|
Boekrecensie: Panden
die verhalen Door Bert Bakkenes |
Het boek Panden die verhalen van Wout Buitelaar is zon poging. Het onderschrift luidt: Een kleine oorlogsgeschiedenis van de Utrechtse Maliebaan. Als er een straat in Nederland was waar de uitersten van de Tweede Wereldoorlog samenkwamen was het bij uitstek de Utrechtse Maliebaan. Niet alleen zat de straat vol Duitse instanties, waaronder de SD, waardoor het gebied de titel Unter den Linden, een verwijzing naar een gelijknamige straat in Berlijn, mee kreeg van de bezetter. Ook het hoofdkwartier van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB) van Anton Mussert zat in de Maliebaan.
|
De bezetters en hun handlangers Dat het oog van
de Duitse bezetters al snel na de capitulatie van het Nederlandse leger
in de Meidagen van 1940 op de Maliebaan viel, was niet zo verwonderlijk.
De straat bestond en bestaat nog steeds uit grote ruime gebouwen, die
een perfecte plaats boden aan de instanties die na de Duitse troepen
Utrecht binnentrokken. Het gevolg was dat de brede straat in de hele
oorlog wemelde van de uniformen. De Wehrmacht kreeg een pand aan de
Maliebaan, waar de stadscommandant zetelde, en ook de Sicherheits Polizei
kreeg de Utrechtse straat als uitvalbasis. Het boek geeft een gedetailleerd
overzicht van de Duitse instanties en schetst ook de geschiedenis van
de NSB. Dat Utrecht de Stad van de Beweging werd genoemd
was niet vreemd, want door de aanwezigheid van het NSB hoofdkwartier
waren er vaak bijeenkomsten, defilés en parades waarvoor NSB'ers,
WA'ers en andere aanhangers van de zogenaamde nieuwe orde
vanuit het hele land naar de Domstad reisden. Station Maliebaan In de Maliebaan voltrok zich ook een tragedie waarvan de omvang pas veel later duidelijk werd. Deze tragedie speelde zich af in Station Maliebaan, een uitgerangeerd station dat kort voor de oorlog en ook tijdens de bezetting alleen nog maar werd gebruikt voor militaire transporten. Eerst van het Nederlandse leger, en na de capitulatie door de Duitse bezetters. Maar het station kreeg later in de oorlog ook nog een andere bestemming. Het werd gebruikt als meldstation voor de Utrechtse Joden, nadat de Duitsers in 1942 hadden besloten om alle Nederlandse Joden te deporteren In 1940 woonden er in Utrecht tussen de 1400 en 1600 Joden. Hieronder waren 200 Joden die uit Duitsland waren gevlucht en in Nederland als statenloos te boek stonden. De Utrechtse Joden kregen vanaf de zomer van 1940, net als overal, te maken met de verschillende beperkingen die door de Duitsers werden opgelegd om de Joodse gemeenschap meer en meer te isoleren. |
| augustus 2008 |
De
Anti Fascist
|
12
|
|
Joodse ambtenaren werden ontslagen, bedrijven werden overgenomen, later kwam de registratie en het persoonsbewijs met de J. Een voorlopig hoogtepunt werd bereikt met het invoeren van de gele ster die op de kleding gedragen moest worden.
