60 jaar na dato (3)
Totstandkoming van de DDR, als antifascistische Duitse staat

Door Piet Schouten

Het thema van de mensenrechten staat actueler dan ooit op de agenda. Opnieuw worden pogingen ondernomen om de verworven rechten af te nemen, terwijl de uitgaven voor militaire avonturen stijgen. De geschiedenis kan zich herhalen dankzij gunstige omstandigheden voor de krachten met onstilbare machtshonger. De naoorlogse generatie is opgegroeid in een Europa waar lange tijd de vredeskrachten de overhand hadden. Door de aanwezigheid en het optreden van de landen van het Warschaupact was er tot eind jaren tachtig een balans van vrede en veiligheid in Europa.
Na de Duitse capitulatie van 9 mei 1945, besloten ‘De Grote Vier’ in Potsdam, dat Duitsland in vier zones moest worden verdeeld: een Amerikaanse zone, een Britse zone, een Franse zone en een Sovjet-Russische zone. De voornaamste reden voor deze opdeling in vier bezettingszones was het voorkomen dat Duitsland opnieuw als (militaire) macht zou herrijzen. In de tekst van een document ondertekend op 5 juli 1945 door de vier machten werden de voorwaarden geschapen voor een geallieerde gezagsraad:
“De regeringen van de Verenigde Staten van Amerika, de Unie van de Socialistische Sovjet Republieken, het Verenigd Koninkrijk en de provisorische regering van de Franse republiek nemen hierbij volledige autoriteit over Duitsland, inclusief alle macht behorende bij de Duitse Regering, het Opperbevel en iedere vorm van bestuur of autoriteit, wereldlijk of lokaal. Het aannemen van genoemde autoriteit en macht, voor de doelen zoals hierboven gesteld, is niet van invloed op de annexatie van Duitsland.” [Uit: Staatsdepartement van de VS, Series van Verdragen en andere internationale Akten, No. 1520]
Tijdens de Conferentie van Potsdam in juli/augustus 1945 presenteerden de geallieerden plannen voor een nieuwe naoorlogse Duitse regering. Ze heroverlegden territoriale afzettingen ten gevolge van de oorlog, droegen op tot demilitarisering van Duitsland, democratisering en denazificatie, opheffing van kartels en maakten afspraken voor herstel na de oorlog.

Bovendien werd besloten, de ‘Duitse gebieden’ (van het vroegere ‘Reich’) ten oosten van de Oder en Neiße onder bestuur van Polen en de Sovjet-Unie te plaatsen en daar wonende Duitsers evenals de Duitsers in Tsjecho-Slowakije en Hongarije te doen emigreren.

Een van de - tussen de vier geallieerden overeengekomen - bepalingen van het Verdrag van Potsdam (1945) was het opsporen en vervolgen van oorlogsmisdadigers – de denazificatie - en de nazi’s elk openbaar ambt of andere belangrijke functies te ontzeggen. Dit was nodig voordat met een democratische opbouw van Duitsland begonnen kon worden. Maar alleen in het oosten van Duitsland in de SBZ1 werd dit zeer grondig gedaan. In de westelijke zones werd op een omslachtiger, zeer bureaucratische, wijze gezocht en zoals we in de vorige uitgave van de AntiFascist (nr. 2) konden lezen, zijn een groot aantal nazi-misdadigers geïntegreerd in de westerse invloedssfeer van het kapitalisme. Veel voormalige nazi’s zijn vrijuit gegaan of mild gestraft en konden hoge posities bekleden.

Werkgeversvoorzitter Hans-Martin Schleyer, die in 1977 door de RAF (Rote Armee Fraktion) werd doodgeschoten, was niet de enige ex-nazi die het ver geschopt had in het naoorlogse West-Duitsland. Verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog zijn ook terug te vinden in de stukken in Vrij Nederland over de Duitse ‘staatsterreur’. De meeste nazi’s, die zich op een of andere manier hadden schuldig gemaakt aan de moord op miljoenen Sovjetburgers en joden, zigeuners en andere groepen die de nazi’s als minderwaardig beschouwden, werden niet gestraft. Tienduizenden waren gevlucht naar het buitenland, velen (zoals Gehleni) met hulp van de Amerikaanse geheime dienst (OSS) en het Vaticaan. Veel geleerden en technici waren in dienst getreden van de VS, Groot-Brittannië, Frankrijk. Anderen werkten voor Zuid-Amerikaanse regimes of in Spanje, Egypte en Syrië. Duizenden soldaten van de SS, een elitekorps van de nazi’s, meldden zich bij het Franse vreemdelingenlegioen en werden naar Vietnam gestuurd om het Franse koloniale bewind overeind te houden. Van de meer dan 20.000 Nederlandse SS-vrijwilligers kregen duizenden gratie toen zij in dienst traden

