|
Eindelijk de waarheid over de dood van Monne de Miranda Door Bert Bakkenes |
|
Jarenlang is er verwarring geweest rond de dood van de voormalige Amsterdamse SDAP-wethouder Monne de Miranda in Kamp Amersfoort tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat de beroemde wethouder van joodse afkomst het kamp niet overleefde was op zijn leeftijd niet zo verwonderlijk. Hij was één van de vele slachtoffers van één van de beruchtste kampen in Nederland. Wat wel vrij uitzonderlijk was, is het feit dat hij niet werd vermoord door de SS-bewakers of van honger of ziekte stierf, maar door medegevangenen om het leven werd gebracht. En dan ook nog op een gruwelijke manier. Aan dit verhaal werd nog iets toegevoegd wat zowel passend was in het Koude Oorlog denken van na de oorlog, als in het huidige tijdperk van geschiedvervalsing. Steeds opnieuw werd immers beweerd dat de Miranda door communistische gevangenen zou zijn vermoord. Dit omdat hij niet populair zou zijn geweest onder de communisten als gevolg van zijn werkverschaffingsprojecten en andere zaken uit de tijd dat hij wethouder in de hoofdstad was. Salomon Rodrigues de Miranda, beter bekend als Monne, werd op 21 november 1875 in Amsterdam geboren als zoon van een diamantbewerker. Hij speelde al vroeg een rol in de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond (ANDB), en werd lid van de Sociaal Democratische Arbeiders Partij (SDAP). In de ANDB werd hij in 1916 in het Bondsbestuur gekozen. Vijf jaar eerder was hij al in de Amsterdamse gemeenteraad gekozen voor de SDAP. Tussen 1919 en 1939 was hij bijna constant wethouder onder meer voor Volkshuisvesting en Publieke Werken. De Miranda liet een aantal zwem en wasinrichtingen bouwen en nam ook de stadsvernieuwing ter hand. Hij werd in veel kringen als een vooruitstrevend man gezien die een grote stempel drukte op de volkshuisvesting in Amsterdam. Maar ook op het gebied van de werkgelegenheid was hij actief, inclusief de werkverschaffing, en dat maakte dat hij onder sommige groepen arbeiders niet echt populair was. Met de opkomst van het fascisme in de jaren dertig kreeg de Miranda, ondanks het feit dat hij de godsdienst had afgezworen, meer en meer te maken met verschillende vormen van anti-semitisme. In januari 1939 beschuldigde de Telegraaf hem van onregelmatigheden met betrekking tot de uitgifte van bouwgronden. Er werd een onderzoek ingesteld dat de Miranda vrijpleitte, maar wel vaststelde dat er beleidsfouten waren gemaakt. Toen over dit onderzoek werd gesproken was Monne de Miranda niet aanwezig in de raadszaal omdat hij voor een zware depressie werd verpleegd. Hij zou nooit meer naar de Amsterdamse gemeenteraad terugkeren. Dit kwam deels ook door de Duitse bezetting die ook voor de Miranda een eindeloze serie van pesterijen en bedreigingen opleverde. |
Amersfoort. De Miranda werd na aankomst in het kamp ingedeeld in het zogeheten Judenkommando, het zwaarste commando in het kamp. De gevangenen moesten zware lichamelijk arbeid verrichten en werden veel geslagen. Voor een man van 67 jaar stond dit gelijk aan een doodvonnis. Maar er kwam nog iets bij. Vanuit verschillende kringen is steeds beweerd dat andere gevangenen, vooral communisten, het op de Miranda voorzien hadden. Zo gaat het verhaal dat deze gevangenen het cijfer 7 op zijn lichaam schilderden, omdat hij het niet meer als 7 dagen zou volhouden. Daar zouden zij wel voor zorgen. Inderdaad werd de Miranda door medegevangenen bruut mishandeld, maar uit een nieuw onderzoek is gebleken, dat het hierbij niet om communisten ging. Het verhaal dat het communisten waren geweest die Monne de Miranda hadden vermoord, dook in 2005 opnieuw op in Vrij Nederland als onderdeel van een groter artikel over het optreden van communisten in de concentratiekampen. Het artikel was ontstaan uit een andere geschiedenis die kort tevoren was onthuld, door de Woudenbergse verzetsman Gerrit Kleinveld. Hij vertelde kort voor zijn dood dat hij van een voormalige gevangene had gehoord dat de dichter Jan Campert in Neuengamme door medegevangen was vermoord omdat hij informatie aan de kampleiding had gegeven en voedsel gestolen. Voor Vrij Nederland was dit verhaal aanleiding om het communistisch verzet opnieuw in een kwaad daglicht te zetten. Het artikel, inclusief de beweringen rond de moord op de Miranda kwam onder ogen van een voormalig journalist van de Amersfoortse Courant, Godert van Colmjon, die het Campert artikel had geschreven. Het gemak waarmee Vrij Nederland de communistische verzetsmensen aanviel ergerde hem en hij besloot de ware toedracht rond de moord op de Miranda te onderzoeken. |
| mei 2008 |
De
Anti Fascist
|
14
|
|
Na veel onderzoek
in de Nationale Bibliotheek en het NIOD kwam hij met een hele andere
versie van het drama. Volgens de inmiddels overleden historicus Dr.
