“Zwartboek” deel 2; De realiteit achter de film

Door Bert Bakkenes

In het vorige nummer hebben we een recensie geplaatst van de film “Zwartboek”. Hierbij is ook ingegaan op de achtergronden van de film. Dit aspect willen we nu verder uitdiepen met een blik op verschillende personen die deels voor de hoofdrolspelers van “Zwartboek” model hebben gestaan.

De realiteit gaat verder dan de fictie
Volgens de makers van “Zwartboek” is de film gebaseerd op ware gebeurtenissen, vooral in de omgeving Den Haag. In een interview voor de Wereld Omroep legde regisseur Paul Verhoeven uit dat de personages in de film zijn samengebracht uit verschillende mensen die in de oorlog bij getoonde gebeurtenissen waren betrokken. Zo is de hoofdpersoon Rachel Stein, opgebouwd uit drie of vier verschillende vrouwen. Hij noemde onder meer Ans van Dijk, Esmée van Eeghen (zie artikel: “Ten prooi aan de liefde”) en Kitty ten Hove. Met wat kennis van zaken zijn ook andere persoonlijkheden te herkennen.

Zo is de kans groot dat achter de persoon Van Gein de verrader Christiaan Lindemans (King Kong) schuilt gaat die wist door te dringen tot de staf van Prins Bernard. Volgens vele bronnen was hij onder meer verantwoordelijk voor het verraden van de luchtlandingen bij Arnhem aan de Duitsers. Lindemans had nog veel meer op zijn geweten, waaronder de vernietiging van CS-6, en door zijn toedoen hebben honderden mensen de dood gevonden. Na de oorlog werd hij opgepakt en van verraad beschuldigd. Maar in 1946 werd hem de kans geboden om zelfmoord te plegen, waarschijnlijk omdat hij te veel wist tot op het hoogste niveau. In hetzelfde personage bevinden zich ook elementen van Anton van der Waals, een andere bekende V-mann die onnoemelijk veel slachtoffers maakte, en de Rotterdamse verzetsman Kees Bitter die door de SD was omgedraaid en vele vrienden en medestrijders aan de vijand uitleverde. Deze laatste werd door het verzet ontdekt en gedood.

Ook de notaris uit de film is gebaseerd op een bestaand iemand. Notaris de Boer werd kort na de bevrijding in zijn huis in de Goudenregenstraat in Den Haag vermoord. Hij had een lange staat van dienst in de illegaliteit, en wist ook precies wie er met de Duitsers hadden samengewerkt en op welk niveau. Hij had over al deze zaken een boekhouding bijgehouden, die door sommige minder schone illegalen als een bedreiging werd gezien. Deze kennis is hem uiteindelijk noodlottig geworden. Tijdens de aanslag werd zijn vrouw ernstig verwond. De dader of daders zijn nooit gevonden.

Joodse onderduikers
Een van de meest schokkende aspecten van “Zwartboek” is de manier waarop joodse onderduikers, die proberen naar het

bevrijdde Zuiden te ontsnappen, door dubbelagenten in de illegaliteit in handen van de SD worden gespeeld en vermoord. Hun bezittingen worden door de Duitse en Nederlandse daders broederlijk verdeeld. Ook deze gebeurtenissen berusten op feiten. Dit brengt ons bij Ans van Dijk. Ans van Dijk was zelf van joodse afkomst en zij werd door de beruchte Amsterdamse politieman Pieter Schaap opgepakt op 1ste paasdag 1943. In plaats van haar meteen naar Westerbork of een gevangenis af te voeren werd zij onder druk gezet om via infiltratie te helpen bij de jacht op joodse onderduikers in Amsterdam. De druk was zo groot dat ze uiteindelijk toestemde. Ze ging als V-frau (informant) werken voor het Bureau Joodse Zaken van de Amsterdamse politie. De eigenlijke leiding van de jodenvervolging in Amsterdam lag in handen van SD-hoofd Willy Lages. Maar hij had hiervoor maar ongeveer 60 Duitsers tot zijn beschikking, dus werd het merendeel van het werk gewoon uitgevoerd door het Nederlandse ambtenarenapparaat inclusief de Amsterdamse politie.

Ans van Dijk kreeg de beschikking over een woning in de Rivierenbuurt, Jekerstraat 46-2, en van daaruit begon ze met haar lesbische partner Mies de Regt joodse mensen die een veilig heenkomen zochten in de val te lokken. Het systeem werkte heel simpel, Ans van Dijk legde contacten met mensen die hulp nodig hadden of uit Nederland weg wilden. Ze bracht ze onder in het huis in de Jekerstraat, dat als een veilige haven werd voorgespiegeld. Maar in plaats van naar een veilige plaats speelde zij de mensen in handen van de SD die ze meteen afvoerde naar de Hollandsche Schouwburg en uiteindelijk de dood in de gaskamers. Voor ieder persoon die in de val liep kreeg Ans van Dijk fl. 7,50 uitbetaald, het zogenaamde ‘Kopgeld’.
Na de oorlog werd Ans van Dijk opgepakt en in 1948 ter dood veroordeeld. Zij werd door de marechaussee in Fort Bijlmer in Weesperkaspel geëxecuteerd.