van de Koninklijke Landmacht om in 1947 te vechten tegen de nationalistische beweging in Indonesië.
De vorming van een antifascistische, democratische orde in de SBZ schiep de voorwaarden voor de strijd tegen de restanten van het fascisme en zijn aanhangers. Punt 1 van het partijprogramma van de Kommunistische Partei Deutschlands (KPD) van 11 juni 1945 luidt: “Liquideren van de restanten van het Hitlerregime en de Hitlerpartij”. Na de verpletterende overwinning op de oorlogsmachine van Hitler door het Rode Leger en de bevrijding van het oosten van Duitsland werd er een militair bestuur ingesteld voor de SBZ, de Sovjet-Russische Militaire Administratie in Duitsland (SMAD). Deze vaardigde op 10 juni 1945 “Bevel Nr. 2” uit, welke voorzag in de oprichting van antifascistische partijen en vrije vakverenigingen. Het streven van de Sovjet-Unie was gericht tegen het federalisme2, voor oprichting van een neutraal, niet-gebonden, eensgezind, democratisch en verenigd Duitsland. Met leuze van ’Junkerland in Bauernhand’ voerde de SMAD in september 1945 een landhervorming door waarbij oorlogsmisdadigers, beambten en vertegenwoordigers van de NSDAP zonder schadeloosstelling onteigend werden.

Is het een wonder dat de Sovjet-Unie met een verlies van 26 miljoen burgers er alles aan deed om een Duitse antifascistische staat tot stand te brengen?

Eén dag na de uitvaardiging van “Bevel nr. 2” werd de KPD in de SBZ (her)opgericht, op 15 juni de Sozialdemokratische Partei Deutschlands (SDP). In de weken daarna volgden de Christlich-Demokratische Union Deutschlands en de Liberal-Demokratische Partei Deutschlands. Op initiatief van de SMAD en de KPD sloten de vier antifascistische partijen zich op 14 juli aaneen in het Blok van Antifascistische Democratische Partijen, het latere Nationale Front als brug tussen politiek en de maatschappij. In 1948 sloten de Demokratische Bauernpartei Deutschlands (DBD), de National-Demokratische Partei Deutschlands (NDPD) en massaorganisaties Kulturbund, FDGB3, DFB4 zich bij het antifascistische Nationale Front aan.


augustus 2006
De Anti Fascist
16

 

Binnen dit gremium werd overeengekomen de denazificatie gemeenschappelijk aan te pakken. In december 1945 besloten de partijbesturen van de KPD en SPD tijdens een conferentie dat de beide partijen moesten fuseren (Verschmelzung). Een grote gezamenlijke socialistische partij kon beter optreden tegen fascistische wortels, tegen militarisme en tegen het aanwezige revanchisme in Duitsland. Het Hitlerfascisme had immers gebruik gemaakt van de onderlinge verdeeldheid tussen (een deel van de) sociaaldemocraten en communisten.
In december 1947 werd in de SBZ de “Volkscongresbeweging voor eenheid en rechtvaardige vrede” opgericht onder leiding van de SED5. Hieruit volgde in maart 1948 de eerste Duitse Volksraad, waarvan gedelegeerden deels uit de westelijke zones kwamen. De Volksraad - onder leiding van Otto Grotewohl - organiseerde een referendum over eenheid en een nieuwe Grondwet. Dit ontwerp voor “Grondwet van de Duitse Democratische Republiek” werd op 19 maart 1949 door de Volksraad officieel goedgekeurd. De tweede Duitse Volksraad, samengekomen op 7 oktober, vormde de provisoire Volkskammer en benoemde Otto Grotewohl als formateur en Wilhelm Pieck als president van de nieuwe regering. Daarmee werd de tweede Duitse staat, de DDR, een feit. Het is voornamelijk een antwoord op de inzet van westelijke grootmachten tot hermilitarisering (in strijd met de verdragen van Postdam) van het westelijk deel van Duitsland, oprichting van de Bondsrepubliek, waardoor - met behulp van economische ‘Marshall’-operatie en de terugvloeiende winsten uit de nazi-heerschappij - de Koude Oorlog in gang gezet werd en het financierskapitaal en de ‘oude’ oorlogszuchtige machinerie ‘wiedervereinigt’. Uit protest tegen het besluit van de westelijke geallieerden een West-Duitse federale staat op te richten, verlieten de Sovjet-vertegenwoordigers de gezagsraad. Op 18 juni 1948 werd de Bank Deutscher Länder (de voorloper van de Bundesbank) opgericht. In de drie westelijke sectoren werd een nieuwe munt ingevoerd, de Deutsche Mark, met een tegenwaarde van 10 Reichsmark. De USSR verzette zich fel tegen de westelijke poging om geheel Duitsland economisch in handen te krijgen.
De Bondsrepubliek zette vanaf de oprichting nazi-tradities en hun staatsapparaat voort; justitie, scholen, politie en ook het leger werden voor een groot deel gevormd door vroegere nazi-ambtenaren en generaals van Hitler. De Bundeswehr is een voortzetting van de

