HET RIJKSDAGBRANDPROCES
21 september tot 22 december 1933

Speciale DDR-postzegel t.g.v. de 100ste geboortedag van Georgi Dimitroff, die de nog steeds geldende definitie van het fascisme gaf.Josef Stalin en Georgi Dimitroff, 1936
De ontmaskering van het fascisme

De door de fascisten zelf in scène gezette Rijksdagbrand die het Hitlerregime voor zijn doel nodig had, wilden ze met een groot schijnproces tegen de aangeklaagde communisten -als tweede acte van de anti-communisten veldtocht - bekronen. Dat mislukte grondig. Het door de nazi’s voorgeleide offer, Georgi Dimitroff, een Bulgaarse revolutionair, lid van de communistische internationale, werd zelf aanklager.
Voor het gerecht ging Dimitroff met zijn indringende vragen naar onweerlegbare feiten, met zijn ontmaskering van leugenachtige of onder druk gezette getuigen en met zijn aanklacht dat alleen een fascistisch systeem zo’n provocatie nodig had, in het offensief. Ondanks repressieve maatregelen tegen hem, ondanks fascistische rechters en daarmee gelijk te schakelen publiciteits-media, stortte de aanklacht tegen hem ineen, werd zijn ontmaskering van de werkelijke brandstichters overal bekend, moest het fascistische Hitlerregime een geweldige nederlaag incasseren en de communisten vrijlaten. Een wereldwijde campagne van solidariteit, bijzonder ondersteunt door het door de KPD uitgegeven bruinboek en het Londense tegenproces, hielpen de ten onrechte aangeklaagden te bevrijden.

Dimitroff tegen Göring
Göring:
"De recherche zal alle aanwijzingen natrekken, maakt u niet ongerust. Ik moet alleen vaststellen: Is die misdaad buiten de politieke sfeer gepleegd of is het een politieke misdaad. Volgens mij is het een politiek misdrijf en tevens is het mijn overtuiging dat de misdadigers in uw partij gezocht moeten worden".
Hij schudt zijn vuist tegen Dimitroff en schreeuwt:

"Uw partij is een partij van misdadigers die men vernietigen moet! En als het gerechtelijk onderzoek zich in deze richting heeft laten beïnvloeden, dan heeft men alleen in de juiste richting gezocht".
Dimitroff:
"Is het de heer Ministerpresident bekend dat de partij ‘die men vernietigen moet’, het zesde deel van de aarde regeert, namelijk de Sowjet-Unie, dat deze Sowjet-Unie diplomatieke, politieke en economische betrekkingen met Duitsland onderhoudt en dat die economische overeenkomsten honderdduizenden Duitse arbeiders ten goede komen?"
Voorzitter van de rechtbank tegen Dimitroff:
"Ik verbied u hier communistische propaganda te bedrijven".
Dimitroff:
"De heer Göring bedrijft hier nationaal-socialistische propaganda".
Hij keert zich naar Göring en vervolgt:
"Deze bolsjewistische wereldbeschouwing heerst in de Sowjet-Unie, in het grootste en beste land van de wereld en heeft hier in Duitsland miljoenen aanhangers onder de beste vertegenwoordigers van het Duitse volk.
Is het bekend... "

Göring brullend:
"Ik zal u vertellen wat het Duitse volk bekend is, dat u zich hier onbeschaamd gedraagt, dat u hierbinnen gekomen bent om de Rijksdag in brand te steken. Maar ik ben niet hier om voor u als voor een rechter te staan, om van u verwijten aan te horen. U bent in mijn ogen een smeerlap die direct aan de galg behoort te hangen".
Dimitroff:
"U heeft nogal angst voor mijn vragen, niet meneer de Minister-President?"


mei 2008
De Anti Fascist
8

 

Dimitroff tegen Goebbels
Dimitroff:
"Heeft de getuige niet zelf via de radio, niet alleen de communistische, maar ook de sociaal-democratische partij als aanstichter van de brand genoemd?
Volgens deze rede, en de verklaringen van minister Göring en andere regeringspersonen, waren de aanstichters van de brand niet alleen de communisten, maar ook de sociaal-democraten."

