Het Philips Kommando in Kamp Vught
Overleven als Facharbeiterin in de Duitse kampen

Door Bert Bakkenes

Nog niet zolang geleden hebben we een poging gedaan om de geschiedenis te beschrijven van de Amsterdamse, overwegend communistische, verzetsgroep CS-6, die grotendeels aan verraad ten onder is gegaan. Veel vragen zijn open gebleven, en het bleek onmogelijk om de grens die ons van de antwoorden scheidt te overbruggen. Toch doet zich nu een mogelijkheid voor om de sluier die altijd over deze groep heeft heen gehangen iets verder op te lichten. In de maand mei organiseerde de Amersfoortse bibliotheek een tentoonstelling over het Philips Kommando in Kamp Vught onder de titel “Licht in het Donker”. Het was een informatieve tentoonstelling met foto’s, beeldbanden, voorwerpen uit het kamp en een heldere duidelijke uitleg. Tussen de vele getuigenissen plotseling een bekende naam: Tineke Wibaut-Guilonard, lid van CS-6 en een van de weinigen van de groep die de oorlog overleefde. Dat ze overleefde, zo bleek nu, was vooral te danken aan het Philips Kommando, de Schindlerachtige operatie in Kamp Vught die uiteindelijk de levens heeft gered van een behoorlijke groep verzetsmensen en joden. Hoe zat het nu precies met dat Philips Kommando en wat was de rol van Tineke Wibaut-Guilonard in dit alles?

Kamp Vught
Kamp Vught, niet ver van Den Bosch, kende een andere organisatievorm dan de andere concentratiekampen in Nederland. Het was een kamp dat volledig onder controle stond van de SS met een gelijksoortig systeem dat ook in de kampen in Duitsland functioneerde. Er zaten veel verzetsmensen, maar het werd ook gebruikt als doorgangskamp voor gedeporteerde joden. Er was een vrouwenkamp en er zaten ook kinderen opgesloten.

Het brute systeem dat het kamp kenmerkte maakte iedere dag voor de gevangenen tot een hachelijke zaak waarbij overleven de eerste prioriteit bleef. Zonder dat de gevangenen er weet van hadden zou er begin 1943 een mogelijkheid ontstaan om dat overleven iets aannemelijker te maken. Bij de Philips directie in Eindhoven kwam een verzoek binnen van de hoogste SS-leiding uit Berlijn om in Kamp Vught een afdeling op te zetten voor de productie van apparatuur en onderdelen. Het hoofd van de directie, Frits Philips, weigert in eerste instantie. Maar hij komt hierop terug na overleg met mensen in zijn omgeving en met het plaatselijk verzet.


Frits Philips, directeur van het bedrijf

In Eindhoven deed Philips, net als veel andere Nederlandse bedrijven, al veel werk voor de bezetters. Omdat het om technische en communicatie apparatuur ging is er meer dan eens gezegd dat Philips de oorlog met maanden heeft verlengd. Frits Philips keek op twee manieren naar het project in Vught. Natuurlijk zou de productie het bedrijf ten goede komen. Maar gelijktijdig was het ook een mogelijkheid om iets voor de gevangenen te doen.

Om dit laatste te garanderen stelde de directie een aantal voorwaarden op waaraan de SS moest voldoen voordat de werkplaats van start kon gaan. Philips zelf moest de leiding hebben over de werkplaats en ook de beslissingen over wat er gemaakt zou worden moesten in Eindhoven worden genomen. Daarnaast moesten Philipsmedewerkers uit Eindhoven de mogelijkheid hebben om het kamp vrij in en uit te lopen. Ook wilde Philips zelf bepalen wie er in de werkplaats tewerkgesteld werd. Een andere voorwaarde was dat de gevangenen loon moesten ontvangen en iedere dag warm eten dat door Philips zelf werd aangeleverd. Dit was de zogenaamde Philipsprak. Deze voorwaarden werden door de SS, tot verbazing van de directie, geaccepteerd. Wel moest Philips de SS betalen voor de werknemers. Het ging hierbij om 3 gulden per dag voor een ongeschoolde arbeider en 4,50 voor een geschoolde. Overigens werd het uitbetalen van loon aan de arbeiders al snel door de hoogste SS leiding verboden.

