|
Nog één
keer terug naar Amersfoort |
|
In de artikelen in de Anti Fascist over het verzet en andere zaken in de Tweede Wereldoorlog hebben we steeds een duidelijk uitgangspunt. We proberen zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. Dit is niet makkelijk omdat sommige dingen niet meer te achterhalen zijn, en over andere zaken nog steeds krampachtig wordt gezwegen. Ook nog na meer dan 60 jaar. Wij gaan er ook niet vanuit dat wij de wijsheid in pacht hebben, en daarom ook vragen wij de lezers bij ieder artikel om eventuele extra informatie en aanvullingen. Wij zien ooggetuigen als doorslaggevend, omdat zij bij de gebeurtenissen aanwezig waren. Zij verdienen het om hun verhaal te vertellen, dat vaak anders is dan de archieven aangeven. Dat dit soms tot tegenstrijdigheden kan leiden is logisch, maar het bevordert ook de discussie. Daarom ook verwelkomen wij het artikel van Mevr. Scheepstra over de overval op het Amersfoortse distributiekantoor in de winter van 1944. In het artikel staan een aantal nieuwe feiten die zeker een ander licht op de zaak werpen. Toch staan er ook wat onjuistheden in die rechtgezet moeten worden om het verhaal nog helderder te krijgen, en ook om de slachtoffers van de overval niet in een verkeerd daglicht te plaatsen. Verraad |
Scheepstra is dat er in de verklaring staat dat dit gesprek in de zomer van 1943 plaatsvond. Dat is dus meer dan een half jaar voor de overval. Het feit dat er in die zomer voldoende bonkaarten waren hoeft dus niet te betekenen dat er begin 1944 geen tekort was. In de verklaring wordt Louwerse daar wel naar gevraagd, en ze beweert dat er voldoende voorraad was, maar of ze hier als koerierster oog op had is niet zeker. Op een andere vraag in de verklaring, of de overval soms nodig was om belastende papieren te laten verdwijnen, moest ze ook antwoorden dat ze dit niet wist. De boer op |
| mei 2007 |
De
Anti Fascist
|
12
|
|
Betrokkenheid
Scheepstra |
geschreven
door Roel Wolthuis op 19 februari 1968 aan Bob Scheepstra. Ik citeer:
Bij je bezoek aan mij, maandag vorige week, heb ik tot mijn verbazing
van je vernomen, dat je in de periode van voorbereiding en uitvoering
van de mislukte kraak in Afoort verbleef en zodoende met het gehele
verloop op de hoogte was. Het bleek mij bovendien dat je met diverse bijzonderheden
op de hoogte was, die ik graag in 1945 had willen weten. In de brief
vervolgt Roel Wolthuis dat hij niet mee zal doen aan de pogingen (van
Scheepstra) om van Hafkamp een illegaal werker te maken. Hij gaf aan dat
als de zaak na de bevrijding niet aan een publieke behandeling was onttrokken
de hele geschiedenis allang vergeten zou zijn. Wolthuis sluit af met:
Voor verkapte dreigementen, dat ik het bloed over mijn eigen hoofd
zou krijgen, zoals jij dat zo plastisch uitdrukte, ben ik niet geschrokken,
en ik wil je daarom uitdrukkelijk wijzen op de mogelijkheid, dat dit je
naam als geëerd verzetsman wel eens schaden kon. Overigens
was een deel van de politie wel op de hoogte van het plan. Inspecteur
