Was Srebrenica een HOAX? (deel 1)
Over wat breed aandacht kreeg en wat er onder de tafel bleef
Door Jan Cleton

Jaren na dato, en ruim na het overlijden van Miloševic, kwam Carla del Ponte, de hoofdaanklager van het Joegoslavië Tribunaal, in een interview met Paris-Match met nieuwe ‘feiten’ over wat zich voorafgaande aan het Srebrenica-drama in juli 1995 afgespeeld zou hebben. De Srebrenica-genocide zou volgens haar een afspraak tussen Miloševic, Karadzic en Mladic geweest zijn. ‘Feiten’ die weer gewillig door de westerse media uitvergroot werden, maar ook tot gevolg hadden dat de discussie over Srebrenica weer enigszins op de voorgrond kwam bij monde van kritische waarnemers. Kritische waarnemers waar wij van de AFVN / BvA ook zeker toe behoren.
In “de anti fascist” hebben we regelmatig aandacht besteed aan hetgeen zich in de laatste decennia afgespeeld heeft in Joegoslavië. (zie bijvoorbeeld in de AF2005-3 het artikel “Srebrenica video”) Daarnaast hebben wij ook regelmatig artikelen geplaatst over de voortgang van het proces tegen Miloševic van de hand van Nico Steijnen, die in die periode regelmatig contact had met Miloševic en in bepaalde opzichten als zijn zaakwaarnemer optrad. Ook heb ik persoonlijk, door onvoorziene omstandigheden, mee mogen werken aan de Nederlandstalige uitgave van het boek van Robin de Ruiter over Miloševic en het Joegoslavië Tribunaal. Voordien had ik de inhoud van het boek Blufpoker van Michel Collon ook met grote interesse bestudeerd en dus mag ik mezelf als redelijk ingevoerd in de problematiek beschouwen.
Al met al van mijn kant reden om u een aantal gegevens over ‘Srebrenica’ aan te bieden met een wat andere invalshoek als de massaal aanvaarde visie die u door de gevestigde media voorgeschoteld kreeg.
Laat ik beginnen met het hoofdstuk over Srebrenica uit het voornoemde boek van Robin de Ruiter en wat Slobodan Miloševic tijdens het proces zei over “Srebrenica”.

HET GEHEIM VAN SREBRENICA
Nadat de Serviërs de onder toezicht van de VN-troepen staande ‘moslimenclave Srebrenica’ zonder moeite en met medeweten van het Westen veroverd hadden verbroederden de Nederlandse blauwhelmen zich met de Serviërs en keken toe hoe moslimjongens en mannen apart gezet werden. Er werd beweerd dat kort daarop duizenden van hen door de Serviërs doodgeschoten zouden zijn. Op 13 maart 2000 werd als bewijs hiervoor een foto van een massagraf in Srebrenica aan de Bosnisch-Servische generaal Krstic voorgelegd en vervolgens werd hem de dood van achtduizend mensen ten laste gelegd. Generaal Krstic werd in Den Haag tot vijfendertig jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens zijn door het Joegoslavië Tribunaal bewezen geachte rol bij de moord op duizenden mensen van islamitische afkomst tijdens de bezetting in 1995 van de stad Srebrenica door het Bosnisch-Servische leger.
Nu blijkt uit documenten van de Duitse overheid en andere onderzoeksrapportages dat er geen keiharde bewijzen bestaan voor etnische zuiveringen of volkerenmoord. Ook uit rapporten van forensische onderzoekers blijkt dat niet