Kort na de overeenkomst werd de Philipswerkplaats in Kamp Vught op 22 februari 1943 geopend. De werkplaats stond bekend als de B677. In het begin ging het maar om een kleine groep gevangenen die in de werkplaats aan de slag konden. Veelal ging het om verzetsmensen die over een aantal capaciteiten beschikten. Maar al snel werd het personeel uitgebreid en in totaal hebben er meer dan 3100 mensen, inclusief 600 joodse mannen en vrouwen, in het Philips Kommando gewerkt. De joodse medewerkers waren beschermd tegen deportatie en voor alle gevangenen die voor Philips werkten gold dat de omstandigheden veel beter waren dan in de rest van het kamp, en dat het werk dragelijk en goed georganiseerd was. Dit lag vooral in de handen van de Philipsmedewerkers die op en neer reisden tussen Eindhoven en het kamp.


augustus 2006
De Anti Fascist
12

 

De Werkplaats
Het Philips Kommando gaat in februari 1943 van start in een lege barak, maar al snel ontstaan er meer en meer afdelingen en wordt het lopende band werk ingevoerd. Er worden meerdere producten gemaakt, waaronder knijpkatten, waar door de verduistering veel vraag naar was, en radiobuizen. Op het hoogtepunt waren er ongeveer 40 grote en kleine afdelingen.


Aan de tekentafel in het Philips Kommando

Natuurlijk was er ook sabotage, maar dit gebeurde op een geruisloze manier en werd meestal pas in Eindhoven ontdekt. De directie maakte zich hier niet druk om, en winstgevend is de werkplaats in Vught nooit geweest. Maar dat was ook niet de bedoeling, veel meer ging het er om zoveel mogelijk gevangenen bescherming te bieden. Dit was natuurlijk ook tot de gevangenen doorgedrongen en velen probeerden bij het Philips Kommando aan de slag te komen. Dit ging niet zo maar. Er waren voorwaarden waaraan de werknemers moesten voldoen. Dit gold vooral voor de afdeling radiobuizen. Hier werkten vooral jonge vrouwen. Veel joodse meisjes konden hier aan de slag. Om op de afdeling te werken had je scherpe ogen, een vaste hand en smalle vingers nodig. Hier werd heel erg op gelet.

De werkomstandigheden in de werkplaats waren goed. Het was er warm, redelijk schoon en het eten dat iedere dag in grote ketels kwam was erg goed. Daar kwam

nog bij dat de arbeiders geen last hadden van de brute en gewelddadige bewakers. Maar het belangrijkste was dat ze in Nederland konden blijven, en niet naar de kampen in Duitsland en Polen werden gestuurd. Ze waren immers vakmensen geworden, “facharbeiter” in kamptaal. Deze titel bleek later veel voordelen te brengen, maar daarover later meer. Het hele systeem functioneerde eigenlijk goed, en via de Philipsmedewerkers konden de gevangenen boodschappen en andere zaken naar buiten brengen. Ook konden er boodschappen en voedsel het kamp binnengesmokkeld worden. De Philipsmedewerkers konden immers vrij in en uit lopen en werden dan ook niet gecontroleerd.

De SS slaat toe
Dat dit niet goed kon blijven gaan was duidelijk. Met de komst van de nieuwe kamp commandant SS- Sturmbahnführer Hütting beginnen de problemen pas echt. Hij trekt zich nauwelijks iets aan van de gemaakte afspraken, en in april 1944 worden er een aantal privileges ingetrokken. Nadat er gesmokkelde brieven waren gevonden moesten zelfs alle broekzakken dichtgenaaid worden. In mei 1944 slaat de SS pas echt toe. Zonder waarschuwing worden 250 mannen van het Philips Kommando naar Dachau gestuurd. Hieronder waren veel leidinggevende gevangenen, en voormannen van de afdelingen. Een week later werden ook alle joodse Philipsmedewerkers op transport gesteld. Zij kwamen in Auschwitz terecht, waar ze overigens wel als “facharbeiter” werden behandeld wat in veel gevallen overleven betekende. Op 10 juni werd er sabotage gepleegd op de radio-afdeling en dat gaf de SS de kans om tegen de Philipsmedewerkers op te treden. De zogenaamde Philips Vught directeur, Braakman, werd thuis opgepakt en in de bunker opgesloten. Ook andere medewerkers werden opgepakt of moesten onderduiken. De persoon die verantwoordelijk was voor de sabotage werd doodgeschoten. Het was een van de

vele executies in Kamp Vught in deze periode. Volgens verschillende bronnen werden er in de laatste maanden in Vught zeker 300 mensen gefusilleerd.

