|
Zwartboek deel 2; De realiteit achter de film Door Bert Bakkenes |
|
In het vorige nummer hebben we een recensie geplaatst van de film Zwartboek. Hierbij is ook ingegaan op de achtergronden van de film. Dit aspect willen we nu verder uitdiepen met een blik op verschillende personen die deels voor de hoofdrolspelers van Zwartboek model hebben gestaan. De realiteit
gaat verder dan de fictie Zo is de kans groot dat achter de persoon Van Gein de verrader Christiaan Lindemans (King Kong) schuilt gaat die wist door te dringen tot de staf van Prins Bernard. Volgens vele bronnen was hij onder meer verantwoordelijk voor het verraden van de luchtlandingen bij Arnhem aan de Duitsers. Lindemans had nog veel meer op zijn geweten, waaronder de vernietiging van CS-6, en door zijn toedoen hebben honderden mensen de dood gevonden. Na de oorlog werd hij opgepakt en van verraad beschuldigd. Maar in 1946 werd hem de kans geboden om zelfmoord te plegen, waarschijnlijk omdat hij te veel wist tot op het hoogste niveau. In hetzelfde personage bevinden zich ook elementen van Anton van der Waals, een andere bekende V-mann die onnoemelijk veel slachtoffers maakte, en de Rotterdamse verzetsman Kees Bitter die door de SD was omgedraaid en vele vrienden en medestrijders aan de vijand uitleverde. Deze laatste werd door het verzet ontdekt en gedood. Ook de notaris uit de film is gebaseerd op een bestaand iemand. Notaris de Boer werd kort na de bevrijding in zijn huis in de Goudenregenstraat in Den Haag vermoord. Hij had een lange staat van dienst in de illegaliteit, en wist ook precies wie er met de Duitsers hadden samengewerkt en op welk niveau. Hij had over al deze zaken een boekhouding bijgehouden, die door sommige minder schone illegalen als een bedreiging werd gezien. Deze kennis is hem uiteindelijk noodlottig geworden. Tijdens de aanslag werd zijn vrouw ernstig verwond. De dader of daders zijn nooit gevonden. Joodse onderduikers |
bevrijdde Zuiden te ontsnappen, door dubbelagenten in de illegaliteit in handen van de SD worden gespeeld en vermoord. Hun bezittingen worden door de Duitse en Nederlandse daders broederlijk verdeeld. Ook deze gebeurtenissen berusten op feiten. Dit brengt ons bij Ans van Dijk. Ans van Dijk was zelf van joodse afkomst en zij werd door de beruchte Amsterdamse politieman Pieter Schaap opgepakt op 1ste paasdag 1943. In plaats van haar meteen naar Westerbork of een gevangenis af te voeren werd zij onder druk gezet om via infiltratie te helpen bij de jacht op joodse onderduikers in Amsterdam. De druk was zo groot dat ze uiteindelijk toestemde. Ze ging als V-frau (informant) werken voor het Bureau Joodse Zaken van de Amsterdamse politie. De eigenlijke leiding van de jodenvervolging in Amsterdam lag in handen van SD-hoofd Willy Lages. Maar hij had hiervoor maar ongeveer 60 Duitsers tot zijn beschikking, dus werd het merendeel van het werk gewoon uitgevoerd door het Nederlandse ambtenarenapparaat inclusief de Amsterdamse politie. Ans van Dijk kreeg
de beschikking over een woning in de Rivierenbuurt, Jekerstraat 46-2,
en van daaruit begon ze met haar lesbische partner Mies de Regt joodse
mensen die een veilig heenkomen zochten in de val te lokken. Het systeem
werkte heel simpel, Ans van Dijk legde contacten met mensen die hulp
nodig hadden of uit Nederland weg wilden. Ze bracht ze onder in het
huis in de Jekerstraat, dat als een veilige haven werd voorgespiegeld.