achtduizend, maar tweeduizend lijken in en rond Srebrenica teruggevonden zijn. De bevindingen van deze wetenschappers zijn nooit publiek gemaakt! Een persconferentie met fotomateriaal werd door hun meerderen verijdeld. Waren de bevindingen van deze wetenschappers geen mooie kans geweest om het publiek wetenschappelijk onderbouwde bewijzen voor te leggen? Men mag zich afvragen waarom de ontdekkingen van deze gerechtelijke experts niet gepubliceerd mochten worden. Misschien omdat de uitkomsten van hun onderzoek de visie en theorie van het Tribunaal niet ondersteunden? Misschien omdat niet bewezen kon worden dat de soldaten van Krstic helemaal geen duizenden krijgsgevangenen vermoord hadden? Misschien omdat het bij het gevonden massagraf helemaal niet om een oorlogsgraf ging? Is de massamoord van Srebrenica misschien geënsceneerd?
Op 11 juli 2005 heeft de ‘Srebrenica Research Group’ op een persconferentie in het gebouw van de Verenigde Naties in New York een tweehonderd pagina’s tellend rapport gepresenteerd, met als titel: Srebrenica and the Politics of War Crimes. Het rapport veegt de vloer aan met de officiële versie over de gebeurtenissen in en rond de enclave in 1995. Het komt met onweerlegbare bewijzen dat zowel de omvang van het aantal slachtoffers als de versie die door regeringen en de media worden gegeven, berusten op misleidende manipulatie. Hierdoor wordt een totaal verwrongen beeld van de gebeurtenissen gegeven. Het rapport werd op de persconferentie gepresenteerd door enkele hoge VN-functionarissen. Phillip Corwin, hoofddeskundige van de ‘VN-Coördinatie voor Civiele Zaken’ en Carlos Martino Branco (zie ook kader 1) die de militaire VN-waarnemers uit Srebrenica heeft ondervraagd. Beiden waren destijds in Bosnië aanwezig.
Op 27 september 2002 verklaarde Miloševic in zijn openingsrede tijdens het begin van het Joegoslavië Tribunaal: “Ik wil dat de waarheid over deze waanzinnige misdaden in naam van de rechtvaardigheid aan het licht komt. Uit de volgende informatie moge blijken dat ene ‘Izetbegovic’, Srebrenica gebruikt heeft voor zijn politieke machinaties. Op 1 juli 1995 vond er een bijeenkomst plaats bij de burgemeester van de stad Zvornic, een moslim. In zijn huis sprak Izetbegovic met twee vertegenwoordigers van de Moslimregering van Sarajevo en met vertegenwoordigers van soldaten van het republikeinse leger van Srpska. De laatste vertegenwoordigers stonden echter niet onder het commando van het leger van Srpska, maar onder het commando van de Franse inlichtingendienst. En deze heren kwamen overeen om Srebrenica plat te walsen. En niemand anders! Alle informatie wijst erop dat noch generaal Mladic noch generaal Krstic, hier ook maar iets vanaf wist. Ze werden er echter wel voor


februari 2007
De Anti Fascist
20

 