Wat niemand wist, was dat het Nazi regime intussen had besloten om de Joden in Europa te vernietigen. Dit zou op een industriële wijze worden uitgevoerd, vooral in grote kampen in Polen. Om dit doel te bereiken zouden de Joden uit alle delen van Europa worden gedeporteerd. In Utrecht begonnen de deportaties op 9 februari 1942, toen 150 Joodse vluchtelingen, die statenloos waren, zich moesten melden voor transport naar Westerbork. Een paar dagen later trof hetzelfde lot de vluchtelingenkinderen en een deel van het personeel van het Centraal Israëlitisch Weeshuis aan de Nieuwegracht. Deze transporten gingen nog via het Centraal Station en werden meestal in de nachtelijke uren uitgevoerd. Men wilde immers niet dat het teveel zou opvallen. Tot augustus bleef het Centraal Station in gebruik voor kleine transporten. Voor de grootschalige transporten namen de Duitsers het Station Maliebaan in gebruik. Dat gebeurde voor het eerst op 18 en 25 augustus 1942. Honderden gezinnen werden op de trein gezet, meestal naar Westerbork, soms via Amsterdam. Het laatste grote transport vanaf Station Maliebaan vertrok op 22 april 1943. Dit transport ging eerst naar Kamp Vught. Maar de uiteindelijke bestemming was steeds dezelfde; Auschwitz, Sobibor of Treblinka, en de complete vernietiging. Na dit laatste transport verklaarde de Nazis Utrecht vrij van Joden. Dit klopte niet want tussen de 300 en 400 Utrechtse Joden waren ondergedoken, deels in de stad en deels in de buiten gebieden. Op verschillende manieren werden deze onderduikers voorzien van bonkaarten, voedsel en kleding. Utrecht speelde in deze grote tragedie nog een andere rol omdat er in oktober 1940 in het Wilhelminapark een kinderthuis werd geopend dat de naam Kindjeshaven droeg. De initiatiefneemster Truitje van Lier gebruikte het tehuis om Joodse kinderen op te vangen en te verbergen. Het ging om kinderen uit Utrecht en omgeving, maar ook om kinderen en babys die uit Amsterdam werden gesmokkeld door het verzet. Waarschijnlijk heeft Kindjeshaven ongeveer 150 Joodse kinderen het leven gered. Als dekmantel neemt het tehuis ook kinderen op die het gevolg zijn van relaties tussen Duitse militairen en Utrechtse moeders. Bij controles komt dit goed van pas omdat er minder wantrouwen is. Toch wordt de situatie in het najaar van 1944 steeds gevaarlijker omdat de SD achterdocht begon te krijgen, en Truitje van Lier duikt onder. Haar assistent zet het tehuis voort tot begin 1945 als de deuren dicht kunnen omdat voor alle kinderen een goed heenkomen is gevonden. Er was ook nog een andere organisatie in Utrecht die zich met Joodse kinderen bezig hield. Het ging |
hierbij om het Kindercomité. Dit comité fungeerde als tussenstation voor Joodse kinderen die uit Amsterdam werden gesmokkeld. Langs deze weg werden 350 kinderen in het hele land ondergebracht. Voor noodopvang werd er vaak een beroep op Kindjeshaven gedaan. Overigens was Truitje van Lier niet de enige verzetsheldin in haar familie. Haar nicht, Truus van Lier, die lid was van de linkse verzetsgroep CS-6, schoot de Utrechtse politiecommissaris dood. Zij werd in een Duits kamp geëxecuteerd. Truitje overleefde de oorlog. Haard
van verzet
Het spreekt voor zich dat er verliezen waren. Zo werd Frits Iordens van het Kindercomité in maart 943 in Hasselt neergeschoten toen hij met pilotenhulp bezig was. Arrestaties waren er ook, maar het netwerk is de hele oorlog blijven functioneren, en de Duitsers hebben er nooit echt grip op gekregen. Het verzet was ook vertegenwoordigd op de Maliebaan zelf. In het pand van Garage Grund op Nr. 71 zat vanaf eind 1940 een stencilpost van eerst De Vonk en later De Waarheid. Het werk stond onder leiding van Henk en Marie van de Heuvel, die al voor de oorlog lid van de CPN waren. Henk werkte in de garage als pompbediende en het kwam voor dat hij aan de voorkant Duitse militaire wagens stond vol te tanken terwijl grote stapels kranten via de achterdeur het pand verlieten. Het illegale werk van de CPN in Utrecht begon al in een heel vroeg stadium van de bezetting onder leiding van districtsbestuurder Wiep van Apeldoorn. Hij bracht al in juli 1940 een gestencild blaadje uit dat de naam Economisch Nieuws meekreeg, en om de twee weken uitkwam. In november 1940 werd de naam gewijzigd tot De Vonk. Er werd veel van De Waarheid overgenomen, omdat de nieuwsvoorziening steeds moeilijker werd. Vanaf augustus 1943 werd ook het Utrechtse blad omgedoopt tot De Waarheid. Het blad kwam nu iedere week uit en vanaf april 1945 zelfs iedere dag. |
| augustus 2008 |
De
Anti Fascist
|
13
|
|
Naast zijn werk voor de illegale pers zette Wiep van Apeldoorn een illegale verzetsorganisatie op die bestond uit leden van de CPN en ook niet leden. Om veiligheidsredenen mocht de groep zich niet bemoeien met partijactiviteiten. Wiep ging later ook landelijk aan de slag en hij werd in 1941 in Utrecht opgevolgd door Henk Roeterdink. Roeterdink zette zelf ook weer verschillende netwerken op waarvan alle draden bij hem samenkwamen. Er werd hulp gegeven aan onderduikers en er werden bonkaarten verspreid. Natuurlijk werd er ook veel werk verzet voor de illegale pers. Henk Roeterdink had ook contact met de Raad van Verzet, en bood op een zeker moment ook onderdak aan de Haarlemse verzetsstrijdster Hannie Schaft. Zij was in Utrecht voor een liquidatie. Waarschijnlijk ging het hierbij om de jacht op Piet Vosveld, een voormalige CPN-bestuurder die door de SD was omgedraaid en zeker 22 CPN mensen heeft verraden, waaronder Jan Dieters. Het lukte Hannie Schaft en Jan Bonekamp niet om de verrader te pakken te krijgen. Vosveld kwam uit Soest en de RVV hoopte hem daar in de buurt in de kraag te grijpen. Hannie had hierover onder meer contact met de Amersfoortse verzetsman Roel Wolthuis. Maar Vosveld verdween naar Friesland en heeft de oorlog overleefd.