Maar in plaats van naar een veilige plaats speelde zij de mensen in
handen van de SD die ze meteen afvoerde naar de Hollandsche Schouwburg
en uiteindelijk de dood in de gaskamers. Voor ieder persoon die in de
val liep kreeg Ans van Dijk fl. 7,50 uitbetaald, het zogenaamde Kopgeld.
Op zich was Ans
van Dijk maar een klein onderdeel van een veel groter netwerk dat zich
met dit soort zaken bezighield. Zij werkte voor een belangrijke schakel
binnen dit netwerk dat bekend stond als het Kommando Henneicke, de collaborateur
en onderwereldfiguur Dries Riphagen. Dr. Akkermans in de film is deels
op dit figuur gebaseerd. Riphagen had een vaste kring mensen om zich
heen waarmee hij al voor de oorlog werkte. Het ging hierbij om Joop
Out, Harry Rond, Gerrit Verbeek en Toon Kuijper. De groep liet honderden
mensen in de val lopen en gaf ze pas door aan de SD nadat ze al hun
bezittingen in eigen zak hadden laten verdwijnen. Geld, effecten, sieraden,
alles was welkom. |
| augustus 2007 |
3
|
|
Riphagen Riphagen verzamelde niet alleen juwelen, maar ook een vaste kliek om zich heen waarmee hij handelde in autos, deelnam aan de zwarte markt en een bekend gezicht werd in de gokwereld van Amsterdam. In de oorlog zette hij deze activiteiten gewoon voort, en als gevolg van zijn politieke overtuiging ging hij al snel samenwerken met de Duitse bezetters. Hij werkte al binnen korte tijd als V-mann voor de SD in Den Haag. Zijn criminele activiteiten gingen gewoon door en hij bleef met dezelfde mensen opereren. Hij werd door zijn Duitse bazen zo gewaardeerd dat hij al snel in vaste dienst kwam en mocht gaan werken voor een bureau in Amsterdam dat zich ondermeer bezighield met het opsporen van joods bezit. Van alle goederen die ze in beslagnamen mochten ze 5 tot 10% houden. Maar al snel hielden ze het merendeel van de buit voor zichzelf. Omdat Riphagen en zijn vrienden in Amsterdam actief bleven maakten ze al snel kennis met de drie broers Olij, Jan, Kees en Sam, die in 1943 bekend stonden als felle jodenjagers. Al deze figuren kwamen samen in het Kommando Henneicke, waar ook veel NSBers deel van uitmaakten. Het ging Riphagen voor de wind en eind 1943 had hij een klein fortuin bij elkaar gestolen. De buit bracht hij regelmatig over naar bankkluizen in België en Zwitserland. Ans van Dijk was niet de enige die door de groep werd gedwongen om joodse onderduikers op te sporen en te infiltreren in het verzet. Uiteindelijke maakte de Riphagenkliek het te bont en het Kommando Henneicke werd ontbonden als gevolg van de enorme corruptie die door hun Duitse bazen was ontdekt. Riphagen liet zich echter niet tegenhouden en vertrok naar Assen waar hij deel ging uitmaken van de beruchte Gruppe Hoffmann van de SD. Deze groep hield zich vooral bezig met het opsporen van ondergedoken geallieerden piloten en geallieerde wapendroppings. Doodkist |
Het was dan ook
geen wonder dat Riphagen er in 1946 in slaagde om te ontsnappen.