Door de stormachtige ontwikkelingen lag het werk nagenoeg stil. Toch bleven nog enkele moedige Philips medewerkers op hun post en de afdeling beleefde een doorstart. Zo werden er in de laatste drie maanden voor de ontruiming van Kamp Vught nog 750 gevangenen aangenomen en in het Philips Kommando te werk gesteld. Op 5 september 1944 is het afgelopen met het Philips Kommando en uiteindelijk gaan alle gevangenen op transport naar Duitsland of verder. De geallieerden staan immers voor de deur. Onder de bewakers brak op die dag, ‘Dolle Dinsdag’, paniek uit, en sommigen namen de benen. De gevangenen werden in goederenwagens weggevoerd. De vrouwen gaan naar Ravensbrück en de mannen naar Sachsenhausen. De gijzelaars die nog in het kamp zijn moeten alles opruimen en inpakken voor transport. Daarna worden ze vrijgelaten en mogen naar huis. De kampleiding is dan al grotendeels weg en het kamp, dat nu leeg is, wordt aan het Rode Kruis overgedragen. Toch zal het nog tot 19 oktober 1944 duren voordat het dorp Vught wordt bevrijd.

Tineke Wibaut-Guilonard
Er bestaat geen twijfel aan dat het Philips Kommando voor een aantal mensen levensreddend is geweest. Een van deze gelukkigen was de CS-6 verzetsvrouw Tineke Wibaut-Guilonard.


Tineke Wibaut-Guilonard tijdens de oorlog


augustus 2006
De Anti Fascist
13

 

Zo als de meeste leden van CS-6 kwam Tineke uit Amsterdam en kwam ze via verschillende verzetsactiviteiten bij de groep terecht. Geïntroduceerd door Jan van Mierlo die ze kende van de Nederlandse Unie in Amstelveen. Ze was vooral betrokken bij het vervalsen van papieren, een specialistentaak die veel nauwkeurigheid en scherpe ogen als voorwaarde had. De CS-6 groep, die zich bezig hield met het liquideren van leidende collaborateurs en andere handlangers van de Duitsers, is grotendeels door verraad uitgeschakeld. Zie hierover het artikel “Het alles verzengende vuur van het verraad” in de AF van november 2004. Toen de arrestaties van de CS-6 leden begonnen in de zomer van 1943 ontsprong Tineke Wibaut Guilonard een paar keer de dans. Ze verliet haar kamer in Amsterdam, dook onder bij een oude vriendin in Zeist en ging verder door het leven als Thea Beerens.


Radiobuizen gemaakt in Vught

Maar de lange arm van de bezetter liet ook haar niet ontsnappen. Ze had doorlopend contact met Jan van Mierlo, een leidend CS-6 lid, die onder de naam Fons van de Berg opereerde, en hij had kort daarvoor Irma Seelig in zijn groep opgenomen. Hij wist niet dat zij door de SD was “omgedraaid” en nu als lokvogel werd gebruikt. Irma kende het adres waar Tineke zat ondergedoken en wist ook waar de vrouw van Jan van Mierlo zat. Op 17 september 1943 stond de SD bij Tineke voor de deur. Ze wisten precies wie ze hebben moesten, en de SD’er Mollis uit de Euterpestraat in Amsterdam hielp haar zelfs om haar koffertje te pakken. Een doosje met spullen die ze gebruikte om persoonsbewijzen te veranderen stond openlijk op tafel. Maar de SD zag het over het hoofd. In een auto van de SD werd Tineke teruggebracht naar Amsterdam.

Betje van Mierlo werd gelijktijdig gearresteerd en Jan van Mierlo werd een paar dagen later opgepakt.

Tineke kwam eerst in de Euterpestraat terecht, maar werd al gauw overgebracht naar de gevangenis aan de Amstelveenseweg. Ze werd verhoord door de SD’er Oelschlagel, een levensgevaarlijk iemand waarvan zelfs gezegd werd dat hij arrestanten kon hypnotiseren. Het was Oelschlagel die Irma Seelig had “omgedraaid”. Tineke was door Jan van Mierlo voor de SD’er gewaarschuwd, en tijdens de verhoren zorgde ze er voor dat ze hem niet aankeek. Dit om een mogelijke hypnose te voorkomen. Ze werd niet echt hard aangepakt, omdat ze voorgaf in het verzet te zijn terechtgekomen omdat ze verliefd was op Fons van den Berg. Dat verhaal hield ze vol en op deze wijze minimaliseerde ze haar rol. Ze raakte alleen in paniek toen de Duitsers lieten doorschemeren dat ze haar voor Truus van Lier hielden. Tineke wist dat Truus de foute politiecommissaris van Utrecht had doodgeschoten. Als de SD haar voor Truus hield kon dat rampzalige gevolgen hebben. Maar het onderwerp kwam in de volgende verhoren niet meer ter sprake en Tineke liet verder niets los. Na een poosje hoorde ze dat Truus ook was opgepakt. Van een verwisseling kon dus geen sprake meer zijn.