President van de Rechtbank:
"In hoeverre staat dit in verband met de vraag wie de Rijksdag in brand heeft gestoken?"
Goebbels:
"Ik wil die vraag graag beantwoorden. Ik heb de indruk dat Dimitroff voor deze Rechtbank propaganda voor de communistische- respectievelijk sociaal-democratische partij wil maken en hen wil verdedigen. Ik weet wat propaganda is en hij kan zich de moeite besparen om mij door zulke vragen in verwarring te brengen. Dat zal hem niet gelukken. Als wij de communisten als de daders aanwijzen, is daarmee tevens de vaste verbinding met de sociaal-democratie bedoeld. Voor ons bestaat het verschil tussen beide partijen alleen in de tactiek en het tempo, niet in hun streven. Als we dus het communisme als uiterste vorm van het marxisme als aanstichters van de Rijksdagbrand ontmaskeren, dan is daarmee natuurlijk ook, met de communistische partij, de sociaal-democratie vernietigd."
Dimitroff:
"Al deze vragen hangen samen met de politieke aanklacht tegen mij. Mijn aanklagers hopen door middel van de Rijksdagbrand een gewelddadige verandering van de Duitse wetgeving te bereiken. Ik vraag me af welke wet er op 30 januari en op 27 februari in Duitsland van kracht was".
Goebbels:
‘De wet van Weimar was van kracht. De veranderingen zullen we niet aan de communisten overlaten, dat hebben we onszelf beloofd’.
Dimitroff:

‘Dat is een bewijs dat u de wet niet eerbiedigt’.

Uit Dimitroffs slotwoord
Dimitroff:
"Wat hebben de gerechtelijke onderzoekingen opgeleverd, mijne heren rechters? De leugen dat de Rijksdagbrand een communistische zaak was, is volkomen ontzenuwd. De Rijksdagbrand staat in geen enkele verbinding met de KPD, niet direct en niet indirect, ook met geen demonstratie, geen te stellen daad, met niets van dien aard. Dat werd door de gerechtelijke bewijsvoering absoluut bewezen. De hele inzet was in deze tijd: In verweer tegen het opkomende fascisme. De KPD probeerde het verzet van de massa, de verdediging te organiseren.
Het is nu bewezen dat de Rijksdagbrand een aanleiding, een aanloop tot een groots opgezette vernietigings-veldslag tegen de arbeidersklasse en haar voorhoede de
KPD, was. Van deze samenhang is ook de noodverordening van de Duitse regering van 28 februari 1933 een bewijs. Deze werd onmiddellijk na de brand afgekondigd.
Bestudeert u dat document. Wat staat daarin?
Daarin leest u dat verschillende wetsartikelen, namelijk de artikelen over vrijheid van organisatie, de onschendbaarheid van de persoon, de woning enzovoort, buiten werking gesteld worden. Dat is het wezen van de noodverordening, de werkelijke bedoeling. Een veldtocht tegen de arbeidersklasse."

President interrumpeert:
"Niet tegen de arbeidersklasse, maar tegen de communisten".
Dimitroff:
"Ik moet zeggen dat op grond van deze Noodverordening niet alleen communisten, maar ook sociaal-democratische en christelijke arbeiders gearresteerd worden en hun organisaties verboden. In de politieke situatie van deze periode (begin 1933) zijn er twee hoofdpunten: Het streven van de nationaal-socialisten naar de alleen-heerschappij en daartegen het optreden van de communistische partij dat er op gericht was een eenheidsfront van arbeiders te formeren.
Naar mijn mening blijkt dit ook duidelijk uit het gerechtelijk onderzoek van dit proces. De nationaal-socialisten hadden een afleidingsmanoeuvre nodig, om de opmerkzaamheid van de moeilijkheden in de binnenlandse gelederen af te wenden en het eenheidsfront van de arbeiders te doorbreken."


mei 2008
De Anti Fascist
9

 

50 jaren later
We zijn bijna 50 jaar later in het Gerechtsgebouw te Leipzig waar het proces gevoerd werd. Het gebouw is nu het Dimitroff-museum. We zijn er op zaterdagmiddag. Later lezen we op onze entree-biljetten dat het dan na 2 uur gesloten is. Wij worden er niet op attent gemaakt. De Nederlandse bezoekers tonen zo’n belangstelling en herkennen zoveel van het tentoongestelde, dat de mensen begrijpen met voor-oorlogse anti-fascisten te maken te hebben. Aan het einde van de rondgang worden we in de Rechtszaal gevoerd. Precies nog zoals deze was in 1933. We gaan langs de zijkant zitten en terwijl een paar dames vertellen, zien we ze zitten.
De verdachten, de rechters, de bewakers en de pers. We hebben deze zaal al dikwijls gezien op films en foto’s en weten hoe het was. Om hier te zijn is een belevenis die we niet graag gemist zouden hebben. Om hier te zitten en de sfeer die zo goed bewaard is, te kunnen voelen. Dan zet men een geluidsinstallatie aan en we horen de bijpassende geluiden. De Rechters, Dimitroff en Göring. Het geschreeuw van deze fascist, buiten zinnen van woede door de verdediging van Dimitroff. De dames vertellen nog hoe op de stoep van dit gebouw Hitler aan het dol gemaakte volk vertelde dat de aangeklaagden hun straf aan de galg zouden ondergaan.
In deze Rechtszaal werd Dimitroff vrijgesproken. Toen hij als vrij man de trappen afliep, werd hij beneden in de hal opnieuw gearresteerd, in ‘Schutzhaft’ genomen. Wij weten de goede afloop voor hem, zijn uitlevering aan de Sowjet-Unie, die de statenloze Bulgaar het staatsburgerschap had verleend. Het fascisme was toen nog niet sterk genoeg om hem te vermoorden. 12 Jaar later schoot Hitler zichzelf een kogel door het hoofd en namen Göring en Goebbels een gifpil in om de afrekening aan de galg te voorkomen. De geschiedenis had toen bewezen dat fascisme zelfs voor de grootste kopstukken nadelig is.
Tijdens ons bezoek aan het museum vertelde men dat de moeder van Dimitroff, die tijdens het proces was overgekomen, door de Nederlandse advocate Bakker-Noord dikwijls was opgevangen. Weet iemand van onze lezers daarvan meer?
Bij de tentoonstelling was ook een vitrine met boeken die toen