Er wordt gezegd dat hij in een lijkkist de Nederlandse grens over werd
gesmokkeld, waar hij al werd opgewacht door zijn oude vrienden uit de
Amsterdamse onderwereld. Zij hielpen hem verder op zijn weg naar het
zuiden. Eerst door België en Frankrijk, tot aan de Spaanse grens
waar de groep uiteen ging. Terwijl Ans van Dijk de kogel kreeg, mocht haar directe baas met zijn flonkerende buit ontsnappen. En hij was niet de enige die er met het leven van afkwam. Lages en Aus der Fünten, beide verantwoordelijk voor het wegvoeren van de Joden, ontsnapten aan het vuurpeloton. Lages kreeg in 1966 gratie uit gezondheidsoverwegingen en Aus der Fünten kwam in 1989 vrij na 44 jaar gevangenschap. Hun hoge rang had hun de doodstraf bespaard. Wat betreft de ambtenaren en politiemensen die betrokken waren bij het wegvoeren van de joodse bevolking kan gezegd worden dat ze bijna allemaal op hun plaats bleven na de oorlog. Van de zuiveringen binnen het ambtenarenapparaat en de politie is bijna niets terechtgekomen. Zelfs de personen die wel werden aangepakt zaten al snel weer op hun oude vertrouwde plaats. Van gerechtigheid was in dit hoofdstuk van de geschiedenis absoluut geen sprake. Bronnen:
|
| augustus 2007 |
4
|
|
Esmée van Eeghen; ten prooi aan de liefde De hoofdrolspeelster
in de film Zwartboek Rachel Stein, is deels gebaseerd op
de verzetsvrouw Esmée van Eeghen, die uiteindelijk slachtoffer
werd van haar woelige liefdesleven. Er zijn weinig vrouwen in het verzet
geweest die zo veel stof hebben doen opwaaien als Esmée van Eeghen.
Mensen die haar hebben gekend zeiden allemaal dat er maar twee manieren
waren om met Esmée om te gaan; of je hield van haar, of je kon
haar niet uitstaan. Ondanks dit alles heeft ze een grote rol in het
verzet gespeeld, vooral in Friesland, een rol die haar uiteindelijk
noodlottig zou worden. |
De eerste stappen Stap voor stap raakte Esmée bij het verzet betrokken en ging mee op klussen. Op 25 juli 1943, de dag dat het verzet het Arbeidsbureau aan het Zaailand in Leeuwarden overviel, besloot ze voorgoed in Friesland te blijven. |
| Miesje van Lennep hertrouwde, dit keer met Alphert (Alph) baron Schimmelpenninck van der Oye. Esmée en Dave kregen er in 1931 een broertje bij. Hij kreeg de naam Sander en werd in Bloemendaal geboren. Twee jaar later vertrok het gezin naar Baarn waar ze een riant huis betrokken op de Spoorweglaan 14. Esmée had talent voor muziek, kon prachtig zingen en goed piano spelen. Er werd gezegd dat ze het perfecte gehoor had. Haar broer Dave ging in dienst en tijdens de mobilisatie van 1939 deed hij dienst bij het Vierde Regiment Huzaren in Amersfoort. |
![]() Foto: Esmée en Dave |
Ze deed haar best om niet op te vallen, en omdat ze intelligent en vastbesloten was leerde ze in een maand tijd de Friese taal. Maar ze bleef een mooie jonge vrouw uit de Randstad en dat maakte dat ze toch als iets bijzonders werd gezien. Ook door haar verzetsvrienden, waarvan een aantal verliefd op haar werd. Dat gaf zo af en toe problemen. Henk Kluvers had opdracht om in Friesland hulp te bieden aan de regionale Knokploeg (KP)-leider Krijn van den Helm. Henk stelde Esmée aan Krijn voor en hij zag meteen dat hij haar wel kon gebruiken. |