De SD heeft nooit geweten wat de rol van Tineke Wibaut Guilonard precies is geweest en hoeveel ze wist. Uiteindelijk werd ze op 2 januari 1944 met een aantal andere vrouwen op transport gesteld naar Kamp Vught. In het kamp werd Tineke bij verschillende kommando’s ingedeeld. Het belangrijkste was nu om te voorkomen dat ze op transport naar Duitsland gesteld zou worden. In het kamp kwam Tineke verschillende vrouwen tegen die ook bij CS-6 hadden gezeten. Sommige kenden ze goed, anderen alleen van naam. Het ging onder meer om Mies Boissevain, Mien


De productie in afdeling B667


De knijpkat

Harmsen en Suze van Stokken. Na wat gerommel kwam Tineke uiteindelijk in het Philips Kommando terecht. Ze werd te werk gesteld in de knijpkatafdeling en het was haar taak om het anker in het huis van de knijpkat aan te brengen. Ze kwam er al snel achter dat veel van de mensen bij Philips zware gevallen waren die eigenlijk allang op transport gesteld hadden moeten worden. Bij Philips kregen ze (voorlopig) een veilig onderkomen. Naast knijpkatten werden er ook radiotoestellen, condensators en radiobuizen gemaakt. Deze laatste werden vooral door joodse meisjes in elkaar gezet.

Sabotage
Het werk bij Philips beviel Tineke uitstekend, maar op een zeker moment werd duidelijk dat het geen volledige veiligheid betekende. Op 3 juni 1944 werden alle joodse medewerkers op transport gesteld, dus ook de meisjes van de radiobuizenafdeling. Hierdoor kwam deze afdeling stil te liggen. Tineke werd nu met een aantal andere vrouwen naar deze afdeling overgeplaatst. Ze leerde elektrisch puntlassen en radiobuizen in elkaar zetten. Hierdoor kwam ze in gewetensnood. Radiobuizen waren immers voor de Duitse oorlogsvoering heel belangrijk. Ze wist niet of ze dit werk wel kon blijven doen. Het antwoord kwam van een Philipsmedewerker die aan de meisjes vertelde dat een spiraaltje dat in de lampen geschoven moest worden snel kon beschadigen als het werd verbogen. Dan was de lamp waardeloos.


augustus 2006
De Anti Fascist
14

 

Vanaf dat moment werden er heel wat spiraaltjes verbogen. Van buiten was dit niet te zien. Het probleem werd pas in Eindhoven ontdekt, en Philips maakte hier geen drukte over.

Deze geruisloze sabotage is lang door gegaan. Toch loerde ook in Vught het gevaar en Tineke was een van de 74 vrouwen die voor straf een nacht in een bunkercel werden opgesloten. De cel was zo vol en verstikkend dat 11 van de vrouwen het leven lieten. Tineke overleefde, maar haar gezondheid had wel een knauw gekregen.

In de late zomer van 1944 kwamen de geallieerden steeds dichterbij en ook in Vught begonnen de bevrijdingsgeruchten door te dringen. Tineke en een vriendin dachten aan ontsnappen, maar hier werd vanaf gezien omdat het te gevaarlijk was. Op 6 september 1944 werden alle vrouwen in treinwagons geladen en afgevoerd. De mannen waren al een dag eerder vertrokken. De vrouwen uit Vught kwamen in Ravensbrück terecht, waar de omstandigheden veel slechter waren dan in Vught. Het werk was zwaar, er werd veel geslagen en het eten was een ramp. Toch kreeg de Philipsgeschiedenis nog een vervolg. Op een dag werden alle Philips ‘Facharbeiterinnen’ die radiobuizen konden maken opgeroepen. Ze werden overgebracht naar een ander kamp in Polen. Dit kamp heette Reichenbach, een joods kamp dat een onderkommando van Gross Rosen was. Hier trof Tineke een aantal van de joodse meisjes aan die in Vught ook voor Philips hadden gewerkt. Ze waren in eerste instantie naar Auschwitz gestuurd, maar werden gered door het feit dat ze voor Philips hadden gewerkt en een vak hadden geleerd. Ze werden allemaal tewerkgesteld in een fabriek van Telefunken. Net als in Vught waren ook hier de omstandigheden in de fabriek redelijk.