veroordeeld. Onder dezelfde leiding werd de dezelfde groep huurlingen een jaar later naar Zaïre gestuurd om Mobutu te steunen en de revolutie daar de kop in te drukken. Deze groep soldaten kocht de wapens in die nodig waren voor Srebrenica. De kern van het Franse plan was om de oorlog in Bosnië door een militaire ingreep van de NAVO te laten stoppen. En het voorwendsel voor een dergelijk ingrijpen moest een volkerenmoord zijn die het Servische leger zou worden aangerekend. Dit zou de onderhandelingspositie van het Servische leger verzwakken. De aanwezigheid van Ratko Mladic in Srebrenica zou bevestigen dat hij de aanstichter was, zodat hij in Den Haag kon worden veroordeeld voor volkerenmoord. De internationale gemeenschap kon op die manier maatregelen nemen. En zo geschiedde.”
Op 1 juni 2005 werd tijdens het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag een video vertoond waarop een duidelijk verband tussen Miloševic en het bloedblad van Srebrenica te zien zou zijn. Op de video zouden de executies van zes moslims te zien zijn. De beelden werden nooit volledig op televisie uitgezonden om de ‘kijker te beschermen tegen de gruwelijke beelden’. Op de video was alleen te zien hoe een man in het gras viel terwijl kort daarvoor een geweerschot te horen was. Op deze video blijkt uit niets dat het hier om executies uit Srebrenica anno 1995 gaat. Voor Carla del Ponte was het echter een duidelijk bewijs tegen Miloševic. De zeldzame logica van Carla del Ponte bestaat erin dat als Serviërs zes moslims doden, Serviërs ook achtduizend moslims gedood hebben.
Miloševic heeft stelselmatig ontkend dat hij ooit ook maar iets te maken had met de gebeurtenissen in Srebrenica. “Deze video is een willekeurig gemonteerde film zonder een enkel bewijs van plaats en datum. Uit niets blijkt dat dit slachtoffers van Srebrenica zijn”, aldus Miloševic! Elk bewijs dat Miloševic in verband bracht met Srebrenica waar volgens het Tribunaal achtduizend moslims stierven, werd consequent door hem weerlegd. Miloševic legde haarfijn uit dat de Verenigde Naties betrokken waren bij het bloedbad in Srebrenica en daarom werden de transcripties van het Joegoslavië Tribunaal ook zwaar gecensureerd. In feite was Srebrenica een zogeheten ‘veilige zone’. De vredesmacht hield zich opzettelijk afzijdig en men gaf Miloševic de schuld van dingen die er niet gebeurden. Er zou zelfs nog aan toegevoegd kunnen worden dat de commandant van het onder VN-vlag aanwezige Dutchbat, overste Karremans, de aan de Franse collega’s gevraagde luchtsteun niet kreeg. Een bewijs te meer van de Franse betrokkenheid of toeval? Overste Karremans werd na terugkomst in Nederland met een sneltreinvaart weggepromoveerd naar de VS om lastige vragen van de media te ontlopen.
Iedereen die dit leest zal zich verbazen over de vooroordelen van het Joegoslavië Tribunaal en de publieke media. Ze gaan zonder uitzondering voorbij aan de werkelijke geschiedenis van Srebrenica (en wijde omgeving JC) dat gebukt ging onder de bloedbaden die Bosnische moslims met grote regelmaat aanrichtten onder de Servische bevolking.

Zoiets verzwijgen staat haaks op onafhankelijke journalistiek! Hun kleding is ogenschijnlijk al even correct als hun politieke houding en met een blik van waarachtige integriteit verkopen ze zelfs de sluwste propaganda als de waarheid. Ze doen dit echter geheel volgens de wens van hun broodheren en ze liggen er geen moment van wakker.
Om een misverstand te voorkomen: Terecht zijn de Serviërs om hun fanatisme tegenover de minderheden in Bosnië bekritiseerd. Maar voordat dat gebeurde zijn moslims minstens even misdadig tekeer gegaan tegen de Serviërs. Servische troepen, waarschijnlijk paramilitairen, hebben in juli 1995 verschrikkelijke excessen en misdaden begaan, daar bestaat geen twijfel over. Hier was echter sprake van een escalatie van geweld en tegengeweld, want ook de Kroaten en de moslims hebben naar vermogen geplunderd, verkracht en vermoord. Zoals in elke oorlog laden alle strijdende partijen schuld op zich wegens begane gruweldaden. De Servische slachtoffers zijn echter nooit in beeld gekomen, terwijl het aantal slachtoffers onder moslims sterk werd overdreven.
Slobodan Miloševic zei tijdens een twee uur durend interview met de journaliste Elisabeth Vinmout in 1998 voor de Washington Post: “Wij zijn niet van mening dat de moslims en de Kroaten minder huisgehouden hebben in Bosnië dan de Serviërs. Wij hebben ons best gedaan om alle gruweldaden zoveel mogelijk een halt toe te roepen.” In Der Spiegel verklaarde zijn vrouw Mira Markovic, dat er wel degelijk Servische soldaten en politiemensen waren die excessief geweld uitoefenden en dat zodanig geweld niet binnen de ‘normale’ verdedigingsstrategie paste. Volgens haar werden deze gebruikers van overmatig geweld echter streng bestraft.
<<Einde hoofdstuk>>