Op zich was Ans van Dijk maar een klein onderdeel van een veel groter netwerk dat zich met dit soort zaken bezighield. Zij werkte voor een belangrijke schakel binnen dit netwerk dat bekend stond als het Kommando Henneicke, de collaborateur en onderwereldfiguur Dries Riphagen. Dr. Akkermans in de film is deels op dit figuur gebaseerd. Riphagen had een vaste kring mensen om zich heen waarmee hij al voor de oorlog werkte. Het ging hierbij om Joop Out, Harry Rond, Gerrit Verbeek en Toon Kuijper. De groep liet honderden mensen in de val lopen en gaf ze pas door aan de SD nadat ze al hun bezittingen in eigen zak hadden laten verdwijnen. Geld, effecten, sieraden, alles was welkom.
Bij dit deel van de operatie speelde Ans van Dijk geen enkele rol. Haar drijfveer was om te overleven. Volgens betrouwbare schattingen maakte de groep ongeveer 3400 slachtoffers waarvan bijna niemand de oorlog heeft overleefd.


augustus 2007
3

 

Riphagen
Andries Riphagen, geboren in 1909, kan tot de zwaarste gevallen van de lange lijst collaborateurs en verraders worden gerekend. Na een moeilijke jeugd en een woelige carrière als matroos kwam hij op 18-jarige leeftijd in aanraking met de Amsterdamse onderwereld. Hij wilde geen lid van de NSB worden, maar sloot zich wel aan bij de NSNAP, een extreem antisemitische groep die de NSB als een stel zwakkelingen beschouwde. Ongeveer in diezelfde periode werd hij souteneur op het Rembrandtplein en ontwikkelde hij een voorkeur voor dure sieraden en juwelen. Deze eigenschap zou hem later goed van pas komen.

Riphagen verzamelde niet alleen juwelen, maar ook een vaste kliek om zich heen waarmee hij handelde in auto’s, deelnam aan de zwarte markt en een bekend gezicht werd in de gokwereld van Amsterdam. In de oorlog zette hij deze activiteiten gewoon voort, en als gevolg van zijn politieke overtuiging ging hij al snel samenwerken met de Duitse bezetters. Hij werkte al binnen korte tijd als V-mann voor de SD in Den Haag. Zijn criminele activiteiten gingen gewoon door en hij bleef met dezelfde mensen opereren. Hij werd door zijn Duitse bazen zo gewaardeerd dat hij al snel in vaste dienst kwam en mocht gaan werken voor een bureau in Amsterdam dat zich ondermeer bezighield met het opsporen van joods bezit. Van alle goederen die ze in beslagnamen mochten ze 5 tot 10% houden. Maar al snel hielden ze het merendeel van de buit voor zichzelf.

Omdat Riphagen en zijn vrienden in Amsterdam actief bleven maakten ze al snel kennis met de drie broers Olij, Jan, Kees en Sam, die in 1943 bekend stonden als felle jodenjagers. Al deze figuren kwamen samen in het Kommando Henneicke, waar ook veel NSB’ers deel van uitmaakten. Het ging Riphagen voor de wind en eind 1943 had hij een klein fortuin bij elkaar gestolen. De buit bracht hij regelmatig over naar bankkluizen in België en Zwitserland. Ans van Dijk was niet de enige die door de groep werd gedwongen om joodse onderduikers op te sporen en te infiltreren in het verzet. Uiteindelijke maakte de Riphagenkliek het te bont en het Kommando Henneicke werd ontbonden als gevolg van de enorme corruptie die door hun Duitse bazen was ontdekt. Riphagen liet zich echter niet tegenhouden en vertrok naar Assen waar hij deel ging uitmaken van de beruchte Gruppe Hoffmann van de SD. Deze groep hield zich vooral bezig met het opsporen van ondergedoken geallieerden piloten en geallieerde wapendroppings.

Doodkist
Na de oorlog wist Riphagen uit handen van de autoriteiten te blijven. Hij kreeg contact met een dubieuze privé-inlichtingendienst die op zoek was naar collaborateurs. Deze groep, onder leiding van oud-verzetsman Wim Sanders, hield er vreemde methoden op na. Zo werd Riphagen niet aan de autoriteiten overgedragen, maar onder een soort huisarrest geplaatst. Hij werd betrokken bij het opsporen van andere collaborateurs. Sanders zelf was een voormalige chef van politie in Enschede, en ondanks zijn activiteiten voor het verzet had hij een discutabele rol gespeeld in de jodenvervolging in Twente.