Bruinboek

over het proces uitkwamen in verschillende talen. Ook het Bruinboek. Niets echter in het Nederlands. Kan iemand zich daarvan nog wat herinneren? Wie heeft nog zulke uitgaven?

HET LONDENSE TEGENPROCES

Op 20 september 1933 opende in Londen een onderzoek-commissie een tegenproces van het Rijksdagproces. Onder voorzitterschap van de Britse hoofdprocureur D.N. Fritt hoorde de commissie juristen van naam uit vele lauden. Te midden van hen was hoogstens één communist, twee of drie waren sociaal-democraat en de overigen liberaal. Er bij was ook uit Amerika, Garfield Hays, verdediger van Sacco en Vanzetti.
Op de manier van een Engels Gerechtshof - vandaar de naam Londens tegenproces - hoorde en beoordeelde deze niet officiële commissie in openbare zittingen de getuigenverklaringen van alle getuigen die zij buiten Duitsland konden horen. Spoorde tegenstrijdigheden in de officiële nazi-berichten op, onderzocht de politieke situatie van de verkiezingen van 5 maart van dat jaar, het conflict tus-sen nazi’s en duits-nationalen, de voorgeschiedenis van Van der Lubbe en bewezen de onweerlegbare alibi’s van aangeklaagden.
Daarbij speelden twee wezenlijke leugens van de nazi’s een rol. Naar aanleiding van de bewering dat Van der Lubbe bekend had dat hij lid van de communistische partij was, bewees de commissie dat de Nederlander in 1931 uit de partij ging en daarna openlijk anti-communistisch en zelfs fascistisch stelling nam. Zo sprak hij in oktober
1932 op een fascistische reünie. De Nederlanders Plasmeyer en Van Zanten verklaarden o.a. dat Van der Lubbe zich op een vergadering van stakende taxi-chauffeurs te Leiden, eerder fascistisch dan communistisch uitliet.
Ook de leugen dat in het Karl Liebknechthuis - de zetel van de KPD - materiaal gevonden was dat opriep tot terroristische

acties, werd weerlegd. De commissie wees er op dat dat gebouw sinds 17 februari door de politie bezet was en meerdere huiszoekingen in het bijzijn van een KPD-vertegenwoordiger zonder gevolg bleven. Pas op 24 februari, en wel tijdens een huiszoeking waarbij geen KPD-vertegenwoordiger aanwezig was, werden de genoemde documenten gevonden, terwijl de aangekondigde openbaarmaking ‘binnen de kortste tijd’ tot nu toe niet plaats had. De commissie noemde daarom alle daarop betrekking hebbende bewijzen "niet bewezen", ja zelfs "verdachtmakingen".
De commissie kwam tot de slotconclusie dat van de bewijzen waarop de medeplichtigheid van de KPD was gegrond, de eerste onwaar en de tweede, op zijn zachts gezegd, onwaarschijnlijk was. Zij betoogde op grond van de tot nu toe getoonde documenten de vier aangeklaagden niet alleen volkomen onschuldig, maar ook, vrij van iedere verdenking van enige verbinding met de Rijksdagbrand waren.
De commissie onderzocht ook de rol van Göring en stelde vast dat zoals Fritt het formuleerde - "De brand een onder medeplichtigheid van Göring doorgevoerde nazi-provocatie was, die de nazi’s de mogelijkheid moest geven hun belangrijkste tegenstanders te vernietigen en de macht te grijpen". Dit oordeel, aan de vooravond van de Rechtszitting in Leipzig, bleef niet zonder uitwerking op het proces dat 21 september begon.
Het Londense tegenproces was een deel van de strijd van de democratische wereldopinie tegen de nazibrandstichters, dat op zichzelf een deel van de anti-fascistische strijd onder leiding van de internationale arbeidersklasse was.

mei 2008
De Anti Fascist
10