Bij het lezen van het voorgaande hoofdstuk moeten we er rekening mee houden dat het Bosnisch-Servische leger van Karadzic bestond uit een allegaartje van de samenleving ter plekke. Daaronder bevonden zich o.a. ook aanhangers van de Cetniks, de anti-communistische tegenstrevers van de partizanen die in de Tweede Wereldoorlog onder het ‘bevel van Tito’ vochten, en andere rechtse elementen. Karadzic zelf was in feite een vertegenwoordiger van de bourgeoisie in Srpska. Srpska met als hoofdstad Pale, zoals de hoofdstad van Bosnië, Sarajevo, ondanks 40% Servische inwoners aangemerkt mag worden als een bolwerk van de Bosnische moslims onder leiding van Izetbegovic. Tijdens de beschietingen van en in Sarajevo, het in die tijd bekende media-verhaal van de sluipschutters, waren er dan ook verschillen welke wijk van Sarajevo het betrof. Was dat een wijk met overwegend moslims, of overwegend Serviërs. Dat verschil werd door de media niet duidelijk gemaakt, met als gevolg dat uitsluitend de Serviërs daarvoor verantwoordelijk gesteld werden.
Waarmee ik maar aan wil geven hoe complex de situatie in dat deel van Joegoslavië was. Uiterlijk en qua kleding viel er praktisch geen onderscheid te maken wie of wat men vertegenwoordigde!
Dit gegeven gaf ook de imperialistische krachten, die uit waren op de onderwerping van Joegoslavië in hun belang en waar ook het Joegoslavië Tribunaal onderdeel van is, de mogelijkheid de publieke opinie op grove wijze te manipuleren.


februari 2007
De Anti Fascist
21

 

Vertaling: Denise Grobben
Was Srebrenica bedrog?
Ooggetuigenverslag van een voormalige Militaire Waarnemer van de Verenigde Naties in Bosnië

door Carlos Martins Branco

Global Research 24 juli 2005
Origineel gepubliceerd door GlobalResearch.ca, 20 april 2004

Dit gedetailleerde verslag, dat door de voormalige Militaire Waarnemer van de VN Carlos Martino Branco voor het eerst werd gepubliceerd in 1998, roept ernstige twijfels op over de uitspraak in hoger beroep van het Joegoslavië Tribunaal in Den Haag dat ‘in 1995 in Srebrenica genocide is gepleegd’.
“…Servische eenheden in Bosnië pleegden genocide op de Bosnische Moslims (…). Al wie genocide bedenkt en uitvoert is erop uit om de mensheid te ontdoen van zijn rijke verscheidenheid aan nationaliteiten, rassen, etniciteiten en religies. Dit is een misdaad tegen de menselijkheid, waarvan de schade niet alleen gevoeld wordt door degenen die direct getroffen worden door de vernietiging, maar door de hele mensheid.
Onder deze vooronderstellingen werd Radislav Krstic ‘schuldig bevonden aan medeplichtigheid aan genocide’ en tot vijfendertig jaar gevangenisstraf veroordeeld.
Bekijk voor het volledige verslag van het oordeel van 14 april 2004 het persbericht van het Joegoslavië Tribunaal (9 april 2004): http://www.un.org/icty/pressreal/2004/p839-e.htm

Michel Chossudovsky, 20 april 2004

Voorwoord van de auteur
Ik was werkzaam in Bosnië tijdens de oorlog en specifiek tijdens de val van Srebrenica.
Je kunt het met mijn politieke analyse eens zijn of niet, maar je zou in ieder geval het verslag moeten lezen van hoe Srebrenica viel en wie de slachtoffers waren, wiens lichamen tot nu toe gevonden zijn. En waarom de auteur denkt dat de Serviërs Srebrenica in wilden nemen en de Bosnische moslims eerder op de vlucht wilden jagen, dan dat ze de intentie hadden om ze af te maken. De vergelijking maken van Srebrenica met Krajina, alsmede de bijbehorende reactie in de media van de ‘vrije Westerse pers’, is ook vrij leerzaam.
Er bestaat weinig twijfel dat minstens tweeduizend Bosnische moslims zijn omgekomen in de strijd tegen de beter getrainde en beter aangestuurde VRS/BSA. De vraag blijft echter, WANNEER vielen de meeste slachtoffers van de strijd? Volgens de analyse hieronder was dit vóór de uiteindelijke val van Srebrenica: de Moslims boden maar weinig tegenstand in de zomer van 1995.