Het was dan ook geen wonder dat Riphagen er in 1946 in slaagde om te ‘ontsnappen’. Er wordt gezegd dat hij in een lijkkist de Nederlandse grens over werd gesmokkeld, waar hij al werd opgewacht door zijn oude vrienden uit de Amsterdamse onderwereld. Zij hielpen hem verder op zijn weg naar het zuiden. Eerst door België en Frankrijk, tot aan de Spaanse grens waar de groep uiteen ging.
Aangekomen in Spanje kwam Riphagen nog een paar maal in moeilijkheden, maar uiteindelijk kwam hij in 1948 in Argentinië terecht, net als vele andere Nazi misdadigers. Daar begon hij een nieuwe carrière. Uiteindelijk kwam hij terug naar Europa, maar hij heeft voor zijn daden tijdens de oorlog nooit verantwoordelijkheid af hoeven te leggen. In 1973 is hij in Montreaux aan kanker gestorven. Financiële problemen heeft hij nooit meer gehad. Dat was geen wonder. Hij heeft zonder problemen zijn oorlogsbuit uit de banken van België en Zwitserland kunnen halen.

Terwijl Ans van Dijk de kogel kreeg, mocht haar directe baas met zijn flonkerende buit ontsnappen. En hij was niet de enige die er met het leven van afkwam. Lages en Aus der Fünten, beide verantwoordelijk voor het wegvoeren van de Joden, ontsnapten aan het vuurpeloton. Lages kreeg in 1966 gratie uit gezondheidsoverwegingen en Aus der Fünten kwam in 1989 vrij na 44 jaar gevangenschap. Hun hoge rang had hun de doodstraf bespaard. Wat betreft de ambtenaren en politiemensen die betrokken waren bij het wegvoeren van de joodse bevolking kan gezegd worden dat ze bijna allemaal op hun plaats bleven na de oorlog. Van de zuiveringen binnen het ambtenarenapparaat en de politie is bijna niets terechtgekomen. Zelfs de personen die wel werden aangepakt zaten al snel weer op hun oude vertrouwde plaats. Van gerechtigheid was in dit hoofdstuk van de geschiedenis absoluut geen sprake.

Bronnen:
“Als Slachtoffers Daders worden: De zaak van de Joodse Verraadster Ans van Dijk”; Koos Groen; Ambo Baarn; 1994.
Riphagen, De Amsterdamse onderwereld, 1940 – 1945, B Middelburg en R ter Steege; Amsterdam 1990
Website: www.go2war2.nl september 2006
Interview Paul Verhoeven Wereld Omroep 11-09-2006

Carice van Houten als Rachel Stein in de film Zwartboek
Carice van Houten als Rachel Stein in de film Zwartboek


augustus 2007
4

 

Esmée van Eeghen; ten prooi aan de liefde

De hoofdrolspeelster in de film “Zwartboek” Rachel Stein, is deels gebaseerd op de verzetsvrouw Esmée van Eeghen, die uiteindelijk slachtoffer werd van haar woelige liefdesleven. Er zijn weinig vrouwen in het verzet geweest die zo veel stof hebben doen opwaaien als Esmée van Eeghen. Mensen die haar hebben gekend zeiden allemaal dat er maar twee manieren waren om met Esmée om te gaan; of je hield van haar, of je kon haar niet uitstaan. Ondanks dit alles heeft ze een grote rol in het verzet gespeeld, vooral in Friesland, een rol die haar uiteindelijk noodlottig zou worden.
Esmée van Eeghen werd geboren op 18 juli 1918 in Amsterdam. Haar vader Reginald, van Engelse afkomst, was directeur van de Amstelbrouwerij. De moeder van Esmée was jonkvrouw Minette Adrienne van Lennep, beter bekend als Miesje van Lennep. Esmée had een broer die Dave heette en twee jaar jonger was als zij. Ze had een fijne, beschermde jeugd, ondanks het feit dat haar vader toen ze acht was na zijn echtscheiding naar Amerika vertrok, waar hij in 1936 in San Francisco overleed.

De eerste stappen
Henk Kluvers besloot op een zeker moment voor de illegaliteit naar Friesland te gaan. Hij wilde onderdak regelen voor Amsterdamse studenten die hadden moeten onderduiken omdat ze geweigerd hadden om de Duitse loyaliteitsverklaring te tekenen. Esmée besloot mee te gaan naar Friesland. Dat wilde Kluvers in eerste instantie niet hebben. Hij vond dat ze niet sterk en hard genoeg was voor het verzet. Volgens hem was ze te lief. Daar kwam nog bij dat ze in Friesland teveel zou opvallen. Maar Esmée hield voet bij stuk. Ze wilde bij Kluvers blijven en zo vertrok het stel toch richting het Noorden. Kluvers had verwacht dat er in Friesland een organisatie klaar stond om de studenten op te vangen. Maar dit viel tegen. Hij vond alleen een terughoudend contactpersoon genaamd ds. Van der Wittel. Verder was er niets voorbereid. Die nacht sliep hij met Esmée in het Oranje Hotel in Leeuwarden. De volgende dag ging Esmée terug naar Amsterdam, maar ze kwam regelmatig naar Friesland om samen te zijn met haar Henk.

Stap voor stap raakte Esmée bij het verzet betrokken en ging mee op klussen. Op 25 juli 1943, de dag dat het verzet het Arbeidsbureau aan het Zaailand in Leeuwarden overviel, besloot ze voorgoed in Friesland te blijven.