| Na de meidagen van 1940 werd hij lid van de Orde Dienst (OD), een van de eerste verzetsgroepen, die overwegend uit oud-militairen bestond. Na wat omzwervingen kwam Esmée te werken in het Burgerziekenhuis in Amsterdam. Het was in dit ziekenhuis dat ze in contact kwam met Henk Kluvers. Hij studeerde medicijnen, en werkte als assistent. Henk Kluvers was betrokken bij het verzet, en al snel sleepte hij Esmée mee. Niet alleen in het verzet trouwens, maar ook in de liefde want ze kregen een verhouding. Het was het begin van een verhaal dat tragisch zou aflopen en dat zelfs vandaag nog verschillend wordt beoordeeld. Voor sommigen was Esmée een warme, loyale vrouw die nergens bang voor was en goed met een revolver kon omgaan. Voor anderen, waaronder Dr., L. de Jong, was ze niets meer dan een verraadster die het leven van een aantal van haar vrienden op haar geweten had. |
Hij stelde haar aan als koerierster, maar daar bleef het niet bij. Al snel zat Esmée in alle mogelijke soorten van verzetswerk. Ze haalde joodse kinderen uit Amsterdam en bracht die onder op duikadressen in Friesland. Ze zocht ook onderkomens voor volwassen joden en voor studenten die in Amsterdam niet veilig waren. Ze trok de hele provincie door met bonkaarten, persoonsbewijzen en andere documenten voor de onderduikers. De risicos werden steeds groter. Gewapend verzet |
| augustus 2007 |
5
|
|
Bij iedere vergadering
van het verzet was ze aanwezig, en ze was dus van praktisch alles op
de hoogte. Daarbij kwam nog dat ze voor Krijn ook speciale opdrachten
uitvoerde. Ze wist van geen ophouden en Piet Oberman, die in de zomer
van 1944 Krijn van der Helm opvolgde als KP-leider in Friesland, heeft
na de oorlog verklaard: Esmée was buitengewoon goed op
de hoogte van alles wat betrekking had op de verzetsbeweging in Friesland
en zij kende veel leidinggevende illegale personen in andere provincies
met wie zij als hoofdkoerierster in aanraking kwam. Zij woonde meermalen
belangrijke besprekingen bij op het hoofdkwartier van de KP, destijds
gevestigd ten huize van de heer Harm Kingma, directeur van een timmerfabriek
in Leeuwarden en zijn vrouw Annie. Niet iedereen kon met Esmée overweg en vooral vrouwen zagen haar als een vreemd, vrijpostig wezen, dat een bedreiging vormde. Maar anderen hielden haar de hand boven het hoofd omdat ze veel gevaarlijk werk deed en daarmee veel respect had verworven. Er gaan veel verhalen rond over de koelbloedigheid van Esmée, de meeste zijn onmogelijk te bevestigen. Zo zou ze het voor elkaar hebben gekregen om een Duitse officier een koffer vol met wapens door de controle op het Centraal Station in Amsterdam te laten dragen. Ondanks de vele gevaren kon Esmée van Eeghen het niet laten om ook naar de lichtere kant van het leven te kijken. Ze kreeg een verhouding met Krijn van der Helm en schrok er ook niet voor terug om met andere KPers het bed in te duiken. KP-leider, Pieter Wijbenga, geeft toe dat hij ruzie kreeg met Krijn van der Helm over Esmée. Hij was tegen liefdesverhoudingen onder KPers en koeriersters en stak zijn mening niet onder stoelen of banken. Wijbenga had het gevoel dat Krijn door de verhouding met Esmée zijn ongeluk tegemoet rende. Krijn vond dit onzin en wilde er absoluut niet over discussiëren. Het vele werk dat Esmée verzette zei genoeg, volgens hem. Rivaliteit |