Lou de Jong was de hoofddader van de moord op Monne de Miranda Teun
van Es, een gevangene die lid was geweest van de christelijk nationalistische
verzetsgroep De Geuzen, en intussen als kapo optrad. Zijn mededaders
zouden de communisten Jan Hurksman en Willem Eegdeman zijn geweest.
Volgens de Jong was de volledige toedracht niet meer te achterhalen.
geschopt. Na twee dagen werd hij uitgeput opgenomen in de ziekenbarak. Daar mocht hij een paar dagen op adem komen maar werd al snel weer aan het werk gestuurd door de kampdokter, een NSB'er. Op 2 november 1942 werd de Miranda onder het bloed op een kruiwagen door een gevangene het kamp in gereden na weer te zijn mishandeld tijdens het zware werk. Hij werd op de grond gegooid en aan zijn lot overgelaten. Pas uren later werd hij naar de ziekenbarak gebracht. Volgens een hulpverpleger werd hij daarna naar de wasruimte gebracht omdat hij zich had bevuild. Daar stond Teun van Es samen met Joop Greeven en Jan Goedknecht al op hem te wachten. Ook Greeven was lid geweest van De Geuzen. De mannen spoelden de Miranda eerst af met een straal ijskoud water. Daarna werd hij bespoten met heet water en de straal werd op zijn hartstreek gericht. De kapo's bleven spuiten tot de Miranda geen teken van leven meer gaf. Als doodsoorzaak werd hartstilstand opgegeven. Aan het hele drama was geen enkele Duitse bewaker te pas |
gekomen. Uit onderzoek na de oorlog bleek al dat van Es de hoofddader was. Maar het verhaal over een communistische moord bleef rondzingen. Een totale leugen. De mannen die Lou de Jong noemde hadden geen rol in de zaak. Op 9 augustus 1950 werd Teun van Es tot 12 jaar gevangenisstraf veroordeeld voor 55 aanklachten van mishandeling en doodslag. Hij werd ontoerekeningsvatbaar verklaard en kreeg TBR (Ter Beschikkingstelling van de Regering, nu TBS). Maar in 1955 werd hij al weer vrijgelaten. De TBR-straf heeft hij nooit hoeven ondergaan. In april 2000 is hij overleden. Niemand anders is voor de moord op Monne de Miranda ooit veroordeeld. Volgens Godert van Colmjon staat het nu vast dat de voormalig wethouder door twee christelijke verzetslieden is vermoord en niet door communistische medegevangenen. Zijn versie van het verhaal, dat eerder in De Gids verscheen, wordt ondertussen ook door het NIOD onderschreven. Wat het motief voor de laffe moord is geweest is nog enigszins onduidelijk. Bekend is dat de kapo's het vaak vooral op joodse gevangenen hadden voorzien. Er zal dus zeker een behoorlijk dosis anti-semitisme in het spel zijn geweest. Volgens Colmjon werd het mishandelen van een prominente persoonlijkheid als een afleiding gezien. Maar dat verklaard nog steeds niet de haat die van Es tegen de Miranda aan de dag legde. Dat het zo lang heeft geduurd om de waarheid boven tafel te halen heeft vooral te maken met het feit dat het journalisten en historici in het verleden wel goed uitkwam om de moord in de schoenen van communisten te schuiven. Het droeg bij aan de algemene hetze. Volgens Godert van Colmjon was al de informatie die hij heeft gebruikt al jaren gewoon beschikbaar. Alleen was niemand bereid er naar te kijken. Na de oorlog werd Monne de Miranda samen met andere vermoorde gevangenen herbegraven op de Joodse Begraafplaats aan de Soesterweg in Amersfoort. De ceremonie werd bijgewoond door de Amsterdamse Opperrabbijn Tal. Bronnen:
|
| mei 2008 |
De
Anti Fascist
|
15
|