Miesje van Lennep hertrouwde, dit keer met Alphert (Alph) baron Schimmelpenninck van der Oye. Esmée en Dave kregen er in 1931 een broertje bij. Hij kreeg de naam Sander en werd in Bloemendaal geboren. Twee jaar later vertrok het gezin naar Baarn waar ze een riant huis betrokken op de Spoorweglaan 14. Esmée had talent voor muziek, kon prachtig zingen en goed piano spelen. Er werd gezegd dat ze het perfecte gehoor had. Haar broer Dave ging in dienst en tijdens de mobilisatie van 1939 deed hij dienst bij het Vierde Regiment Huzaren in Amersfoort.
Foto: Esmée en Dave
Foto: Esmée en Dave

Ze deed haar best om niet op te vallen, en omdat ze intelligent en vastbesloten was leerde ze in een maand tijd de Friese taal. Maar ze bleef een mooie jonge vrouw uit de Randstad en dat maakte dat ze toch als iets bijzonders werd gezien. Ook door haar verzetsvrienden, waarvan een aantal verliefd op haar werd. Dat gaf zo af en toe problemen. Henk Kluvers had opdracht om in Friesland hulp te bieden aan de regionale Knokploeg (KP)-leider Krijn van den Helm. Henk stelde Esmée aan Krijn voor en hij zag meteen dat hij haar wel kon gebruiken.

Na de meidagen van 1940 werd hij lid van de Orde Dienst (OD), een van de eerste verzetsgroepen, die overwegend uit oud-militairen bestond. Na wat omzwervingen kwam Esmée te werken in het Burgerziekenhuis in Amsterdam. Het was in dit ziekenhuis dat ze in contact kwam met Henk Kluvers. Hij studeerde medicijnen, en werkte als assistent. Henk Kluvers was betrokken bij het verzet, en al snel sleepte hij Esmée mee. Niet alleen in het verzet trouwens, maar ook in de liefde want ze kregen een verhouding. Het was het begin van een verhaal dat tragisch zou aflopen en dat zelfs vandaag nog verschillend wordt beoordeeld. Voor sommigen was Esmée een warme, loyale vrouw die nergens bang voor was en goed met een revolver kon omgaan. Voor anderen, waaronder Dr., L. de Jong, was ze niets meer dan een verraadster die het leven van een aantal van haar vrienden op haar geweten had.

Hij stelde haar aan als koerierster, maar daar bleef het niet bij. Al snel zat Esmée in alle mogelijke soorten van verzetswerk. Ze haalde joodse kinderen uit Amsterdam en bracht die onder op duikadressen in Friesland. Ze zocht ook onderkomens voor volwassen joden en voor studenten die in Amsterdam niet veilig waren. Ze trok de hele provincie door met bonkaarten, persoonsbewijzen en andere documenten voor de onderduikers. De risico’s werden steeds groter.

Gewapend verzet
Esmée was intussen de hoofdkoerierster van Krijn van der Helm en samen met hem deed ze de meest gevaarlijke klussen. Ze gebruikten een ambulance om neergeschoten geallieerde piloten op te halen, ze vervoerde wapens en draaide haar hand ook niet om voor het meedoen aan gewapende overvallen.


augustus 2007
5

 

Bij iedere vergadering van het verzet was ze aanwezig, en ze was dus van praktisch alles op de hoogte. Daarbij kwam nog dat ze voor Krijn ook speciale opdrachten uitvoerde. Ze wist van geen ophouden en Piet Oberman, die in de zomer van 1944 Krijn van der Helm opvolgde als KP-leider in Friesland, heeft na de oorlog verklaard: “Esmée was buitengewoon goed op de hoogte van alles wat betrekking had op de verzetsbeweging in Friesland en zij kende veel leidinggevende illegale personen in andere provincies met wie zij als hoofdkoerierster in aanraking kwam. Zij woonde meermalen belangrijke besprekingen bij op het hoofdkwartier van de KP, destijds gevestigd ten huize van de heer Harm Kingma, directeur van een timmerfabriek in Leeuwarden en zijn vrouw Annie.
Geheel alleen heeft zij onder andere wapentransporten naar Limburg en Amsterdam verzorgd.”

Niet iedereen kon met Esmée overweg en vooral vrouwen zagen haar als een vreemd, vrijpostig wezen, dat een bedreiging vormde. Maar anderen hielden haar de hand boven het hoofd omdat ze veel gevaarlijk werk deed en daarmee veel respect had verworven. Er gaan veel verhalen rond over de koelbloedigheid van Esmée, de meeste zijn onmogelijk te bevestigen. Zo zou ze het voor elkaar hebben gekregen om een Duitse officier een koffer vol met wapens door de controle op het Centraal Station in Amsterdam te laten dragen. Ondanks de vele gevaren kon Esmée van Eeghen het niet laten om ook naar de lichtere kant van het leven te kijken. Ze kreeg een verhouding met Krijn van der Helm en schrok er ook niet voor terug om met andere KP’ers het bed in te duiken. KP-leider, Pieter Wijbenga, geeft toe dat hij ruzie kreeg met Krijn van der Helm over Esmée. Hij was tegen liefdesverhoudingen onder KP’ers en koeriersters en stak zijn mening niet onder stoelen of banken. Wijbenga had het gevoel dat Krijn door de verhouding met Esmée zijn ongeluk tegemoet rende. Krijn vond dit onzin en wilde er absoluut niet over discussiëren. Het vele werk dat Esmée verzette zei genoeg, volgens hem.