Begin 1943 werd hij door de SD gearresteerd, maar hij ontsnapte uit de gevangenis van Arnhem.Jeanne Schrijver, die ook was opgepakt, pleegde in de gevangenis zelfmoord. Wiep van Apeldoorn dook onder en haalde het einde van de oorlog. De verzetscel in Garage Grund, die hij had opgezet, heeft nooit directe contacten met de Utrechtse CPN gehad en is de hele oorlog zelfstandig blijven functioneren. De SD kreeg er geen grip op ondanks verwoedde pogingen. Vanaf september 1944 was de groep ook betrokken bij een gezamenlijk blad dat Oranje Bulletin heette. Het ging om een lokaal initiatief, maar wel op professionele basis. Zo was er een echte zetter betrokken. September 1944 Voor sommige verzetsstrijders
van het eerste uur was het opzetten van de BS een grote teleurstelling.
Ze bleven weliswaar meedoen, omdat ze het als hun plicht zagen. Maar
de BS zou nooit hun club worden, in tegendeel. Er waren ook groepen
die gewoon botweg weigerden iets met de BS te maken te hebben. Ze bleven
hun eigen weg gaan, en in veel gevallen bleek dit ook veiliger. |
Alle berichten die door Terpstra naar Rotterdam werden gekoerierd, werden via een zender in de Biesbosch naar Londen verzonden. Er waren ongeveer 20 medewerk(st)ers in Utrecht, en de groep had geen enkel contact met de andere verzetsgroepen in de stad. Roelof Terpstra weigerde om veiligheidsredenen om zijn groep te laten aansluiten bij de BS. Zijn netwerk haalde zonder verliezen het einde van de oorlog. Landelijk telde de Albrechtgroep ongeveer 800 mensen en in de laatste oorlogswinter gaf de organisatie via Utrecht 2000 militaire situatierapporten door. Na de bevrijding kreeg de groep hiervoor een compliment van het Canadese leger, dat goed van de informatie gebruik had gemaakt. Het spoor Bevrijding Toch zou er nog een tragedie plaatsvinden in de stad die nog jaren het onderwerp van gesprek zou zijn. Een BS arrestatie-eenheid trok op 7 mei richting de Maliebaan, waar de BS haar hoofdkwartier zou opzetten. Op de hoek van de Nassaustraat en de Koningslaan stuitte de eenheid op een Duitse vrachtwagen. De BS-mannen sommeerden de Duitsers om uit te stappen en hun wapens in te leveren. Dit gebeurde zonder problemen. Maar een andere groep Duitsers, waaronder ook SS'ers, zagen dit en begonnen te schieten. Van de 12 BS'ers overleefden maar twee mannen de schietpartij. De BS-eenheid was gewapend, maar behoorde eigenlijk niet tot het gewapende deel van de BS en werd dan ook totaal verrast door de Duitse vuurkracht. Eigenlijk waren de mannen niet geschikt voor dit soort werk, omdat ze geen ervaring hadden. Maar de BS had militair vertoon op straat nodig, en dat betekende dat ieder lid hiervoor ingezet kon worden. Nog jaren is er gediscussieerd over wie nu precies het eerste schot had gelost. Uiteindelijk verdween de hele zaak in de doofpot. Panden die verhalen Panden die Verhalen,
een kleine oorlogsgeschiedenis van de Utrechtse Maliebaan, Wout Buitelaar. |
| augustus 2008 |
De
Anti Fascist
|
14
|