Het Russische Ereveld in Amersfoort-Leusden
Een verborgen geschiedenis ontsluierd

Door Bert Bakkenes

Nog niet zo heel lang geleden wist bijna niemand dat er naast de Algemene Begraafplaats in Amersfoort-Leusden ook nog een andere begraafplaats was. Een begraafplaats waar sinds de jaren 40 een sluier van mysterie en geheimhouding overheen heeft gehangen. We praten dan over het Russische Ereveld, waar 865 strijders van het Rode Leger begraven liggen. Waarom het Ereveld precies op deze locatie is terechtgekomen is nooit helemaal duidelijk geworden. Ook was het lange tijd niet duidelijk waarom de strijders in de buurt van Amersfoort zijn begraven terwijl het Rode Leger nooit de Nederlandse grens heeft overschreden. Intussen is uit onderzoek gebleken dat veel van de Sovjet-soldaten in gevangenschap zijn overleden, veelal na de bevrijding. Het was al langer bekend dat Russische krijgsgevangenen door de nazi’s niet als gewone krijgsgevangenen werden behandeld. Zij kwamen meestal terecht in werkkampen of in de vele concentratiekampen in Duitsland of Polen. De soldaten hadden niet de rechten die krijgsgevangenen normaal wel hebben en zij werden door de nazi’s vooral ingezet als slavenarbeiders, onder meer in de Limburgse mijnen. Ze kregen weinig eten, nauwelijks kleding en ook het onderdak was uiterst primitief.

Velen werden dan ook ziek en overleden in gevangenschap. Anderen werden in de kampen vermoord. Toen in 1945 de kampen in Polen en Duitsland werden bevrijd door de geallieerde legers waren veel van de nog in leven zijnde Sovjet-krijgsgevangenen in een slechte fysieke staat. Velen werden naar ziekenhuizen overgebracht, maar vaak kwam de hulp te laat. Ook stierven nog een groot aantal ex-krijgsgevangenen als gevolg van epidemieën. Volgens verschillende bronnen waren het vooral de Amerikaanse legerleiders die besloten dat er een begraafplaats moest komen voor de slachtoffers. Veel van de Russische slachtoffers waren in eerste instantie op het Amerikaanse Margraten, in Limburg, begraven en dat zat de Amerikaanse autoriteiten niet lekker. Er werd naar een alternatief gezocht. Blijft de vraag waarom nu precies Amersfoort-Leusden. Dit kan te maken hebben met de 101 Russische krijgsgevangenen die in Kamp Amersfoort werden vermoord.

SS-propaganda in actie
De Russische krijgsgevangenen in Kamp Amersfoort waren daar zeker niet toevallig terechtgekomen. Het drama van de Russische krijgsgevangenen van Kamp Amersfoort (PDA) begon op 27 september 1941. De Russische soldaten, die vooral afkomstig waren uit de Sovjet-Republiek Uzbekistan kwamen in Amersfoort aan in veewagens, na een reis van 14 dagen. De 101 mannen waren in een erbarmelijke toestand toen ze werden uitgeladen op de losplaats bij het Amersfoortse station dat normaal gesproken voor veetransporten werd gebruikt. Mensen in de buurt, die intussen wel wat gewend waren, zagen met afschuw in wat voor toestand de mannen zich bevonden en


Het monument met de tekst: "Aan de strijders van het Sovjetleger die omgekomen zijn in de worsteling met de Duitse overweldigers 1941-'45"

snelden toe met water en eten, maar werden weggejaagd door de bewakers. De Russen werden gedwongen om via een lange omweg door Amersfoort naar het PDA te lopen. Het ging hierbij om een soort propagandastunt van de SS.

De Duitsers wilden laten zien dat de Russen “beestmensen” waren en ze gingen er van uit dat de aanblik van de mannen afschuw zou opwekken onder de Amersfoorters. Sommige bronnen geven aan dat het plan van Himmler zelf kwam. Het is niet mogelijk gebleken om dit te bevestigen, maar dat het een idee van de hoogste SS-leiding was staat wel vast. Er was inderdaad afschuw onder de Amersfoortse burgers, maar niet voor de Russen. De afkeurende reacties gol-den de Duitsers, en veel mensen langs de weg waagden hun leven om de mannen toch wat brood of een paar appels toe te stoppen. De Duitsers hadden gehoopt dat de Amersfoorters op deze wijze gewonnen konden worden voor de strijd tegen de Sovjet-Unie. Maar dit pakte volkomen anders uit en het resultaat was dat de nazi-leiding be-sloot om in het vervolg geen krijgsgevangenen meer naar bezette landen te sturen.