Rivaliteit
Volgens een andere KPer, Piet Meerburg, was er sprake van een soort rivaliteit tussen Krijn van der Helm en Pieter Wijbenga. Dit werd door Esmée van Eeghen nog versterkt. Volgens Meerburg waren beide mannen waarschijnlijk verliefd op Esmée.
Dit alles gebeurde nadat Henk Kluvers de verhouding met Esmée had beëindigd. Zij wilde graag trouwen en zo snel mogelijk een kind. Dat durfde Kluvers midden in de oorlog, met alle bijkomende gevaren, niet aan. Hij verliet Friesland en dook onder bij de familie van Esmée in Baarn. Daar werd hij ernstig ziek en had geen invloed meer op de dingen die zouden volgen. Veel verzetsmensen wilden niet geloven dat Krijn en Esmée (of Elly, zoals ze in het verzet heette) een verhouding hadden. Te meer omdat Krijn getrouwd was en een kind had. De echte problemen begonnen in het voorjaar van 1944. Er begonnen geruchten de ronde te doen in Friesland dat Esmée met Duitsers was gezien.

Het huis van de familie van Eeghen, Spoorweglaan 14 in Baarn (nu Gerrit van der Veenlaan)
Het huis van de familie van Eeghen, Spoorweglaan 14 in Baarn (nu Gerrit van der Veenlaan)

Zoals dat met geruchten gaat kwam er steeds iets bij. Iemand had haar in het Duits horen telefoneren. Er zou een foto de ronde doen waar ze met feestende Duitse officieren opstond. In een trein van Groningen naar Leeuwarden zou ze in de Wehrmacht-coupe een fles cognac hebben leeggedronken met een groep SD’ers, met een van de mannen, een zekere Zacharias Sleijfer, zou ze de nacht hebben doorgebracht. Maar anderen verwijzen dit soort geruchten naar het land der fabelen. Piet Meerburg gaf aan dat hij er niets van geloofde. Volgens hem was Esmée veel te kieskeurig voor dit soort dingen. Waarschijnlijk kwamen de verhalen allemaal van Sleijfer zelf. Hij was een Nederlander die in de oorlog voor de SD werkte. Na de bevrijding zat hij 5 jaar vast. Uiteindelijk kwam hij in een psychiatrische inrichting terecht waar hij in 1953 is overleden. Hij vertelde de Politieke Recherche hele verhalen over Esmée, inclusief het treinverhaal. Hij vertelde dat ze tijdens de treinreis naar de SD’er Lammers vroeg. Lammers was een Nederlandse SD’er die een grote rol speelde in de strijd tegen de illegaliteit in Friesland.

Krijn van der Helm heeft altijd gezegd dat Esmée in zijn opdracht contact met Duitse officieren zocht. Dit wordt bevestigd door Wijbenga, die na de oorlog vertelde dat hij en Krijn Esmée wilden inzetten om Sleijfer en Lammers uit de weg te ruimen. Ze moest de twee SD’ers naar Makkum lokken waar ze geliquideerd zouden worden. Door omstandigheden is van dit plan nooit iets gekomen. Er zijn ook andere voormalige KP’ers die bevestigen dat Esmée spioneerde in opdracht van Krijn. Sommigen zeggen dat ze op die manier informatie over haar broer Dave probeerde te krijgen die op een trawler in IJmuiden was opgepakt toen hij probeerde om naar Engeland over te steken. De tocht was verraden. Hij overleed kort voor de bevrijding waarschijnlijk van uitputting in Bergen-Belsen.


augustus 2007
6

 

Problemen
In mei/juni 1944 werden steeds meer leden van de KP wantrouwig met betrekking tot Esmée van Eeghen. Het werd duidelijk dat ze contact had met een Wehrmacht-officier die Schmälzlein heette en in Leeuwarden woonde. Weliswaar had ze contact met de man gemaakt in opdracht van Krijn van der Helm, maar haar gedrag begon te veranderen. Ze werd naar Amsterdam gestuurd voor een opdracht en kwam pas weken later terug. In haar gebruikelijke KP-kringen was ze nauwelijks meer te vinden. Op een zeker moment kwam de KP’er achter dat ze in het huis van Schmälzlein woonde, en dat daar ook nog een andere vrouw huisde. Op een ander moment werd ze openlijk in Groningen gezien arm in arm met Hans Schmälzlein, Oberzahlmeister bij het Verpflegungsamt in Groningen. Esmée vertelde een voormalige hospita dat ze van Schmälzlein was gaan houden, en dat ze dit niet onder stoelen of banken wenste te steken. Ze bleef nog wel illegaal werk doen en gaf het ook door als ze via haar contact hoorde dat er razzia’s gepland stonden. Krijn van der Helm bleef volhouden dat alles in opdracht gebeurde, maar zijn ruzies met Wijbenga over Esmée liepen steeds hoger op. Wijbenga wilde Esmée confronteren met de situatie, maar volgens Krijn was ze naar België voor een familiekwestie. Later zou ze met TB in het ziekenhuis liggen. Wijbenga vertrouwde de zaak steeds minder, maar na de oorlog is gebleken dat het ziekenhuisverhaal wel klopte.