Ik was UNMO [United Nations Military Observer - Militaire Waarnemer Verenigde Naties] Deputy Chief Operations Officer van de UNPF [United Nations Population Fund - Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties] (op operatie niveau) en mijn informatie is gebaseerd op debriefings van Militaire Waarnemers van de VN die in Srebrenica gestationeerd waren gedurende die dagen, en op verscheidene VN-rapporten die nooit openbaar gemaakt zijn.
Ik heb mijn informatie niet van Ruder & Finn Global Public Affairs. Mijn naam komt niet voor in hun database.
Ik heb geen zin om het over aantallen te hebben en soortgelijke dingen die daar mee te maken hebben. Er is reden om aan te nemen dat getallen zijn gemanipuleerd en gebruikt voor propagandadoelen. Deze getallen en informatie geven geen goed inzicht in het Joegoslavische conflict.
Het artikel is gebaseerd op ware informatie en geeft mijn analyse van de gebeurtenissen. Het verhaal is langer dan ik in dit artikel heb beschreven.
Ik hoop dat het zal bijdragen aan het verhelderen van wat er daadwerkelijk in Srebrenica gebeurd is.

Was Srebrenica bedrog?
Het is inmiddels twee jaar geleden dat de moslimenclave van Srebrenica in handen viel van het Servische leger in Bosnië. Er is veel geschreven over die gebeurtenis. De meerderheid van de verslagen bleef echter beperkt tot uitgebreide media-aandacht voor het feit, zonder echt grondige analyse.
De discussie over Srebrenica mag niet slechts beperkt worden tot genocide en massagraven.
Een diepgravende analyse van de gebeurtenissen dient rekening te houden met de achtergrondsituatie om de ware motieven die tot de ondergang van de enclave leidden te kunnen begrijpen.
Het gebied rond Srebrenica, zoals in bijna het hele oosten van Bosnië, wordt gekenmerkt door zeer wild terrein. Steile valleien met dichte bossen en diepe ravijnen zorgen ervoor dat het bijna onmogelijk is om er met gevechtsvoertuigen te komen, en leveren een duidelijk voordeel op voor de defensieve strijdkrachten. Gezien de middelen die beide partijen tot hun beschikking hadden, en de kenmerken van het terrein, lijkt het erop dat het Bosnische leger (ABiH) voldoende slagkracht had om zich te verdedigen, als ze hun terreinvoordeel ten volle benut hadden. Dat gebeurde echter niet.
Gezien het militaire voordeel van de defensieve strijdkrachten is het uitblijven van militaire tegenstand zeer moeilijk te verklaren.


februari 2007
De Anti Fascist
22

 