Aangekomen in het PDA (Kamp Amersfoort) werden de Russen apart gezet op een ter-rein van 15 x 15 meter achter prikkeldraad. Dit was de zogenaamde Rozentuin. Hun komst was niet onopgemerkt gebleven en al snel trokken de mannen veel aandacht van andere gevangenen en er werd contact gemaakt via gebarentaal.
De gevangenen van het PDA verklaarden zich solidair met de Russen, tot grote woede van de SS. De Russen moesten 3 dagen en 3 nachten op het openluchtterrein blijven. In die 3 dagen hadden de krijgsgevangenen geen eten gekregen. De Duitsers bleven proberen om van de ellende van de Russische mannen een spektakel te maken, en ze beslo-ten brood tussen de groep te gooien ervan overtuigd zijnde, dat de Russen om het eten zouden vechten na zoveel dagen honger. Er werd zelfs een filmploeg bijgehaald om het geheel te filmen.


februari 2007
De Anti Fascist
3

 

Opnieuw kwamen de beulen bedrogen uit. De Russen verdeelden het brood onder elkaar in overleg, en met een waardigheid en discipline die bij de andere gevangenen veel respect afdwong. Van een vechtpartij was geen sprake.

Na een ruw bad en een medische keuring waarbij hevig gesla-gen werd mochten de Russen zich over de barakken verspreiden. De Russen moesten extra zwaar werk doen en hun gezondheidstoestand ging snel achteruit. De andere gevangenen probeerden met de mensen te praten. Het communistische Tweede-Kamerlid Louis de Visser en CPN-ideoloog Alex de Leeuw, die beiden wat Rus-sisch spraken, fungeerden als tolk. Vanaf eind december ‘41 werden de Russen in een aparte barak opgesloten en de SS begon hen uit te hongeren. In januari ‘42 stierven er 6, in februari 12, in maart 4 en in april 1. Hun lijken werden in een kuil in het bos achter het kamp gesmeten en met ongebluste kalk overgoten. In april ‘42 waren er 24 Russen gestorven. Er kwam toen een bevel van de nazi-leiding uit Berlijn om de overige 77 Russen te vermoorden. In de vroege ochtend van 9 april 1942 werden de Russen naar een plek net buiten het kamp geleid waar ze een grote kuil moesten graven die hun massagraf zou worden. Daarna werden zij in groepen van 4 doodgeschoten door SD’ers en SS’ers. Sommige bronnen zeggen dat de mannen uit de barakken werden gehaald met de belofte dat ze naar een ander kamp bij Bordeaux in Frankrijk zouden gaan. Er werd een grote hoeveelheid onge-bluste kalk op de lijken ge-gooid. Na de oorlog werden de lijken van de mannen gevonden en zij werden herbegraven op de plek waar nu het Ereveld is. Op de plek van de executies werd in 1962 een aparte herdenkingszuil geplaatst, het zogenaamde Koedriest-monument, als een permanente herinnering aan de mannen die daar door de nazi’s waren vermoord. Dit gebeurde in opdracht van de ambassade van de Sovjet-Unie.

Ereveld
De kans is groot dat het feit dat er bij Amersfoort dus al een aantal Sovjet-soldaten begraven lag tot de beslissing heeft geleid om van deze plek een groot Ereveld te maken, en de soldaten van Margraten en andere plaatsen over te brengen. Het Ereveld werd officieel geopend op 18 november 1948. De afkomst van de ‘Russische’ gevangenen uit kamp Amersfoort blijft onduidelijk. De meeste bronnen geven aan dat het om Uzbeken ging uit de omgeving van Samar-kand. Maar het is ook mogelijk dat ze uit een andere Aziatische Sovjet-Republiek kwamen. Enkele van de mannen zijn getekend door Gerrit de Wilde uit Rotterdam, die ook als gevangene in het kamp zat. Van de meeste Russen zijn geen namen of een ge-deeltelijke naam bekend. De beheerder van de Algemene begraafplaats “de Rusthof”, dhr Jansen, heeft zich tijdens en ook na de oorlog altijd ingezet om gegevens te achterhalen, maar dit was extreem moeilijk en gevaarlijk. Jansen is na de oorlog voor zijn werk door de Sovjet-Unie onderscheiden. De andere ‘Russische’ strijders die op het Ereveld werden begraven kwamen uit alle delen van de Sovjet-Unie. Over hun achtergrond was praktisch niets bekend.