Toch nog bevrijding
Aan het verblijf in het kamp kwam in februari 1945 een einde na een bombardement op de fabriek. Het Rode leger was niet ver meer en 500 vrouwen, waaronder 46 Philipsvrouwen, moesten lopend het kamp verlaten. Dit was het begin van een verschrikkelijke tocht, deels te voet en deels in open of gesloten wagons, die terug naar Duitsland voerde. Via verschillende

kampen kwamen ze in een oude Volkswagenfabriek terecht. Daar werden ze verlost van de SS-bewakers. Het complex stond onder leiding van oudere Wehrmacht soldaten. De behandeling was meteen een stuk beter. Maar ook hieraan kwam al weer snel een einde. Op 7 april stond er weer een trein klaar en de vrouwen gingen weer op transport. Nu weer onder SS-bewaking, dus veel slaag en teveel vrouwen per wagon. Weer naar een ander kamp, Salzwedel dit keer, een erg smerig kamp met veel ongedierte en weinig eten. Maar de vrouwen kregen wel veel steun van Joegoslavische partizanen waarmee ze een barak deelden. De oorlog liep ten einde en van werken of appels was geen sprake meer. Op 14 april 1945 was het dan eindelijk zo ver. Tineke en de andere vrouwen werden door de Amerikanen bevrijd. Twee maanden later was ze weer terug in Amsterdam, waar haar lange weg was begonnen.

Van de CS-6 vrouwen die in Kamp Vught terechtkwamen overleefden de meesten de oorlog, waaronder Mies Boissevain de moeder van Jan Karel en Gideon die op 1 oktober 1943 samen met een aantal andere leden van CS-6 in de duinen bij Overveen werden gefusilleerd. Ook Mien Harmsen haalde het einde. Maar Suze van Stokken die ook in het kamp zat, overleed daar in 1944. De oorzaak is niet bekend. Tineke Wibaut-Guilonard had nog jarenlang last van de trauma’s die ze in de oorlog had opgelopen. Ze is samen met haar man Frank in 1996 overleden.

Philips goed of fout
Na de oorlog heeft Philips veel verwijten gekregen over de samenwerking met de bezetters. Er bestaat geen twijfel aan dat Philips aan de oorlog heeft verdiend, hoewel er ook verliezen waren… Maar dat gold voor de meeste Nederlandse bedrijven. Wel is het zo dat de apparatuur die Philips produceerde voor de Duitse oorlogvoering erg belangrijk was. Ook is er veel kritiek geweest op het opzetten van het Philips Kommando. Die kritiek is zonder meer onterecht. Het staat vast dat het Philips Kommando het leven van veel politieke gevangenen en joden heeft gered. De cijfers spreken voor zich: er hebben 3100 mensen bij Philips in Vught gewerkt. Velen van hen hebben het overleefd. Hoeveel precies is niet meer te achterhalen, maar het was een grote meerderheid. Van de 600 joodse mensen die voor Philips werkten hebben er 400 het

einde van de oorlog gehaald. Niet zozeer omdat Philips hen ook in andere kampen nog beschermde, zoals soms wel wordt beweerd, maar wel omdat ze een goede vakopleiding hadden gekregen die voor de Duitsers van nut was. Na de oorlog hebben veel overlevenden hun dankbaarheid aan de Philipsdirectie en de medewerkers betoond. Hoewel er ook enkelen waren die er van overtuigd zijn gebleven dat Philips aan hun werk heeft verdiend. De directie heeft na de oorlog aan alle Philips-arbeiders die het hadden overleefd aangeboden om het achterstallige loon, dat door de SS was geblokkeerd, alsnog uit te betalen. Het is niet bekend hoeveel mensen van deze regeling gebruik hebben gemaakt.
Het opzetten van het Philips Kommando kan alleen maar als een goede beslissing worden gezien, die het leven voor een aantal gevangenen in de hel van Vught dragelijker heeft gemaakt. Daar kwam ook nog bij dat het de medewerkers van Philips in Eindhoven voor uitzending naar Duitsland heeft behoed. Na een bombardement waren zij immers tijdelijk werkloos geworden en loerde het gevaar van de Duitse arbeitseinsatz. Ook dit heeft levens gered, hoewel het nooit duidelijk zal worden hoeveel precies.

Bronnen
Internet:
www.philipskommando.nl
www.documentatiegroep40-45.nl
Boeken:
“Zo ben je daar” Kampervaringen, Tineke Wibaut-Guilonard
“Recht al barstte de wereld” Reina Prinsen-Geerligs en de ondergang van de verzetsgroep CS-6, Robert van Olm

Folder tentoonstelling “Licht in het Donker” mei 2006

Omheining Vught


augustus 2006
De Anti Fascist achterpagina
15