Overbeek was van tevoren geïnformeerd en heeft dit ook verklaard. De overval Over de overval zelf is het beeld nu wel duidelijk. Inderdaad was er sprake van een aantal misverstanden en ongelukkige incidenten die tot de tragische afloop hebben geleid. De aanwijzingen die op verraad duiden zijn intussen verklaard of uit de wereld geholpen. Dat er geen buit was is ook aannemelijk gemaakt. Roel Wolthuis had wel degelijk een zak met bonnen naar buiten gesleept, maar toen het mis ging en iedereen moest vluchten zal die zak zijn achtergelaten en de conclusie moet zijn dat de zak vervolgens weer het distributiekantoor is binnengebracht. Dat er over al deze dingen zoveel misverstanden en onduidelijkheden zijn blijven leven heeft vooral te maken met het zwijgen over de zaak. In mijn gesprek met Mevr. Scheepstra zei ze dat haar vader de zaak niet meer opgerakeld wilde zien toen de affaire Hafkamp weer in de publiciteit kwam in 1968. Hij vond dit niet in het belang van alle betrokken. Dit was misschien goed bedoeld, maar het heeft er toe bijgedragen dat veel vraagtekens bleven leven die uiteindelijk tot een theorie zijn geworden. Veel beter was het geweest als in 1968 alles op tafel was gekomen zoals Roel Wolthuis dat wilde. Waarom dit niet is gebeurd kan eigenlijk maar één oorzaak hebben: de zaak Hafkamp. Het was niet in het belang van de overvallers, de LO/LKP en ook niet van Bob Scheepstra zelf om over de zaak te zwijgen. De grote opkomst bij de kranslegging in de Scherbierstraat in 1968 gaf duidelijk aan dat er een wijde belangstelling was. Het zwijgen was eigenlijk alleen maar in het belang van Hafkamp. Hafkamp |
| mei 2007 |
De
Anti Fascist
|
13
|
|
Het lijkt nu of
hij daar in een hinderlaag lag, wachtend op de politie die in hun onschuld
niet wisten wie zich in het pand verborg. Dat zet de zaken pas echt
op zn kop, want hiermee wordt voorbij gegaan aan het feit dat
Fürgler zo zwaar gewond was dat hij een emmer vol met bloed had
verloren. Hij moet erg verzwakt geweest zijn, en al helemaal niet in
staat tot een hinderlaag. Dat wordt bevestigd door de GGD-arts Dekker
die hem meteen na het dodelijk schot van Hafkamp onderzocht en ook later
röntgenfotos liet maken. Dekker stelt in een verklaring van
21 juni 1945 dat het slachtoffer voor het dodelijke schot van
Hafkamp door bloedverlies niet meer tot enigerlei zelfverdediging in
staat was. In 1968 voegde hij hieraan toe dat Hafkamp dat natuurlijk
niet kon weten. Toch blijft het feit dat Hafkamp hem ijskoud doodschoot.
Het feit dat hij zijn verklaring hierover verschillende keren veranderde
geeft aan dat hij wist dat hij fout zat, maar dat wilde hij natuurlijk
niet toegeven. Daarom herhaalde hij in 1968 nog een keer dat hij dacht
dat het om een overval van zwarthandelaars was gegaan. Nooit heeft hij
berouw getoond, nooit heeft hij de familie van Karl Fürgler bezocht.
Sterker nog, hij mocht zijn arrestatie ontlopen en later carrière
maken. Dit terwijl het adviserend lid van de Commissie Zuivering Politie,
dhr. Dragt, inspecteur van politie te Baarn, er het volgende over zei
tijdens de beoordeling van Hafkamp: De hoofdzaak ligt hierin dat
Hafkamp niet had moeten gaan (naar het eethuis in de Scherbierstraat).