De moslim strijdkrachten zetten geen effectief verdedigingssysteem op en deden zelfs geen beroep op hun zware artillerie, onder bevel van de troepen van de Verenigde Naties, terwijl ze op dat moment alle reden hadden om dat te doen. Dit gebrek aan een militair antwoord is het tegenovergestelde van de offensieve houding die de acties van de defensieve strijdkrachten kenmerkte in voorafgaande beleg-situaties, waarbij ze over het algemeen gewelddadige 'razzia's' uitvoerden op de omliggende Servische dorpen om zo zware verliezen onder de Servische bevolking te veroorzaken.
Maar in dit geval, met alle ogen van de media gericht op dit gebied, zou de militaire verdediging van de enclave de ware situatie in de veiligheidszones hebben getoond, en laten zien dat het nooit echte gedemilitariseerde zones waren geweest, zoals men beweerde, maar beschermde zwaarbewapende militaire eenheden. Militaire tegenstand zou de beeldvorming van 'slachtoffer' in gevaar brengen, een beeldvorming die zorgvuldig tot stand was gebracht en voor de moslims van groot belang was om in stand te houden.
Gedurende de hele operatie was het duidelijk dat er ernstige conflicten waren tussen de leiders van de enclave. Vanuit militair opzicht heerste er totale verwarring. Oric, de charismatische leider van Srebrenica was afwezig.
De regering van Sarajevo keurde zijn terugkeer om het verzet te leiden niet goed. De militaire macht kwam dus op de schouders van zijn luitenanten te liggen, die al heel lang niet met elkaar overweg konden. De afwezigheid van het duidelijke leiderschap van Oric leidde tot een situatie van totaal onvermogen. De tegenstrijdige bevelen van zijn opvolgers verlamden de belegerde strijdkrachten volkomen.
Ook het gedrag van de politieke leiders is interessant. De lokale voorzitter van de SDP, Zlatko Dukic, verklaarde in een interview met EU-waarnemers dat Srebrenica onderdeel was van een handelstransactie inzake een route voor logistieke ondersteuning naar Sarajevo, via Vogosca.
Hij beweerde ook dat de val van de enclave onderdeel was van een georkestreerde campagne om het westen in diskrediet te brengen en de steun van de Islamitische landen te verkrijgen. Dat was waarom Oric wegbleef bij zijn troepen. Deze vooronderstelling werd ook verdedigd door de lokale aanhangers van de DAS. Daarnaast deden er veel geruchten over een deal de ronde onder de lokale bevolking van de enclave.
Nog een merkwaardig aspect was het uitblijven van een militaire reactie van het tweede corps van het moslimleger, dat niets ondernam om de militaire druk op de enclave te verlichten. Het was algemeen bekend dat de Servische eenheid in de regio, het Drina Corps, uitgeput was en dat de aanval op Srebrenica alleen mogelijk was met de hulp van eenheden uit andere regio's. Desondanks deed Sarajevo helemaal niets om een aanval te plannen die de Servische strijdkrachten zou hebben verdeeld en de zwakke punten zou hebben blootgelegd die waren ontstaan door een concentratie van middelen rond Srebrenica. Een dergelijke aanval zou de militaire druk op de enclave verminderd hebben.
Ook het trieste beroep dat de president van Opstina, Osman

Suljic op 9 juli deed op de militaire waarnemers om toch vooral tegen de rest van de wereld te zeggen dat de Serviërs chemische wapens gebruikten, is het waard om te noemen. Ditzelfde personage beschuldigde later de media van het uitzenden van valse nieuwsberichten over het verzet van de troepen in de enclave, waarop een bericht van de VN kwam die dit ontkrachtte. Volgens Suljic reageerden de moslim troepen niet, en zouden ze sowieso nooit met zwaar artilleriegeschut hebben gereageerd. Tegelijkertijd klaagde hij over het gebrek aan voedselvoorraden en over de humanitaire situatie. Vreemd genoeg mochten de waarnemers de voedseldepots niet inspecteren. De nadruk die door politieke leiders werd gelegd op het uitblijven van een militaire reactie en op het gebrek aan voedselvoorziening lijkt min of meer op de doorschemering van officieel beleid te wijzen.
Halverwege 1995 begon de publieke interesse af te nemen door het voortduren van de oorlog. Er was een aanzienlijke afname in de druk die werd uitgeoefend op de publieke opinie in de westerse democratieën. Een incident van deze omvang zou echter voor enkele weken voorpaginamateriaal leveren voor de media, de publieke opinie kunnen wakker schudden en een nieuwe passie losmaken. Op deze manier zouden twee vliegen in een klap geslagen kunnen worden: er kon druk mee worden uitgeoefend om het embargo op te heffen en tegelijkertijd zou dit het de bezettende landen moeilijk maken om hun troepen terug te trekken, een hypothese die ter sprake was gebracht door leidende VN-figuren als Akashi en Boutros-Boutros Ghali.
De moslims hoopten altijd al heimelijk dat het embargo opgeheven zou worden. Dit was het belangrijkste doel geworden voor de regering in Sarajevo, wat werd aangewakkerd door stemmingen in de Amerikaanse Senaat en het Congres in het voordeel van een dergelijke maatregel. President Clinton sprak echter een veto uit over de beslissing en stelde dat minstens een tweederde meerderheid in beide kamers gehaald moest worden. De val van de enclave gaf de beslissende doorslag die de campagne nodig had. Na de val stemde de Amerikaanse senaat met een ruime tweederde meerderheid voor het opheffen van het embargo.
Het was duidelijk dat de enclaves vroeg of laat in de handen van de Serviërs zouden vallen, dat was onvermijdelijk. Er bestond overeenstemming tussen de onderhandelaars (de regering van de VS, de VN en de Europese regeringen) dat het onmogelijk was om alle drie de moslimenclaves te handhaven, en dat ze ingeruild zouden moeten worden voor gebieden in Centraal-Bosnië. Madeleine Albright stelde deze uitwisseling, gebaseerd op voorstellen van de Contact Groep, bij meerdere gelegenheden voor aan Izetbegovic.
Al in 1993, ten tijde van de eerste crisis van de enclave, stelde Karadzic aan Izetbegovic voor om Srebrenica te ruilen voor de voorstad Vogosca. Deze uitwisseling behelsde ook het meeverhuizen van de bevolking in beide richtingen. Dat was het doel van geheime onderhandelingen die werden gevoerd om ongewenste publiciteit te vermijden. Hieruit vloeit voort dat de westerse landen akkoord gingen met een etnische scheiding en die aanmoedigden.