De Nederlandse autoriteiten maakten zich hierover ook niet al te druk. Tijdens de Koude Oorlog werd het Ereveld verboden gebied. Het zware hek was met een stevig slot afgesloten en op de muren en boven de poort zaten rollen prikkeldraad. Volgens sommige oude Amersfoorters stonden er in die tijd tijdens de 4 mei herdenkingen leden van de marechaussee met het wapen in de aanslag voor de poort. Waarschijnlijk om te voorkomen dat er bloemen op de Sovjetgraven zouden worden gelegd door communisten en andere sympathisanten. Dat de Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog meer dan 27 miljoen slachtoffers te betreuren had, en dat er zonder die zelfde Sovjet-Unie geen overwinning op Hitler-Duitsland mogelijk was geweest werd massaal genegeerd. In de jaren zestig ontspande de situatie zich iets, en was de begraafplaats tijdens bijzondere gelegenheden toegankelijk. Pas in het laatste deel van de 20ste eeuw werd het Ereveld gezien voor wat het was, een begraafplaats van gevallen strijders die zich hadden ingezet voor onze bevrijding van de nazi-terreur.

Herdenking
In die tijd werd ook de ochtendherdenking op 4 mei een geaccepteerde herdenking. Tijdens deze ochtendherdenking kwamen er grote groepen diplomaten van de Sovjet-ambassade en de andere Warschau-Pact landen naar het Ereveld. Er werden kransen gelegd, en de rode vlag met hamer en sikkel wapperde de hele dag boven de begraafplaats. Ook werd er altijd een bezoek gebracht aan het Koedriest-monument. De herdenking werd ook bijgewoond door vele gewone Amersfoorters en mensen van buiten de stad. Eindelijk was er wat erkenning voor de offers die de gevallen strijders hadden gebracht. Aan deze ochtendherdenking kwam een einde met de val van de Sovjet-Unie. De herdenking werd verschoven naar 9 mei, maar de strijdbaarheid en de waardigheid van de oude herdenking was er af. Toch is de ochtendherdenking op 4 mei nog een tijd instandgehouden door oud-verzetsmensen uit Amersfoort en omgeving. Iedere 4de mei legden de Vrienden van de Raad van Verzet, aangevoerd door de verzetshelden Gerrit Kleinveld, Dick van der Meer en Roel Wolthuis bloemen bij het monument op het Ereveld. Deze traditie is in stand gebleven tot de leeftijd van de oude helden het niet meer toeliet.


februari 2007
De Anti Fascist
4

 

Onderzoek
Ondanks de ondertussen algemene erkenning voor de Sovjet-strijders op het Ereveld, was er nog steeds maar weinig bekend over de mannen die daar begraven lagen. Hier kwam in het jaar 2000 verandering in. De Amersfoortse Courant gaf aan de jonge journalist Remco Reiding de opdracht om te proberen om tenminste de familie van een van de strijders te achterhalen. Dit bleek nog een hele opgave, ondanks het feit dat nu zowel de grenzen als ook de archieven voor grote delen open waren. Reiding ging aan de slag en dook de archieven in. Tijdens een eerste zoektocht van twee jaar kwam hij er achter dat de families van de strijders geen idee hadden waar hun vaders, zoons of broers begraven lagen. De families kregen een vermist- melding van de autoriteiten, en daarmee was de zaak afgehandeld. Het resultaat was dat de families meer dan een halve eeuw in onzekerheid en onwetendheid verkeerden. Voor Reiding leek het er lange tijd op dat hij niet in zijn missie zou slagen. Hij schreef brieven naar alle windstreken, maar zonder resultaat. Tot hij op een dag een lijst van soldaten in handen kreeg waarvan een aantal namen correspondeerde met 150 van de namen op het Ereveld. Wat nog belangrijker was: de lijst bevatte ook adresgegevens. Weliswaar adresgegevens die meer dan 50 jaar oud waren, maar het bood een strohalm die door de journalist met graagte werd gegrepen.