Esmée en Dave tijdens de oorlog
Esmée en Dave tijdens de oorlog

Waar Esmée in die tijd precies verbleef is niet meer te achterhalen, maar in juni 1944 was ze in Baarn bij haar moeder. De KP’ers Piet Oberman en Wijbenga hebben altijd beweerd dat ze bij Schmälzlein woonde. Vooral Oberman, die onder de naam Piet Kramer werkte, was erg tegen Esmée gekant en hij wilde haar eigenlijk uit de weg hebben. Hij wilde de zaak aan het veemgericht voorleggen. Dit was een verzetsrechtbank die moest voorkomen dat verzetsmensen over de schreef gingen. Maar Krijn van der Helm was hier zwaar op tegen. Hij was bang dat er een doodsoordeel zou worden uitgesproken. De zaak kwam tot een soort climax op 15 juli 1944. Op die dag, het was een zaterdag, overviel de SD het Kaaspakhuis in Leeuwarden en nam de gehele administratie van het Friese verzet in beslag. De inval was het gevolg van de arrestatie van de voormalige politieman Ben de Vries die zich bij de KP had aangesloten. Hij werd tijdens een actie door de Landwacht aangeschoten en gearresteerd. Ben de Vries werd urenlang zwaar mishandeld en sloeg door. Het gevolg was een aantal invallen in huizen van verzetsmensen en een inval in het Kaaspakhuis.

Daar werden wapens, munitie, uniformen en zelfs geschut gevonden. Maar erger nog was dat de volledige administratie in handen van de SD viel. Er waren veel brieven, een kaartsysteem met de code erbij en namenlijsten van mensen die geld gaven om onderduikers te ondersteunen. Kortom, de ramp was compleet. Omdat de KP-leden tijdig waren gewaarschuwd en er wat tijd voorbij was gegaan werden er weinig mensen opgepakt. Bijna alle leidende leden konden onderduiken.

Vertrek
In die zelfde tijd ontdekte men dat Esmée weer in Leeuwarden was, en er ontstond een theorie dat zij de boel verraden moest hebben. Krijn van der Helm sprak dit woedend tegen, maar toen hij ontdekte dat ze wel degelijk in het huis van Schmälzlein was, moest hij toegeven dat ze voor het verzet verloren was. Wel was intussen, na onderzoek, bekend dat ze geen verraad had gepleegd. Er werd contact opgenomen met het veemgericht en het advies was dat Esmée te gevaarlijk voor het verzet was en geliquideerd moest worden. Krijn bleef hier fel op tegen en redde zo in feite haar leven. Er werd besloten dat Esmée Friesland moest verlaten, zoniet zou ze als nog worden neergeschoten. Een andere koerierster nam contact met haar op in het huis van Schmälzlein. Esmée vertelde haar dat ze van de Duitse officier hield en met hem wilde trouwen. Ze wilde naar Duitsland verhuizen en zeker niet terug naar het verzet. Daarna had ze nog een ontmoeting met verschillende KP’ers waaronder Krijn. Ze bleef bij haar besluit en zei dat ze bang was voor verschillende SD’ers waaronder Lammers. Schmälzlein zou haar kunnen beschermen. De KP’ers maakten duidelijk dat ze de volgende dag uit Friesland weg moest wezen, anders werd ze omgelegd. Esmée beloofde dat ze zou gaan en ze hield haar woord. Ze werd uitgeleide gedaan door haar Duitse vriend en vertrok naar haar familie in Baarn.

Esmée bleef een paar weken in Baarn en ging nooit terug naar Leeuwarden. Naar Duitsland is ze ook nooit gegaan. Van alle kanten vreesde ze voor haar leven. De SD was op de hoogte van haar activiteiten en haar hospita was opgepakt. Ben de Vries had tijdens de verhoren haar naam genoemd, en er bleef weinig voor de SD verborgen. Het net begon zich langzaamaan te sluiten. De SD’er Lammers was er erg op gebrand om Esmée in handen te krijgen, want hij verdacht haar van betrokkenheid bij de liquidatie van de foute politieman Sikke Wolters uit Heerenveen, die 27 juli 1944 was omgelegd, en een vriend van Lammers was. Ben de Vries had haar betrokkenheid bevestigd. Lammers ging nu met enkele andere SD’ers echt op jacht naar Esmée. Via een andere vrouw die ook bij de Duitse officier Schmälzlein verbleef kreeg hij extra informatie. Zij was de vriendin van een andere officier die op hetzelfde adres woonde. De vrouw, alleen bekend als Bep H. (Antoinette Jaake) maakte een afspraak met Esmée op het Centraal Station in Amsterdam. Ze ging met twee SD’ers, waaronder de gevreesde Faber, naar de hoofdstad en op 9 augustus 1944 werd Esmée door de SD’ers gearresteerd na dat Bep H haar doormiddel van een omhelzing had aangewezen. De twee dames werden in een café gearresteerd en na de nacht in Haarlem te hebben doorgebracht, reisde het gezelschap de volgende dag door naar Groningen. Bep H werd in Meppel vrijgelaten en keerde terug naar Leeuwarden. Esmée werd overgebracht naar het hoofdkwartier van de SD in Groningen. In een telefoongesprek met haar moeder kondigde ze aan dat er een paar SD’ers naar Baarn zouden komen om haar kamer te doorzoeken.