Dat hij gegaan is, is niet goed te praten. Het is gewoon het afmaken
van die man geweest. Zijn woorden verdwenen in het vergeetboek,
samen met onderdelen van het dossier Hafkamp. Dat een gerenommeerd verzetsman
als Bob Scheepstra het voor zon persoon opnam hebben de RVV-leden
nooit begrepen. Het carrière maken van Hafkamp werd gevoeld alsof
Karl Fürgler voor een tweede keer werd vermoord. |
kon
meewerken en dat hij alleen op een compromis kon aansturen. Gerrit heeft
Scheepstra later op de man af gevraagd waarom hij zich zo voor Hafkamp
inspande. Gerrit begreep dit niet omdat Scheepstra niet direct bij de
overval betrokken was. Dus waarom dan toch die ijver om Hafkamp van
elke blaam te zuiveren? Het antwoord van Scheepstra was dat er krantberichten
waren geweest over de overval en Hafkamp waarin ook de LO/LKP genoemd
werd. Conclusie |
| mei 2007 |
De
Anti Fascist
|
14
|
|
Hieronder ter
afsluiting een reconstructie van de overval aan de hand van de feiten
die nu bekend zijn: |
wachtposten indeelde. Waarom plotseling van Swol in het hele verhaal opduikt is niet duidelijk. Hij komt verder nergens voor. De overval zou eerst op 9 februari plaatsvinden, maar dit ging niet door omdat de voorbereidingen niet waren getroffen. Op 11 februari, om 18.00 uur ongeveer, ging de zaak wel van start. Bij het begin van de overval waren er 3 man buiten: Bovee, hij stond in een steegje naast het DK. Hij moest de overige twee wachten aan de overkant van de beek in de gaten houden. Dit waren Kanis en waarschijnlijk H. Overeem. Volgens Bloemhof was Overeem betrokken, maar in de verdere verklaringen komt hij niet voor. Hij kan dus alleen maar een van de wachten zijn geweest. Volgens Wolthuis herkende Bovee, die erg zenuwachtig was, in Overeem en Kanis oude schoolkameraden, en er werden herkenningstekens uitgewisseld. De afspraak was dat de wachten aan de overkant een signaal aan Bovee zouden geven dat de ambtenaren die met politiebegeleiding naar het DK kwamen om de bescheiden uit de buitengebieden af te leveren zouden zijn vertrokken. Als dit signaal kwam kon de echte overval beginnen. Er kwam een signaal, maar niet op de juiste tijd want toen Kersten, Wolthuis, van den Hoef, Fürgler en Bovee binnen bezig waren stonden plotseling de ambtenaren in het kantoor. Bovee was intussen ook binnen omdat Kanis hem in de steeg had afgelost. De begeleidende politieman, van de Kwast, die fout was, rook onraad en alarmeerde het politiebureau. Noch Kanis, noch Overeem heeft hem ingerekend en het grote alarm was compleet. Over de rest van het verhaal is geen onduidelijkheid. Er kwam een grote schietpartij, de overvallers ontsnapten. Wolthuis, van den Hoef, Bovee en Overeem kwamen goed weg. Wanneer Kanis precies verdween is niet duidelijk. Kersten werd aangeschoten maar bereikte een veilige plek. Gijs Hofland werd door de politie, waarschijnlijk van Breughem, aangeschoten en ging via de gevangenis naar een concentratiekamp. Hij overleefde de oorlog niet. Fürgler werd aangeschoten en ontsnapte naar restaurant Alblas in de Scherbierstraat. Daar werd hij later door politie-luitenant Hafkamp op de vliering vermoord. Hafkamp heeft zijn actie altijd verdedigd en later bleek hij waarschijnlijk verbindingsman van de LO/LKP te zijn. Of dit waar is is niet duidelijk. De buit van de overval is nooit echt uit het DK gekomen. Een zak met bonnen bleef achter op de bakfiets die Roel Wolthuis in de steeg klaar had staan. Toen het misging heeft niemand hier meer naar gekeken en de bonnen zijn nooit als vermist opgegeven. Volgens een rapport van de Amersfoortse politie werden er alleen een paar politiepistolen vermist. Die waren door Fürgler meegenomen en werden in de Scherbierstraat op zijn persoon aan getroffen. Als alles goed was gegaan was de buit naar de Montessorischool op de Utrechtse weg gegaan. Daar was die zelfde avond een grote afzetting van de Grüne Polizei. Ze doorzochten de school en de huizen. Dit werd lang als een teken van verraad gezien. Maar in feite was het een doorzoekingsoperatie en geen echte val zoals de SD die plaatste. Waarom deze operatie plaatsvond is niet duidelijk. Er wordt beweerd dat er naar radiotoestellen werd gezocht. Daarvoor lijkt de hele afzetting wel wat grootschalig, maar het is mogelijk. Feit is dat er wel toestellen in beslag werden genomen, onder meer bij een kleermaker. |
| mei 2007 |
15
|