Wonder boven wonder lukte het hem om de familie van een Sovjet-soldaat te achterhalen. Het gaat hierbij om de soldaat Vladimir Botjenko. Zijn zoon komt naar Amersfoort om het graf te bezoeken. Ook het nichtje van Petr Kowalj wordt door Reiding getraceerd. Reiding reist door Rusland en andere voormalige Sovjet-republieken om gegevens na te trekken en families te bezoeken. Intussen heeft hij de families van 99 strijders, die in Amersfoort begraven liggen, gevonden. Hij verwacht dat hij de lijst nog met tientallen namen kan uitbreiden, en zet zijn zoektocht voort. Voor de families is Reiding een held. Hij brengt immers informatie over familieleden die meer dan een halve eeuw geleden verdwenen. Voorgoed leek het. Een aantal familieleden van de gevallenen hebben intussen het Ereveld bezocht. Er zijn bloemen gelegd, er zijn kaarsen aangestoken en er is zand uitgewisseld van familiegraven hier en in Rusland. Het gaat hierbij om een oude Russische gewoonte.

Maar er is ook een probleem. Veel van de familieleden die de graven van hun geliefden willen komen bezoeken hebben nauwelijks geld voor de lange dure reis en het verblijf in Amersfoort. Toen er in april 2006 een oproep voor gastgezinnen verscheen, was dit voor de NCPN afdeling Amersfoort reden om vragen te stellen over de zaak aan het Amersfoortse gemeentebestuur. (zie kader 1).
De NCPN vindt dat de Amersfoortse gemeente een ereschuld heeft aan de gevallen strijders, en structureel middelen ter beschikking moet stellen om familieleden die dit willen over te laten komen. Tot nu toe heeft de gemeente nog niet gereageerd. Remco Reiding was blij met de steun, en liet dit ook merken (zie kader 2). Er is nog steeds goede hoop dat dit probleem op een positieve manier kan worden opgelost.

Schaduwkant
Het onderzoek van Reiding bracht ook een schaduwkant van het Ereveld aan het licht. Op 22 april 2000 schreef hij een artikel in de Amersfoortse Courant waarin hij bekend maakte dat er veel dingen mis zijn met de graven. Veel van de inscripties op de grafstenen zouden onjuist zijn, of niet volledig. Daar komt nog bij dat er zeker 50 Russen zouden liggen die in Duitse krijgsdienst waren toen ze vielen. De onthullingen slaan in als een bom. Deze zogenaamde Russische collaborateurs, werden ingezet door de Duitsers als ‘hulptroepen’ die onder meer werden gebruikt om de Nederlandse kust te bewaken. Omdat dit feit tot nu toe niet bekend was zijn de ongeveer 50 soldaten ieder jaar geëerd als geallieerde gevallenen. De zaak werd door PvdA-kamerlid Bert Middel als zo ernstig gezien dat hij er vragen over ging stellen in de Tweede Kamer. De gemeenten Amersfoort en Leusden besloten af te wachten wat de reactie van de landelijke autoriteiten zou zijn. Na overleg met het Russische Ministerie van Buitenlandse Zaken werd in augustus 2000 besloten dat het toch beter was om de collaborateurs niet te verplaatsen. De Russische autoriteiten maken geen verschil tussen Sovjet-burgers of ze nu in Duitse of in Sovjet dienst waren. Dit heeft te maken met het feit dat het heel erg moeilijk is om vast te stellen of iemand gedwongen in Duitse dienst ging of dit vrijwillig deed. Veel Russen die in Duitse dienst waren liggen begraven op het Duitse soldatenkerkhof in Ysselsteyn. De Nederlandse regering legde zich bij het Russische standpunt neer en de 50 soldaten blijven dus in Leusden.

Intussen werd het Ereveld beter toegankelijk gemaakt. Een muur die in 1948 was neergezet op verzoek van de Russische ambassade werd doorgebroken, en het is nu mogelijk om direct van de algemene begraafplaats op het Ereveld te komen. Bleef nog het probleem van verkeerde stenen op waarschijnlijk de verkeerde graven. De Nederlandse regering liet weten dat de beslissingen over eventuele opgravingen en veranderingen een zaak van de Russische regering zijn. De Nederlandse autoriteiten wilden geen enkele invloed uitoefenen. Wel bood de Nationale Oorlogsgraven Stichting aan om een onderzoek te doen. Volgens oude documenten zouden 700 stenen op de verkeerde graven staan. Om hier duidelijkheid over te krijgen was het nodig om verschillende graven te openen. Bert Middel stelde nog verschillende keren Kamervragen omdat hij zich ergerde aan de bureaucratie die zowel in Nederland als ook in Rusland een oplossing in de weg leek te staan.


februari 2007
De Anti Fascist
5

 

Tentoonstelling
In 2001 werd er een tentoonstelling gehouden, onder de titel ‘Verloren Kameraden in Beeld’ in de nabij gelegen politieschool ‘De Boskamp’ waar foto’s werden getoond van de gevallenen, en ook van de families die intussen de graven hadden bezocht.


