Serviërs pleegden geen genocide
Interview met dr. Milan Bulajic
Door Petar Pasic, Glas Javnosti 20 mei 2005, vertaling Denise Grobben

Dr. Milan Bulajic, voorzitter van de Foundation for the Research of Genocide, praat over het lijden van Bosnische moslims in Srebrenica en over Servische slachtoffers.


Alleen voor eerlijk gebruik
Gepubliceerd onder de
U.S. Code, Title 17, section 107.

Genocide-deskundige aan het woord
-Uitspraken -

o “De generale staf van het moslimleger gaf een bevel aan de 28ste divisie van het moslimleger in Srebrenica om aanvallen uit te voeren buiten de gedemilitariseerde zone, zodat de druk verlicht werd op de gehele operatie rondom Sarajevo.”

o “Waarom trok de regering van de FRY hun aanklacht tegen Bosnië-Hercegovina in, terwijl zij hun beschuldigingen tegen ons land niet introkken?”

o “De regering van de Servische Republiek selecteerde voor de commissie wel moslimvertegenwoordigers maar geen Servische deskundigen.”

o “Nog steeds is het exacte aantal omgekomen moslims (in Srebrenica) niet bekend, omdat de autoriteiten in Bosnië-Hercegovina weigeren een volkstelling uit te voeren.”

o “Leden van het leger van de Servische Republiek hebben geen genocide gepleegd tegen moslims in Srebrenica in juli 1995. Om dat te staven, ben ik bereid om mijn volledige vijftig jaar lange professionele carrière op het spel te zetten.”

o Met betrekking tot de aanstaande internationale conferentie in Srebrenica van 10 tot 14 juli 2005, zei dr. Milan Bulajic tegen Glas Javnosti dat de hoge vertegenwoordiger voor Bosnië-Hercegovina, Paddy Ashdown, en de voorzitter van het Instituut voor Oorlogsmisdaden in Bosnië-Hercegovina, dr. Smail Cekic, de wetenschap willen manipuleren (ten koste van alles) om te bewijzen dat het Servische leger genocide heeft gepleegd in Srebrenica.
-------------------------------------------------------------

Moslims offerden doelbewust hun eigen mensen op
Na jaren grondig onderzoek verricht te hebben, vat dr. Bulajic de situatie alsvolgt samen: De generale staf van het moslimleger gaf een bevel aan de 28ste divisie van het

moslimleger in Srebrenica om aanvallen uit te voeren buiten de gedemilitariseerde zone, zodat de druk verlicht werd op de gehele operatie rondom Sarajevo. En, zelfs al waren de autoriteiten van Srebrenica fel gekant tegen dergelijke provocaties, vlak voor de aanval op Srebrenica in 1995 werden veel aanvallen in Servisch gebied uitgevoerd, waarbij het Servische dorp Visnjica met de grond gelijk werd gemaakt. Het leger van de Servische republiek werd in de val gelokt.

Via UNPROFOR riep generaal Ratko Mladic de moslimsoldaten in de gedemilitariseerde zone op om hun wapens neer te leggen met de garantie dat ze als krijgsgevangenen zouden worden behandeld volgens de Conventie van Genève en onder toezicht van de VN. De generale staf van de moslims sloeg het aanbod af, maar zond vrouwen en kinderen naar de Serviërs in de UNPROFOR-basis in Potocani. Tegelijkertijd vertrok een bewapende eenheid vanuit Susnjar dwars door Servisch gebied in de richting van Tuzla. Het grootste aantal moslimsoldaten kwam daar in een vuurgevecht om. Het Tweede Korps van Tuzla bood hen bij deze gevaarlijke manoeuvre geen enkele ondersteuning.

Een tweede feit dat aantoont dat de moslims uit Srebrenica doelbewust opgeofferd werden. Vlak voor de aanval van het Servische leger, uitgelokt door de aanvallen op de Servische dorpen, werden de leider van de 28ste moslimdivisie, Naser Oric, en ongeveer twintig andere leidinggevende officieren teruggetrokken uit Srebrenica. Uit documentatie blijkt dat het moslimleger geen plannen had voor de verdediging van Srebrenica en dat het leger van de Servische Republiek de stad innam met zeer weinig middelen – tweehonderd soldaten en drie tanks.

Het werkelijke doel van de moslimautoriteiten was niet alleen om een situatie te creëren waarin de NAVO Servische posities kon bombarderen zonder goedkeuring van de veiligheidsraad, maar om de etnische zuiveringen van Serviërs in de Krajina, die met directe hulp van de VS en de NAVO vanaf begin augustus 1995 werden uitgevoerd, te verbergen.

