, zodat
de Sovjet-Unie tijd zou kunnen winnen in een mogelijke militaire aanval
van het Duitse fascisme.
Antifa: Maar het niet-aanvalsverdrag was, zoals we nu weten,
nogal problematisch?
Ulrich Schneider: Natuurlijk. Door de aanvullende overeenkomsten
zijn meer verregaande afspraken gemaakt. In hedendaags perspectief
zijn er ook enkele aanwijzingen dat de Sovjet-Unie om hun vermogen
de verdediging te versterken in de gewonnen tijd niet altijd efficiënt
gebruikte. Vanuit antifascistische zijde bekeken zijn dit duidelijke
kritiekpunten.
Maar dat alles geeft geen enkele rechtvaardiging, de verjaardag van
de ondertekening van het verdrag tot Gedenkdag van het totalitarisme
te maken. Denkt men daar verder over, dan kan men tot de stelling
komen, dat Duitsland en de USSR voor de Tweede Wereldoorlog en de
slachtoffers van de fascistische vernietigingspolitiek in gelijke
mate verantwoordelijk zouden zijn (
).
Een volstrekt onhoudbare positie! Men probeert het centrale uitgangspunt
van de Europese naoorlogse ontwikkeling, de gezamenlijke actie van
de volkeren en staten in de anti-Hitler coalitie voor de bevrijding
van hun land van de fascistische barbarij, te ontkennen en te vervangen.
Naast de versterking van anticommunisme lijkt dit mij absoluut centraal
te staan bij deze provocatie.
Antifa: Waarom verschijnt deze aanval juist nu in het Europees
Parlement?
Ulrich Schneider: Het Europees Parlement heeft in de afgelopen
jaren herhaaldelijk doelbewust antifascistisch gebied stelling genomen:
Ik herinner me het besluit van het Europese Parlement, om de 27e januari,
de verjaardag van de bevrijding van het vernietigingskamp Auschwitz
door het Sovjetleger, officieel als Europese herdenkingsdag voor alle
slachtoffers van de fascistische vervolging te maken.
Ik herinner
me de beslissing van het Parlement van 1993 betreffende het behoud
van historische plekken van de fascistische vervolging en vernietigingskampen.
Specifiek in dit besluit is dat elk verbinding met herdenking van
andere vormen van politiek onrecht afgewezen werd.
Het zou van cruciaal politiek belang zijn, wanneer men erin zou slagen,
deze antifascistische consensus in het Europese Parlement te vernietigen.
Antifa: Hoe staat de FIR tegenover dit voorstel, en wat doen
de overige antifascistische organisaties in Europa tegen deze provocatie?
Ulrich Schneider: Als secretaris-generaal van de Internationale
Federatie van Verzetsstrijders (FIR) en de Federatie van de antifascisten,
ben ik erg blij dat een aantal lidorganisaties, o.a. van Griekenland,
al duidelijke verklaringen afgegeven hebben.
Ik hoop en verwacht dat andere lidorganisaties in de toelichting en
de verklaringen van hun respectieve leden van het Europarlement oproepen
van die resolutie af te zien. De totalitarisme-verklaring is een product
van de Koude Oorlog en kan geen basis vormen voor een
toekomstig Europa.
De vragen werden gesteld door Regina Girod, vertaling: Piet Schouten
Toenmalige joodse partizanen die
tegen de nazi-bezetting hebben gevochten, zijn in Litouwen mikpunt
van openlijke discriminerende aanklachten. Al bijna een jaar komt
het openbaar ministerie met een zaak wegens vermeende oorlogsmisdaden
die door partizanen in de Tweede Wereldoorlog gepleegd zouden zijn.
In de lijst met aanklachten van het openbaar ministerie zijn uitsluitend
joodse namen te vinden. Formele onderzoeken zijn gericht tegen Onbekend,
de voormalige strijders zullen worden gehoord als getuigen. Daarbij
wordt verondersteld dat zij bekend waren met vermeende misdadigers
onder hun medestrijders. Het is veelzeggend dat Litouwen geen actie
ondernomen heeft om de talrijke lokale nazi-collaborateurs
voor het gerecht te dagen.