Poster tentoonstelling "Verloren kameraden in beeld"

Ook de organisatoren van de tentoonstelling konden niet uitsluiten dat deze familieleden voor de verkeerde graven hadden gestaan. Er was geen echte verklaring waarom er nog niets was ondernomen om de misstanden recht te zetten. De kans dat ook de hoge kosten van een grootscheeps onderzoek en het veranderen van zoveel stenen een rol speelde in het slepen van de kwestie is niet denkbeeldig. In mei 2002 kwam er eindelijk helderheid in de zaak. Toen werd bekendgemaakt dat er was besloten dat de stenen op hun huidige plaats zouden blijven. Zonder hier ruchtbaarheid aan te geven had de Oorlogsgraven Stichting, met toestemming van de Russische autoriteiten, enkele graven geopend. Normaal gesproken zouden er tijdens de originele begrafenissen metalen plaatjes bij de stoffelijke resten zijn gevoegd. Dit om toekomstige identificatie mogelijk te maken. Maar in de geopende graven werden geen metalen plaatjes aangetroffen. Het kwam er dus op neer dat niet meer te achterhalen is wie precies onder welke steen begraven ligt. Verder onderzoek was niet mogelijk omdat er wel toestemming was om ter plaatse graven te openen, maar stoffelijke resten vervoeren naar elders voor onderzoek was niet toegestaan. Nadat bleek dat de metalen plaatjes ontbraken besloot de Russische ambassade om de zaak te laten rusten. Tijdens de begrafenissen stond het Ereveld onder toezicht van het Nederlandse Ministerie van Defensie. Het ontbreken van de plaatjes geeft opnieuw aan hoe weinig zorg de Nederlandse autoriteiten aan het begraven van de Russische gevallenen hebben besteed.
Overigens is de administratieve chaos op het Russische Ereveld niet de enige misstand op dit gebied in Amersfoort-Leusden. Niet ver van het Ereveld en de oorlogsgraven op de Algemene Begraafplaats ligt het terrein van het voormalige Kamp Amersfoort. Een deel van dit terrein behoort intussen aan de golfclub ‘De Hoge Klei’. Op het deel van het terrein waar de club haar clubhuis heeft gebouwd werden kort na de oorlog verschillende massagraven ontdekt. Volgens verzetsman Gerrit Kleinveld, die betrokken was bij de opgravingen, is het bijna zeker dat er nog steeds stoffelijke resten in de grond zijn achtergebleven. Omdat de Duitsers gebruik maakten van ongebluste kalk was het heel moeilijk om alle resten te bergen. De golfclub heeft hier geen boodschap aan.
Ondanks eerdere protesten van het voormalig verzet en later van de antiracisme organisatie Amersfoort Solidair weigerde de club het terrein te ontruimen. Men was niet eens bereid een herdenkingsplaquette op te hangen ter herinnering aan de

slachtoffers. Nog steeds slaan de golfspelers vrolijk hun balletje en drinken hun drankjes op het terras van het clubhuis. En dat alles op de plek van de voormalige massagraven.
Intussen gaat het onderzoek van Remco Reiding naar familieleden van de gevallen Sovjet-soldaten onverminderd door. Reiding weet dat als hij het niet doet, niemand zijn werk zal overnemen. Zijn drijfveer is duidelijk: “Wij zien de Canadezen, de Polen, de Engelsen en de Amerikanen als bevrijders. Dat de Sovjet-Unie in de strijd 27 miljoen mensen heeft verloren, beseft niemand. Ik hoop dat een beetje te hebben veranderd.”

Bronnen:

Internet:
Weblog Remco Reiding http://rusland.blogspot.com/
Website Herinneringscentrum Kamp Amersfoort http://www.kampamersfoort.nl

Boeken:
Amersfoort ‘40-‘45 J.L Bloemhof, Deel 1 en 2, Uitgeverij Bekking Amersfoort 1990.