februari 2007
De Anti Fascist
23

 

De waarheid is dat de Amerikanen en president Izetbegovic beiden zwijgzaam hadden toegestemd dat het niet zinvol was om te volharden in deze geïsoleerde enclaves in een verdeeld Bosnië. In 1995 geloofde niemand nog dat een etnische verdeling van het gebied onvermijdelijk was. In juni 1995, voor de militaire operatie in Srebrenica, verklaarde Alexander Vershbow, speciale assistent van president Clinton, dat ‘Amerika de Bosniërs zou moeten aanmoedigen om na te denken over gebieden met een grotere territoriale samenhang en compactheid’. Met andere woorden hield dit in dat de enclaves vergeten zouden moeten worden. De aanval op Srebrenica, zonder steun van Belgrado, was compleet overbodig en bleek een van de belangrijkste voorbeelden te zijn van het politieke falen van het Servische leiderschap.
Ondertussen verergerden de westerse media de situatie nog door de enclaves te transformeren in een krachtig icoon van de massamedia; een situatie die Izetbegovic onmiddellijk uitbuitte. CNN liet in dagelijkse uitzendingen beelden zien van massagraven voor duizenden lichamen, verkregen via spionagesatellieten. Ondanks de microscopische precisie in het lokaliseren van die graven, is het zeker dat tot op heden geen ontdekkingen zijn gedaan die deze vermoedens bevestigen. Aangezien er niet langer beperkingen op de bewegingsvrijheid zijn, kunnen we alleen maar speculeren over de reden dat ze nog steeds niet aan de wereld zijn getoond.
Als er vooraf een plan voor genocide klaar had gelegen, zouden de Serviërs een beleg hebben ingesteld om er zeker van te zijn dat niemand kon ontsnappen, in plaats van aan te vallen uit een richting, van zuid naar noord - waarbij er een hypothetische ontsnappingsroute was naar het noorden en het westen.
De waarnemingsposten van de VN ten noorden van de enclave werden niet getroffen en bleven in gebruik na afloop van de militaire operaties. Er zijn zeker massagraven aan de buitenranden van Srebrenica, net als in de rest van voormalig Joegoslavië op plekken waar is gestreden, maar er zijn geen aanwijsbare redenen voor de campagne die werd gevoerd, en ook niet voor de getallen die CNN naar buiten bracht.
De massagraven worden gevuld door een beperkt aantal lichamen van beide kanten, het gevolg van een hevige strijd en niet het resultaat van een beraamde genocide, zoals die tegen de Servische bevolking van Krajina, in de zomer van 1995, toen het Kroatische leger een massaslachting uitvoerde op alle Serviërs die ze tegenkwamen. In dit geval bewaarden de media een absolute stilte, ondanks het feit dat deze genocide over een periode van drie maanden werd uitgevoerd. Het doel van Srebrenica was een etnische schoonmaak, niet genocide, wat wel het geval was in Krajina waar het Kroatische leger, hoewel er geen sprake was van militaire operaties, hele dorpen met de grond gelijk maakte.
Ondanks de wetenschap dat de enclaves al als verloren werden beschouwd, stond Sarajevo erop om politiek gewin uit de situatie te halen. Doordat het publiek er al helemaal ontvankelijk voor was gemaakt, was het concept van genocide niet moeilijk te verkopen.
Van nog groter belang dan het genocide-verhaal en de politieke isolatie van de Serviërs was echter het chanteren van de VN: ofwel de VN schaarde zich aan de zijde van de regering in