Zoals dat met geruchten gaat kwam er steeds iets bij. Iemand had haar in het Duits horen telefoneren. Er zou een foto de ronde doen waar ze met feestende Duitse officieren opstond. In een trein van Groningen naar Leeuwarden zou ze in de Wehrmacht-coupe een fles cognac hebben leeggedronken met een groep SDers, met een van de mannen, een zekere Zacharias Sleijfer, zou ze de nacht hebben doorgebracht. Maar anderen verwijzen dit soort geruchten naar het land der fabelen. Piet Meerburg gaf aan dat hij er niets van geloofde. Volgens hem was Esmée veel te kieskeurig voor dit soort dingen. Waarschijnlijk kwamen de verhalen allemaal van Sleijfer zelf. Hij was een Nederlander die in de oorlog voor de SD werkte. Na de bevrijding zat hij 5 jaar vast. Uiteindelijk kwam hij in een psychiatrische inrichting terecht waar hij in 1953 is overleden. Hij vertelde de Politieke Recherche hele verhalen over Esmée, inclusief het treinverhaal. Hij vertelde dat ze tijdens de treinreis naar de SDer Lammers vroeg. Lammers was een Nederlandse SDer die een grote rol speelde in de strijd tegen de illegaliteit in Friesland. Krijn van der Helm heeft altijd gezegd dat Esmée in zijn opdracht contact met Duitse officieren zocht. Dit wordt bevestigd door Wijbenga, die na de oorlog vertelde dat hij en Krijn Esmée wilden inzetten om Sleijfer en Lammers uit de weg te ruimen. Ze moest de twee SDers naar Makkum lokken waar ze geliquideerd zouden worden. Door omstandigheden is van dit plan nooit iets gekomen. Er zijn ook andere voormalige KPers die bevestigen dat Esmée spioneerde in opdracht van Krijn. Sommigen zeggen dat ze op die manier informatie over haar broer Dave probeerde te krijgen die op een trawler in IJmuiden was opgepakt toen hij probeerde om naar Engeland over te steken. De tocht was verraden. Hij overleed kort voor de bevrijding waarschijnlijk van uitputting in Bergen-Belsen. |
| augustus 2007 |
6
|
|
Problemen
Waar Esmée in die tijd precies verbleef is niet meer te achterhalen, maar in juni 1944 was ze in Baarn bij haar moeder. De KPers Piet Oberman en Wijbenga hebben altijd beweerd dat ze bij Schmälzlein woonde. Vooral Oberman, die onder de naam Piet Kramer werkte, was erg tegen Esmée gekant en hij wilde haar eigenlijk uit de weg hebben. Hij wilde de zaak aan het veemgericht voorleggen. Dit was een verzetsrechtbank die moest voorkomen dat verzetsmensen over de schreef gingen. Maar Krijn van der Helm was hier zwaar op tegen. Hij was bang dat er een doodsoordeel zou worden uitgesproken. De zaak kwam tot een soort climax op 15 juli 1944. Op die dag, het was een zaterdag, overviel de SD het Kaaspakhuis in Leeuwarden en nam de gehele administratie van het Friese verzet in beslag. De inval was het gevolg van de arrestatie van de voormalige politieman Ben de Vries die zich bij de KP had aangesloten. Hij werd tijdens een actie door de Landwacht aangeschoten en gearresteerd. Ben de Vries werd urenlang zwaar mishandeld en sloeg door. Het gevolg was een aantal invallen in huizen van verzetsmensen en een inval in het Kaaspakhuis. |
Daar werden wapens, munitie, uniformen en zelfs geschut gevonden. Maar erger nog was dat de volledige administratie in handen van de SD viel. Er waren veel brieven, een kaartsysteem met de code erbij en namenlijsten van mensen die geld gaven om onderduikers te ondersteunen. Kortom, de ramp was compleet. Omdat de KP-leden tijdig waren gewaarschuwd en er wat tijd voorbij was gegaan werden er weinig mensen opgepakt. Bijna alle leidende leden konden onderduiken. Vertrek Esmée bleef een paar weken in Baarn en ging nooit terug naar Leeuwarden. Naar Duitsland is ze ook nooit gegaan. Van alle kanten vreesde ze voor haar leven. De SD was op de hoogte van haar activiteiten en haar hospita was opgepakt. Ben de Vries had tijdens de verhoren haar naam genoemd, en er bleef weinig voor de SD verborgen. Het net begon zich langzaamaan