Krantenartikelen:
Amersfoortse Courant
De dood der 100 Russen (1945)
116 Russen in een graf vereenigd (21-03-1946)
Honderden grafstenen op Ereveld deugen niet (22-04-2000)
Het geheim van de achterste rij (22-04-2000)
Kamervragen over Russisch Ereveld (26-04-2000)
Ook chaos Ereveld Texel (27-04-2000)
Ook Amersfoort wil opheldering Ereveld (28-04-2000)
Tien jaar na Berlijn valt Leusdense muur (03-05-2000)
Collaborateurs blijven in Leusden (12-08-2000)
Russische tv maakt reportage Ereveld Leusden (01-09-2000)
Weer Kamervragen over ereveld (11-09-2000)
Onderzoek ereveld vindt toch plaats (23-09-2000)
Minister komt toezegging over Ereveld niet na (04-11-2000)
Moskou beslist over opening graven op Russisch ereveld (16-11-2000)
Kamerlid vraagt opnieuw aandacht Russisch ereveld (28-11-2000)
Kamerlid Middel vraagt weer aandacht voor chaos ereveld (03-05-2001)
Grafstenen Ereveld blijven op dezelfde plek (08-05-2002)
Doorbraak in onderzoek naar herkomst...(22-01-2003)
Vondst documenten maakt opsporing mogelijk (11-11-2003)


februari 2007
De Anti Fascist
6

 

Kader 1

Vragen van de NCPN Afdeling Amersfoort aan het College van B&W met betrekking tot na-bestaanden van de Sovjet-soldaten op het Russisch Ereveld Amersfoort-Leusden

Amersfoort, 22 april 2006

Geacht College,

Is het College bekend met het feit dat nabestaanden van gesneuvelde Sovjet-soldaten, die zijn begraven op het Russisch Ereveld Amersfoort-Leusden, sinds relatief korte tijd op de hoogte zijn van de locatie van de graven van hun dierbaren?
Dat momenteel er nauwelijks sprake is van mogelijkheden in materiële zin voor de nabestaanden van de slachtoffers, die hun grootste offer gaven voor de vrijheid in de strijd tegen het fascisme, om de graven te bezoeken?
Is het College het met ons eens dat de Gemeente Amersfoort een ereschuld heeft tegenover de gesneuvelden alsook de nabestaanden, en er daarom sprake moet zijn van materiële steun aan nabestaanden die naar Amersfoort willen komen om de graven van hun dierbaren te bezoeken?
Is het College op de hoogte van het feit dat er nu via verschillende kanalen gastgezinnen worden gezocht voor nabestaanden die in mei naar Amersfoort willen komen om het Ereveld te bezoeken, maar over te weinig middelen beschikken voor de reis plus onderkomen? Een taak waarin de Gemeente Amersfoort naar onze mening zeker een rol moet spelen.
Mogen we van het College een positieve uitspraak verwachten voor wat betreft middelen en financiën gelet op de nu in feite onduidelijke situatie?

Hoogachtend,

Hein van Kasbergen
NCPN Afdeling Amersfoort

Antwoord Gemeente Amersfoort

NCPN
t.a.v. de heer H. van Kasbergen

Onderwerp: Vragen aan College over nabestaanden van
gesneuvelden Russisch Ereveld

Geachte heer van Kasbergen,

Op 22 april 2006 heeft u ons namens de NCPN afdeling

Amersfoort een aantal vragen gesteld over de nabestaanden van de gesneuvelde Russische soldaten. Deze soldaten zijn begraven op het Russisch Ereveld in Amersfoort. Graag geven wij in deze brief antwoord op de door u gestelde vragen. We realiseren ons overigens dat uw verzoek voor dit jaar niet meer geldt, aangezien de herdenking van de Russische gesneuvelden op 9 mei heeft plaatsgevonden.

Wij zijn bekend met het feit dat sinds relatief korte tijd nabestaanden op de hoogte zijn van de locatie van de graven van hun dierbaren op het Russisch Ereveld.
U vraagt in uw brief of wij, net als de NCPN, van mening zijn dat wij een ereschuld hebben tegenover de nabestaanden. En omdat we een ereschuld zouden hebben een financiële bijdrage moeten leveren zodat nabestaanden naar Amersfoort kunnen komen om het Russisch Ereveld te kunnen bezoeken.
Met deze constatering zijn wij het niet eens. Enkel het feit dat wij in Amersfoort een Ereveld hebben, betekent niet dat wij daarmee een ereschuld hebben en daarmee een verantwoordelijkheid hebben ten aanzien van de reis- en verblijfkosten van nabestaanden. Dat vinden wij niet tot de taak van de gemeente behoren. Vorig jaar echter, in het kader van zestig jaar na de bevrijding, hebben wij hierop een uitzondering gemaakt. Toen hebben we besloten een eenmalige financiële bijdrage te leveren aan de komst van een groep nabestaanden.
We begrijpen uiteraard dat de wens bestaat bij nabestaanden om het Ereveld in Amersfoort te bezoeken. En we zijn ook bereid om aandacht te vragen voor het vinden van gastgezinnen voor de nabestaanden. We hebben hierover contact opgenomen met stichting Ravelijn. Deze stichting kan bemiddelen bij het zoeken naar gastgezinnen. Meer informatie over Ravelijn treft u aan op www.ravelijn-amersfoort.nl