Sarajevo in het conflict (wat vervolgens ook gebeurde) of de VN zou zich volledig ongeloofwaardig maken in de ogen van het publiek, wat wederom zou leiden tot meer steun voor Bosnië. Srebrenica was de laatste druppel die ervoor zorgde dat de westerse regeringen een akkoord bereikten om hun neutraliteit op te geven en militaire acties te ondernemen tegen een partij in het conflict. Het was de laatste druppel die het Westen bijeenbracht in hun verlangen om de ‘Servische beestachtigheid’ te breken. Sarajevo was zich bewust van het feit dat zij niet de militaire capaciteit hadden om de Serviërs te verslaan. Het was dus noodzaak om de voorwaarden te creëren waaronder de internationale gemeenschap dit voor hen kon doen. Srebrenica was een essentiële schakel in dit proces.
Srebrenica is een van de daden waarmee de Servische leiders de VN wilden provoceren om zo hun onmacht te laten zien. Dat was een ernstige strategische misser die hen duur kwam te staan. De kant die alles te winnen had bij het aantonen van de onmacht van de VN was de regering in Sarajevo, niet die in Pale. Het was in 1995 duidelijk dat er voor een verandering van de status-quo een daadkrachtige interventie nodig was die de Servische militaire macht kon verslaan. Srebrenica was alleen maar een voorwendsel, dat voortkwam uit de kortzichtigheid van de Bosnisch-Servische leiders.
De belegerde troepen hadden met gemak de enclave kunnen verdedigen, in ieder geval veel langer, als ze goed geleid zouden zijn. Het bleek goed uit te komen om de enclave op deze manier te laten vallen. Aangezien de enclave gedoemd was om te vallen, kon het beter op een zo gunstig mogelijke manier gebeuren. Dit had echter alleen kans van slagen als het politieke initiatief bij Sarajevo lag en onder volledige bewegingsvrijheid, wat nooit het geval zou zijn geweest aan de onderhandelingstafel. De bewuste val van de enclave mag dan lijken op een orkestratie van machiavellistische proporties, het is een feit dat de regering in Sarajevo er veel bij te winnen had, zoals daarna duidelijk werd. Srebrenica was niet een geen-verlies-geen-winst-spel. De Serviërs wonnen een militaire slag, maar met heel negatieve politieke bijwerkingen, die zorgden voor hun definitieve uitsluiting.
We kunnen als laatste nog een vreemde constatering doen. Toen de VN-posten werden aangevallen en het onmogelijk bleek ze in handen te houden, trokken de troepen zich terug. De barricades die waren opgezet door het moslim-leger lieten de troepen niet passeren. Deze troepen werden niet behandeld als soldaten die van de frontlinie vluchtten, maar met een verachtelijke differentiatie.
De moslims weigerden niet alleen zelf te vechten, ze dwongen anderen om voor hen te vechten. In een geval besloot de bestuurder van een Nederlands voertuig na gesprekken met ABiH om de barrière te passeren. Een moslim soldaat gooide een handgranaat, door welke scherven hij dodelijk werd geraakt. De enige VN-soldaat die in de aanval op Srebrenica omkwam werd gedood door moslims.

Carlos Martins Branco onderwijst aan het Europese Universiteitsinstituut, op het Departement van Sociale en Politieke Wetenschappen, Badia Fiesolana, Italië. [deel 2]


februari 2007
24