augustus 2007
7

 

Ze vroeg haar moeder om de mannen wat kleren mee te geven. Het is nooit echt duidelijk geworden waarom Bep H Esmée in handen van de SD speelde. Ingewijden zeggen dat jaloezie een rol speelde omdat ook zij een oogje op Schmälzlein had. Zelf heeft ze altijd gezegd dat Lammers haar had gedwongen.

In hechtenis
Volgens verschillende Duitse bronnen nam Esmée van Eeghen in het Scholtenshuis, het Groningse SD-hoofdkwartier, een speciale plaats in. Ze zou een eigen kamer hebben gehad en ze kreeg dagelijks brood en melk. Ook sigaretten zouden tot haar beschikking hebben gestaan. Dit werd na de oorlog door SD’ers verteld die bang waren voor de doodstraf. Echt betrouwbaar zijn deze verklaringen dus niet. Volgens Lammers klopt er allemaal niets van. Hij probeerde haar over te halen om voor de SD te werken. Maar hier kwam weinig van terecht. Lammers vertelde na de oorlog dat Esmée nooit is mishandeld en dat ze zonder veel moeite veel informatie over de illegaliteit prijs gaf. Ze zou ook namen genoemd hebben, onder meer de namen van de verzetsmensen die Wolters hadden geliquideerd. Hij verklaarde dat ze de namen van 5 belangrijke verzetsmensen had genoemd, die werden opgepakt. Ze zou ook Oberman hebben genoemd die in vrijheid bleef door van zich af te schieten. Lammers voegde er aan toe dat hij niet kon begrijpen dat het verzet zoveel vertrouwen in Esmée had gesteld.

Of Esmée van Eeghen ook echt namen heeft genoemd blijft onzeker. Volgens Pieter Wijbenga is het onwaarschijnlijk. De vijf mensen die door Lammers werden genoemd kwamen volgens Wijbenga voor een groot deel via andere wegen in handen van de Duitsers. En maar een van deze personen Ds Touwen, een predikant uit Makkum, werd uiteindelijk gefusilleerd. Volgens Wijbenga waren veel meer mensen tegen de muur gegaan als Esmée van Eeghen echt had verteld wat ze allemaal wist. Er wordt ook beweerd dat Krijn van der Helm door Esmée in handen van de Duitsers viel. Hij was ondergedoken in Amersfoort bij zijn ouders en een brief van Esmée aan zijn vrouw zou de SD op zijn spoor hebben gezet. Krijn werd vermoord door de Nederlandse SD’er Pieter Johan Faber, die ook Esmée arresteerde. Faber kwam doormiddel van de brief van der Helm in Amersfoort op het spoor. Tijdens een confrontatie op Krijn’s tweede onderduikadres, het huis van zijn schoonouders aan de Kapelweg, schoot Faber hem dood. De SD in Groningen was hier niet blij mee, omdat ze van der Helm graag levend in handen hadden gekregen. Een onderduikster, Ruth de Jonge, die getuige was van de moord meldde in Friesland wat er was gebeurd. Over een brief van Esmée heeft ze trouwens nooit iets gehoord.
KP’er Piet Meerburg is er van overtuigd dat Esmée van Eeghen geen verraad heeft gepleegd. Volgens hem was zij wel het soort persoon dat een verhouding met een Wehrmacht-officier zou aanknopen, maar niet met een SD’er of een SS’er. En hij is er van overtuigd dat ze nooit iemand verraden zou hebben. Meerburg: “Natuurlijk moet je iets zeggen als je verhoord wordt, en dat zal ze ook gedaan hebben, de SD wist al zoveel. Maar dat is geen verraad. De afspraak was dat je ten minste vierentwintig uur je mond hield, daarna kon je praten, dan was toch iedereen weg. Esmée wist alles, ze wist veel te veel.

Als ze echt verraad had gepleegd, had ze onnoemelijk veel schade kunnen aanrichten. Ik vind dat ze op een twijfelachtige manier met onzuivere motieven is aangevallen. Ze was en bleef een vreemde in Friesland, niet een van hen.’ De verklaringen over de tijd in het Scholtenshuis blijven elkaar tegenspreken. Het standpunt van Piet Meerburg lijkt het meest te passen. Esmée zal zeker wat dingen hebben verteld om te proberen haar leven te redden, maar van grootscheeps verraad is geen sprake geweest zoals sommigen beweren.