Ook kan de gemeente via haar eigen informatiekanalen aandacht vragen voor dergelijke verzoeken. Mocht dat volgend jaar het geval zijn, dan verzoeken wij u vriendelijk dit op een eerder tijdstip, het liefst een aantal maanden van tevoren, aan ons kenbaar te maken. Het was voor ons nu niet mogelijk om in een tijdsbestek van anderhalve week hier werk van te maken.

We hopen uw vragen hiermee voldoende beantwoord te hebben.

Met vriendelijke groet,

burgemeester en wethouders van Amersfoort,
de secretaris,
de burgemeester,


februari 2007
De Anti Fascist
7

 

Reactie NCPN op het antwoord van de
gemeente

Aan: het College van B&W
Gemeente Amersfoort

Betreft: antwoorden Ereveld

Geacht college,

Hierbij willen wij reageren op de antwoorden die u ons hebt gezonden met betrekking tot onze vragen over het Russisch Ereveld. Wij betreuren het dat de Gemeente Amersfoort geen ereschuld voelt tegenover de nabestaanden van de Russische strijders die op het Ereveld begraven liggen. Als wij spreken over ereschuld bedoelen wij niet dat Amersfoort iets moet doen omdat het Ereveld nu eenmaal binnen de gemeentegrenzen ligt. De ereschuld ligt voor ons veel meer in het feit dat de Gemeente Amersfoort al die jaren geen vinger heeft uitgestoken om de familieleden van de gesneuvelden op de hoogte te brengen van de laatste rustplaats van de soldaten.

Er zijn tijden geweest dat dit moeilijk was, maar ook toen er wel mogelijkheden waren werd er niets ondernomen. Uiteindelijk is het de Amersfoortse Courant geweest, en eigenlijk een individuele journalist die deze moeilijke, maar eervolle taak op zich heeft genomen. Juist omdat er al die jaren daarvoor niets is gedaan vinden wij dat de Gemeente Amersfoort een ereschuld heeft tegenover de nabestaanden. Een ereschuld die ingelost moet worden.

Het is natuurlijk heel makkelijk om het vinden van gastgezinnen en andere activiteiten af te schuiven op een vrijwilligersorganisatie, die waarschijnlijk al werk genoeg heeft en ook nog beperkte middelen. Dat kan en mag de oplossing niet zijn. Uit uw antwoorden proeven wij de kille, berekenende mentaliteit die in het verleden ook zichtbaar was in de discussie rond Kamp Amersfoort. Wij gingen er eigenlijk vanuit dat er uit die zaak iets geleerd was. Dit blijkt niet het geval. Wij blijven vasthouden aan ons standpunt dat de Gemeente Amersfoort zelf middelen beschikbaar moet stellen om de nabestaanden een bezoek aan het Ereveld mogelijk te maken. En wij zullen deze zaak zeker niet laten rusten.

 

Hoogachtend,

Hein van Kasbergen
Namens de NCPN Afd. Amersfoort

Kader 2

zondag, 7 mei 2006, weblog Remco Reiding

Ereveld: ereschuld?
De komst van nabestaanden naar Nederland is mogelijk gemaakt door de medewerking van verschillende instanties en particulieren. De vier Russen verblijven de hele week bij twee gastgezinnen, naar wie mijn bijzondere dank uitgaat. De gastgezinnen zijn gevonden, nadat ik een mailtje had rondgestuurd. Dat bericht is opgepikt door anderen en via-via beland bij de Nieuwe Communistische Partij Nederland (NCPN). Deze partij stelde aan het gemeentebestuur van Amersfoort vragen over de zoektocht naar gastgezinnen voor nabestaanden van Sovjetsoldaten. De NCPN is van mening dat de gemeente een ereschuld draagt ten opzichte van de nabestaanden. Wat vinden jullie daarvan? Jullie gedachten hierover lees ik heel graag!