Geen behoefte om de waarheid naar buiten te brengen
Volgens dr. Bulajic is nog steeds niet vastgesteld hoeveel moslims zijn omgekomen. “Als de moslimautoriteiten daadwerkelijk het aantal slachtoffers hadden willen weten, hadden ze een volkstelling kunnen houden en die vergelijken met de telling van 1991. Op deze manier had men het werkelijke aantal slachtoffers kunnen vaststellen, maar dat is


november 2007
De Anti Fascist
24

 

niet gebeurd. Er is zelfs in 2001 geen volkstelling gedaan, terwijl een telling iedere tien jaar verplicht is. Als er een volkstelling was gedaan, was ook duidelijk geworden hoeveel Serviërs in Srebrenica en Sarajevo zijn omgekomen. Bosnië Hercegovina is het enige land waar geen volkstelling heeft plaatsgevonden in 2001. Wellicht wilde men niet dat de waarheid bekend zou worden, aangezien duidelijk zou worden dat in feite Serviërs het slachtoffer waren van etnische zuiveringen en het aantal doden bekend zou worden, omgekomen in slachtpartijen in 192 Servische dorpen in de regio van Srebrenica. Het zou ook aangetoond hebben dat de hoeveelheid omgekomen en vermiste Serviërs in Sarajevo groter was dan het aantal moslims dat gedood was in Srebrenica. Daarom beweer ik dat er geen genocide plaatsvond in Srebrenica. Oorlogsmisdaden werden aan beide kanten begaan. ‘Het is van belang om exact te bepalen wie de misdaden beging en hoeveel slachtoffers van alle nationaliteiten en religies vielen, met naam en toenaam,’ aldus Bulajic.

Dr. Bulajic verklaarde ook dat hij een jaar geleden opperde om een internationale conferentie over het onderwerp in ons land te organiseren, waar Paddy Ashdown, dr. Cekic en andere internationale functionarissen voor uitgenodigd moesten worden. De staatscommissie voor Srebrenica van de Servische Republiek reageerde daarop alleen dat het voorstel doorgestuurd werd naar de regering van de Servische Republiek, en daar eindigde het mee.

Ingetrokken klachten na 5 oktober 2000
“Ik wil met name het volgende schokkende feit benadrukken, “ zegt dr. Bulajic. De moslimregering van Bosnië-Hercegovina heeft Servië aangeklaagd bij het Internationale Strafhof voor genocide in Bosnië, waarbij ze een schadevergoeding eisten van tussen de 200 en 300 miljard dollar. Naar aanleiding van die beschuldiging produceerden wij, met de hulp van een groep internationale advocaten, solide tegen-aanklachten voor misdaden tegen Serviërs. Een van de eerste dingen die de regering van de FRY echter deed na 2 oktober 2000 was het intrekken van deze beschuldiging, terwijl de aanklacht van de moslims van Bosnië-Hercegovina bleef staan. “Ook Kroatië diende een aanklacht in tegen Servië voor genocide in hun land, terwijl ons land geen aanklachten indiende tegen Kroatië voor Jasenovac, of voor de operaties ‘Flash’ en ‘Storm’,” zegt Bulajic.

Volgens Bulajic speelt de regering van de Servische Republiek een vreemde rol in deze kwestie. Dr. Smail Cekic is lid van de staatscommissie voor Srebrenica van de Servische Republiek, maar niet dr. Bulajic en/of de bekende deskundigen die hij voordroeg - professor dr. Srboljub Zivanovic (Londen) en George Bogdanic en Philip Corwin (New York). Namens de commissie ondertekende dr. Cekic het voorlopige rapport – de aanklacht van 12 april 2004, met betrekking tot de zogenaamde weigering van de generale staf van het leger van de Servische Republiek en de minister van

Binnenlandse Zaken om de waarheid over Srebrenica naar boven te halen.

“Het uiteindelijke rapport van de commissie van 15 oktober 2004 werd niet openbaar gemaakt,” zegt Bulajic. Toen Carla del Ponte, ten overstaan van de VN veiligheidsraad en de NAVO-vergadering, beweerde dat de Serviërs hadden toegegeven dat hun leger 7.800 moslims had omgebracht, maar dat het aantal niet in het rapport werd genoemd, omdat het de commissie niet ging om het aantal slachtoffers maar alleen het aantal vermisten, en toen de moslims bevestigden dat het rapport niet in zijn geheel was gepubliceerd, concludeerde ik dat de ‘genocide tegen moslims’ in Srebrenica beschouwd moest worden als weer één in de rij van valse beschuldigingen.

Srebrenica was een centrum voor de jihad
“Het leger van de Servische Republiek had geen plannen om de door de VN beschermde zone van Srebrenica in juli 1995 in te nemen. Operatie ‘Krivaja 95’ was verwrongen (??). Srebrenica was niet gedemilitariseerd zoals vastgelegd in de resolutie van de veiligheidsraad (819/93) en in het Akkoord van de Demilitarisatie van 17 april 1993 tussen de generaals Ratko Mladic en Safet Halilovic met goedkeuring van generaal Erik Vah’grene. Srebrenica werd een centrum van terroristische jihad-activiteiten, onder leiding van de 28ste moslimdivisie, die onder aanvoering stond van Naser Oric, en met de aanwezigheid van Arabische moedjaheddien. (Er zijn documenten en video’s die dit bewijzen). Honderdtweeënveertig Servische dorpen werden vernietigd, de inwoners verbannen en hun huizen verbrand. Er werd melding gemaakt van veel onthoofdingen en van besnijdenis van pasgeboren jongetjes. ‘Over het algemeen werden de aanvallen uitgevoerd tijdens orthodoxe feestdagen, zoals St. Petersdag en Kerstmis 1993,’ merkt dr. Bulajic op.

Bron:
http://www.srpska-mreza.com/Bosnia/Srebrenica/Not-a-genocide.html

Zelfbeschikking NU!


november 2007
25