Wehrmacht ‘in een ander jasje’ zo verklaart men wel eens. Heel toepasselijk schrijft Fritz Teppich: “Verwijzingen naar de vergroeiing aan de wortels van de opvolgerstaat met het rijk van de vreemdelingenhaat zijn taboe. Er wordt geen woord gezegd over de samenhang tussen het weer in dienst nemen van duizenden dienende ambtenaren uit het racistische Derde Rijk vanaf 1950, conform artikel 131 van de Grondwet, en de tegenwoordige nazistische wandaden. Het toen verspreide giftige zaad is sterker dan ooit aan het ontkiemen.” Adenauer haalde in de beginperiode van de Bondsrepubliek Globke in de bondskanselarij binnen - een expert op het gebied van discriminatie van joden - als een van zijn innigste medewerkers (...). Maar in de DDR werden ongeveer 12900 personen wegens oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid terechtgesteld. Dit aantal was tweemaal zo groot als in de Bondsrepubliek, terwijl ook nog eens talrijke verdachten na 1945 naar de westzones vluchtten. De DDR zag het sinds haar oprichting niet alleen als nationale plicht, maar vooral als volkenrechtelijke plicht, om oorlogsmisdaden te bestraffen en dit in haar Grondwet als zodanig vast te leggen. Aan de ‘verjaring van nazi-misdaden’ (zoals de BRD in 1960 besloot voor doodslag) gaven de DDR, noch de CSSR, Hongarije en Frankrijk, géén gevolg. Wat als bewijslast voor het einde van de oorlog niet vernietigd kon worden door de nazi’s werd in versneld tempo naar het westen gebracht. De documenten met de zwaarste bewijslast van fascistische misdaden bevonden zich onder het gezag van de BRD en vooral de USA.
In deel 4 van 60 jaar na dato (slot): de totstandkoming van het Verdrag van Warschau, antifascisme en vredesstrijd in Oost en West na de oorlog.

Bronnen:

Rotfuchs, Deutsches Historisches Museum, Berlin

Noten:

1 SBZ = Sovjet Bezettingszone
2 Federalisme: hierover volgt een beschouwing in deel 4
3 FDGB = Freier Deutscher Gewerkschaftsbund (vakbond)
4 DFB = Demokratischer Frauenbund Deutschlands
5 SED = Sozialistische Einheitspartei Deutschlands
(Endnotes)
i Nazi-generaal Gehlen stond tijdens de

oorlog aan het hoofd van de nazi-spionagediensten in de Sovjet-Unie. In mei 1945 gaf hij zich over aan de Amerikanen. Volgens de akkoorden tussen de geallieerden moesten de Amerikanen Gehlen, een van de grootste oorlogsmisdadigers, overdragen aan de Sovjet-Unie. Maar ze brachten de man in het geheim over naar de VS waar hij onderhandelde met de chef van de geheime diensten, Allan Dulles himself. Het kwam tot een akkoord: Gehlen bracht al zijn archieven over de Sovjet-Unie naar de VS en hij reactiveerde zijn netwerk van oud-nazi’s in de Sovjet-Unie onder de leiding van de VS. Gehlen werd kort daarop eerste chef van de inlichtingendienst van de Bondsrepubliek Duitsland en ging gewoon door met zijn anticommunistische activiteiten die hij vroeger in opdracht van Hitler uitvoerde maar nu onder de leiding van de VS. De (anticommunistische) boeken Blowback van Christopher Simpson en The Belarus secrets van John Loftus tonen goed aan hoe duizenden fascistische oorlogsmisdadigers in de jaren 1944-1953 aangeworven werden door de VS voor de strijd tegen de Sovjet-Unie. Die voormalige nazi’s uit Duitsland, Oekraïne, Letland, Rusland enz. speelden een cruciale rol tijdens de Koude Oorlog. Onder hen ook de grootste oorlogsmisdadigers zoals Klaus Barbie, Alois Brunner die verantwoordelijk wordt geacht voor de dood van 130.000 mensen, Otto von Bolschwig, de adjunct van Eichmann. (Solidair mei 2000)

'We kunnen stellen dat zonder de onophoudelijke strijd van socialistische landen en andere vredelievende krachten tegen de op oorlog beluste imperialistische krachten en zonder de bewustwording en de strijd van de volkeren van koloniale en semi-koloniale landen, onder invloed van het socialisme, de Derde Wereldoorlog allang had kunnen uitbreken.’

CP van China tijdens de conferentie in Praag 23-24 april 2005, 60 jaar na de val van het Hitlerfascisme


augustus 2006
De Anti Fascist achterpagina
17