Executie
Wat er verder met Esmée is gebeurd bij de SD is moeilijk te achterhalen. Maar op 8 september 1944 vonden burgers uit Paddenpoel in de Gemeente Noorddijk het lijk van een jonge vrouw in het Van Starkenborghkanaal. De vrouw was elegant gekleed, en was om het leven gebracht met dertien kogelschoten. Een boer had die avond ervoor schoten gehoord. De moordenaar van Krijn van der Helm, Pieter Johan Faber, was bij de executie aanwezig, samen met zijn broer, en vertelde na de oorlog dat zijn chef, Untersturmführer Knorr, Esmée doodschoot. We laten hem aan het woord: “Ik hoorde van Knorr dat ‘Esmée en een zekere Kremer, (Luitje Kremer, 24 jaar en lid van de KP Noord-Drenthe), ‘ook een politieke arrestant, die avond moesten worden doodgeschoten ‘. Om negen uur zijn ze in de auto van Knorr gestapt, ‘We waren met z’n vijven, Knorr, mijn broer Karel, Esmée, Kremer en ik. Knorr chauffeerde. We zijn gereden door de nieuwe Ebbingestraat en zo in de richting van Winsum. Even buiten de stad stopte de wagen, onder welk voorwendsel dit gebeurde weet ik niet. Knorr stapte uit en liet daarop Esmée uitstappen. Ik ben daarop ook uitgestapt, met Kremer. Ongeveer op hetzelfde moment schoot Knorr Esmée dood. Ik heb daarna Kremer neergeschoten. Daarop hebben wij met ons drieën beide lijken in het daar aanwezige kanaal gegooid. Een en ander gebeurde in opdracht van Knorr en ik neem aan dat zowel Knorr als Haase (Chef van de SD in Groningen) hiervoor opdracht hadden van een hogere instantie. Hier is echter niet over gesproken.”
Haase ontkende na de oorlog dat de opdracht van hem kwam en gaf aan dat er waarschijnlijk een bevel uit Den Haag moet zijn gekomen. Waarom Knorr 13 keer schoot is ook niet duidelijk. Hij heeft er nooit iets over gezegd. Na de oorlog pleegde hij zelfmoord in een Haagse gevangenis voordat hij verhoord kon worden. Intussen had de moeder van Esmée van Eeghen sinds het telefoontje uit het Scholtenshuis niets meer van haar dochter gehoord. Ook na de bevrijding niet. Henk Kluvers ging bij haar navraag doen, maar werd niets wijzer. Kluvers is toen met Esmée’s moeder naar Groningen gegaan, waar al snel bleek dat het slecht nieuws was. Aan de hand van sieraden die op het lijk werden gevonden is Esmée uiteindelijk geïdentificeerd. Kluvers heeft daarna het proces van Faber in Groningen bijgewoond en volgens hem heeft Faber openlijk gezegd dat Esmée niemand had verraden. “Die kerel heeft mij persoonlijk gezegd dat Esmée niets heeft losgelaten. Ze hebben met haar rondgereden van het ene adres naar het andere, maar ze hebben niets uit haar gekregen.

Op het laatst begon het hen te vervelen en toen hebben ze haar gezegd weg te lopen. 'Auf der Flucht erschossen' heet dat.


augustus 2007
8

 

Nasleep
Esmée van Eeghen werd in eerste instantie op de Algemene Begraafplaats in Noorddijk begraven. Na de oorlog heeft haar moeder haar laten herbegraven op de begraafplaats aan de Wijkamplaan in Baarn. Ze ligt daar nog steeds, ondanks het feit dat haar familie na de bezetting nooit naar het huis in Baarn is teruggekeerd. Het lijk van Krijn van der Helm werd uiteindelijk teruggevonden in een massagraf bij Kamp Amersfoort. Hij werd onder grote belangstelling begraven in Leeuwarden. Het hele Friese verzet was bij de uitvaart aanwezig. Bep H (Antoinette Jaake), de verraadster van Esmée kreeg in 1946 12 jaar gevangenisstraf. Eerder was de doodstraf geëist. De moeder van Esmée ondertekende een verzoek tot gratie voor Bep. Van de Duitse officier Schmälzlein is nooit meer iets vernomen. Waarschijnlijk is hij aan het Oostfront omgekomen. Van de betrokken Nederlandse SD’ers kreeg Lammers levenslang. Hij kwam in 1964 vrij en werd voor altijd uit Friesland verbannen. Pieter Johan Faber, de man die Krijn van der Helm vermoorde kreeg de doodstraf. Hij werd in 1948 geëxecuteerd.

Bronnen:
“Ontroerend teder, Esmée van Eeghen” geschreven door Anita van Ommeren en Ageeth Scherphuis Vrij Nederland 13-09-1986
Herinneringen aan Dave en Esmée van Eeghen Sander Schimmelpenninck van der Oye Toronto, Canada. Internet bron
Korte biografieën David Hendrik van Eeghen en Esmée Adrienne van Eeghen, Begraafplaats Baarn, voorjaar 2007
Amersfoort 40-45 Joop Bloemhof, Deel 2

Het graf van Esmée in Baarn
Het graf van Esmée in Baarn

Rectificatie bij het artikel over Esmée van Eeghen
augustus 2007
9