te sluiten. De SDer Lammers was er erg op gebrand om Esmée in handen te krijgen, want hij verdacht haar van betrokkenheid bij de liquidatie van de foute politieman Sikke Wolters uit Heerenveen, die 27 juli 1944 was omgelegd, en een vriend van Lammers was. Ben de Vries had haar betrokkenheid bevestigd. Lammers ging nu met enkele andere SDers echt op jacht naar Esmée. Via een andere vrouw die ook bij de Duitse officier Schmälzlein verbleef kreeg hij extra informatie. Zij was de vriendin van een andere officier die op hetzelfde adres woonde. De vrouw, alleen bekend als Bep H. (Antoinette Jaake) maakte een afspraak met Esmée op het Centraal Station in Amsterdam. Ze ging met twee SDers, waaronder de gevreesde Faber, naar de hoofdstad en op 9 augustus 1944 werd Esmée door de SDers gearresteerd na dat Bep H haar doormiddel van een omhelzing had aangewezen. De twee dames werden in een café gearresteerd en na de nacht in Haarlem te hebben doorgebracht, reisde het gezelschap de volgende dag door naar Groningen. Bep H werd in Meppel vrijgelaten en keerde terug naar Leeuwarden. Esmée werd overgebracht naar het hoofdkwartier van de SD in Groningen. In een telefoongesprek met haar moeder kondigde ze aan dat er een paar SDers naar Baarn zouden komen om haar kamer te doorzoeken. |
| augustus 2007 |
7
|
|
Ze vroeg haar moeder om de mannen wat kleren mee te geven. Het is nooit echt duidelijk geworden waarom Bep H Esmée in handen van de SD speelde. Ingewijden zeggen dat jaloezie een rol speelde omdat ook zij een oogje op Schmälzlein had. Zelf heeft ze altijd gezegd dat Lammers haar had gedwongen. In hechtenis Of Esmée
van Eeghen ook echt namen heeft genoemd blijft onzeker. Volgens Pieter
Wijbenga is het onwaarschijnlijk. De vijf mensen die door Lammers werden
genoemd kwamen volgens Wijbenga voor een groot deel via andere wegen
in handen van de Duitsers. En maar een van deze personen Ds Touwen,
een predikant uit Makkum, werd uiteindelijk gefusilleerd. Volgens Wijbenga
waren veel meer mensen tegen de muur gegaan als Esmée van Eeghen
echt had verteld wat ze allemaal wist. Er wordt ook beweerd dat Krijn
van der Helm door Esmée in handen van de Duitsers viel. Hij was
ondergedoken in Amersfoort bij zijn ouders en een brief van Esmée
aan zijn vrouw zou de SD op zijn spoor hebben gezet. Krijn werd vermoord
door de Nederlandse SDer Pieter Johan Faber, die ook Esmée
arresteerde. Faber kwam doormiddel van de brief van der Helm in Amersfoort
op het spoor. Tijdens een confrontatie op Krijns tweede onderduikadres,
het huis van zijn schoonouders aan de Kapelweg, schoot Faber hem dood.
De SD in Groningen was hier niet blij mee, omdat ze van der Helm graag
levend in handen hadden gekregen. Een onderduikster, Ruth de Jonge,
die getuige was van de moord meldde in Friesland wat er was gebeurd.
Over een brief van Esmée heeft ze trouwens nooit iets gehoord. |
Als ze echt verraad had gepleegd, had ze onnoemelijk veel schade kunnen aanrichten. Ik vind dat ze op een twijfelachtige manier met onzuivere motieven is aangevallen. Ze was en bleef een vreemde in Friesland, niet een van hen. De verklaringen over de tijd in het Scholtenshuis blijven elkaar tegenspreken. Het standpunt van Piet Meerburg lijkt het meest te passen. Esmée zal zeker wat dingen hebben verteld om te proberen haar leven te redden, maar van grootscheeps verraad is geen sprake geweest zoals sommigen beweren. Executie |
| augustus 2007 |
8
|
|
Nasleep Bronnen: |
|
| augustus 2007 |
9
|