Verschillende mensen zetten zich deze week bovendien in als tolk. De Russische ambassade heeft vervoer van en naar Schiphol beschikbaar gesteld en de officiële uitnodiging geregeld. Luchtvaartmaatschappij Sibir stelde gratis vliegtickets beschikbaar vanuit Novosibirsk naar Moskou. Al deze betrokkenen wil ik bij deze ook hartelijk bedanken!


februari 2007
De Anti Fascist
8

 


Nabestaanden op bezoek

Brief Remco Reiding aan alle betrokkenen

Beste allemaal,

Onlangs heb ik door middel van een oproep geprobeerd gastgezinnen te vinden voor nabestaanden van in Leusden/Amersfoort begraven Sovjetsoldaten. Via via is dat bericht ook bij u terechtgekomen, heb ik begrepen. Ten eerste, hartelijk dank voor de belangstelling. Het doet mij goed dat mijn naspeuringen van de afgelopen acht jaar het Russisch Ereveld enigszins op de kaart hebben gezet en dat de belangstelling voor de slachtoffers en hun nabestaanden is toegenomen. Dat betekent dat mijn activiteiten ook in dat opzicht niet voor niets zijn geweest.

Ten tweede, ik ben erin geslaagd gastgezinnen te vinden voor beide families die vandaag naar Nederland vliegen. Op de korte termijn is er dus geen sprake van problemen. Ik begrijp uit onderstaande mails dat u vooral heeft gedacht aan de lange termijn. Aangezien ik van plan ben door te gaan met mijn vrijwillige zoektocht, is de verwachting dat ik in de komende jaren meer nabestaanden van in Leusden begraven Sovjetsoldaten kan informeren over het lot van hun vermiste familielid. De kans is groot dat sommige van deze mensen de reis naar Nederland willen maken om voor het eerst, ruim zestig jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog, het graf van hun familielid te bezoeken. De kans is ook groot dat ze dat zelf niet kunnen betalen. Dát blijft wel een probleem.

Via een oud-collega van de Amersfoortse Courant vernam ik dat Hein van Kasbergen vragen over de komst van nabestaanden heeft gesteld aan het gemeentebestuur van Amersfoort. Ook die vorm van zorg, betrokkenheid en aandacht waardeer ik zeer.

Het is wel nuttig om op te merken dat ik dit jaar zélf heb besloten geen beroep te doen op de gemeenten Leusden en Amersfoort, omdat zij vorig jaar al financieel hebben bijgedragen aan de komst van nabestaanden en eerder eenmalig een vergoeding hebben toegekend voor een deel van mijn naspeuringen. Kortom: ik wilde de gemeenten dit jaar maar eens met rust laten en een beroep doen op de inwoners van beide gemeenten d.m.v. mijn zoektocht naar gastgezinnen.

Dat neemt niet weg dat het problematisch blijft om in mijn eigen tijd en met mijn eigen geld na acht jaar de zoektocht voort te blijven zetten. Nog problematischer is de financiering van de komst van nabestaanden. In feite geldt: wie het kan betalen, kan komen. Wie het geld niet bij elkaar kan scharrelen, heeft pech. Moreel gezien is dat een slechte zaak, al bedoel ik dat geenszins als verwijt. Ik geloof niet dat de Stichting Nationaal Monument Kamp Amersfoort een “structurele oplossing” kan en/of wil bieden. Een aparte stichting oprichten zou kunnen (daar heb ik wel eens over gebrainstormd), maar ik ben er wat huiverig voor. Ik wil niet verzanden in allerlei tijdrovende en frustrerende procedures, statuten en - wellicht - bemoeienissen. Ik ben het project acht jaar geleden alleen begonnen en heb het al die jaren met succes alleen gedaan (inmiddels heb ik 98 families opgespoord en geïnformeerd over het lot van hun vermiste familielid). Hoe dan ook zijn alle suggesties, vragen en opmerkingen welkom. Wellicht vormt bovenstaande toelichting de aanleiding tot een verdere samenwerking bij het zoeken naar oplossingen.
In elk geval nogmaals bedankt voor alle belangstelling.

Met vriendelijke groet,

Remco Reiding

 

Remco Reiding bij de graven
Remco Reiding bij de graven


februari 2007
De Anti Fascist
9