|
70
jaar geleden begon de Spaanse Burgeroorlog
De kogels kwamen van alle kanten De ideologische strijd aan en achter de fronten |
|
Door Bert Bakkenes Dit jaar is het 70 jaar geleden dat de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. In een eerder artikel hebben we het grote joodse aandeel in de strijd en de algemene afloop van de oorlog beschreven. Maar de Spaanse Burgeroorlog was niet alleen een strijd tussen de fascisten en de antifascisten die de Spaanse Republiek verdedigden. Zowel aan als achter de fronten woedde een ideologische strijd die de verschillen uitdrukte tussen de verschillende linkse stromingen die elkaar al jaren met woorden bestreden. In Spanje stonden deze stromingen naast elkaar onder de vlag van het antifascisme. Maar dit gezamenlijk doel was uiteindelijk niet genoeg om de oude grieven te begraven. Hoe deze onderlinge strijdt tot stand kwam en wat de consequenties waren zal in dit artikel centraal staan. Het linkse politieke landschap Vanaf begin jaren 30 rommelde het in Spanje. De oude heersers, de kerk en de adel kwamen steeds meer onder druk te staan, en verkeerden eigenlijk al in een staat van ontbinding. De burgerij stelde nog niet zoveel voor en ongeveer 70% van de actieve bevolking was werkzaam in de landbouw. De boeren leefden in armoede, terwijl de grootgrondbezitters, waaronder de kerk, hun rijkdom constant zagen toenemen. In die tijd kwam de moderne industrialisatie langzaam van de grond, eerst in Catalonië en daarna in Baskenland, met buitenlands kapitaal als de drijvende kracht. Langzaam komt er een voor Spanje revolutionaire beweging op gang, die wil afrekenen met de oude structuren. Deze beweging leidt tot een overwinning voor de Republikeinse partijen in de verkiezingen van 1931. De Spaanse koning, Alfonso XII, ziet zijn einde naderen en neemt de benen. Dit is het begin van de Spaanse Republiek. Het ligt voor de hand dat deze situatie een perfecte voedingsbodem voor de linkse organisaties zou moeten zijn. Helaas was er sprake van veel verdeeldheid waardoor de vele mogelijkheden maar deels konden worden benut. |
Van een arbeidersbeweging is nog maar nauwelijks sprake. Van de bestaande organisaties is de CNT, de Nationale Confederatie van de Arbeid, de meest belangrijke. Het ging hierbij om een in 1910 opgerichte organisatie van anarchisten en syndicalisten. Er was nog een andere anarchistische organisatie, de FAI, de Anarchistische Iberische Federatie, die steeds meer invloed binnen de CNT ging krijgen. In april 1931 riep de CNT haar leden op om op de burgerlijke Republikeinse partijen te stemmen. Aan deze oproep werd gehoor gegeven en dit speelde een grote rol in de verkiezingsoverwinning van de Republikeinen.
De Communistische Partij van Spanje, de PCE, werd in 1923 opgericht door de afgescheiden linkervleugel van de Socialistische Partij en verschillende andere communistische groepen. De partij volgde een ultralinkse koers en voelde weinig voor samenwerking. Dit leverde een zekere mate van isolatie op. De partij was niet groot (volgens verschillende bronnen waren er ongeveer 800 leden) en werkte vooral clandestien. In 1930 keerde Andres Nin, een voormalige CNT-functionaris, terug uit Moskou en hij richtte een eigen partij op, Communistisch Links. Hij heeft op dat moment al contact met Trotsky. Intussen heeft de voorlopige regering van conservatieven en socialisten, |
maar weinig hervormingen kunnen doorvoeren en de economie gaat hard achteruit. Hierdoor komt het tot verschillende opstanden van arbeiders en boeren die met veel geweld worden neer geslagen. Deze situatie had als gevolg dat de meeste militanten naar de CNT trokken. Deze organisatie had echter geen revolutionaire strategie of programma. Dit gebrek had de weg voor de PCE moeten openen, maar door de ultralinkse koers van de partij bleek dit niet mogelijk. Het gevolg was dat er nog meer organisaties bij kwamen. Zo ontstond het Arbeiders en Boeren Blok, het BOC opgericht door Joaquin Maurin. Al snel vormde het BOC samen met Communistisch Links de Arbeiders Alliantie. Door deze verdeeldheid en een boycot van de CNT kon rechts in 1933 een verkiezingsoverwinning behalen, en een aantal verslechteringen doorvoeren. Het resultaat was dat de periode tot einde 1934 werd gekenmerkt door stakingen en opstanden. Deze werden door de militaire leiders in bloed gesmoord. 3000 arbeiders werden vermoord, 7000 raakten gewond en ongeveer 40.000 mensen werden gearresteerd. Velen van hen werden gemarteld. Bondgenoten
|
| mei 2006 |
De
Anti Fascist
|
12
|
|
De POUM had ongeveer 8000 leden, vooral in Catalonië. Intussen heeft de Communistische Internationale, de Komintern, een andere weg ingeslagen, die ook wordt gevolgd door de PCE. De tactiek van het Volksfront wordt nu ingevoerd en dat geeft de PCE de mogelijkheid naar bondgenoten te zoeken. Er vinden verschillende fusies plaats van communistische en socialistische organisaties en jeugdafdelingen. Zo gaan de Jongcommunisten in Catalonië samen met de Jongsocialisten. Uiteindelijk ontstaat hieruit de PSUC. Deze partij wordt lid van de Komintern. Als er in februari 1936 verkiezingen worden gehouden voor het parlement neemt een brede coalitie deel onder de naam Volksfront. Het Volksfront bestaat uit de gematigde Republikeinen, de socialistische partij PSOE, de PCE, de UGT en de POUM. De coalitie behaalt een klinkende overwinning met een vrij progressief programma. Voor het eerst in de geschiedenis heeft Spanje een linkse regering. In heel Spanje worden demonstraties en stakingen gehouden om de overwinning te vieren. Gevangenen worden bevrijd en de boeren bezetten het land van de grootgrondbezitters die de benen nemen. De CNT en de FAI staan buiten de regering maar steunen over het algemeen wel de politiek van het Volksfront. Het rechtse blok aangevoerd door de generaals en steunende op de katholieke kerk is in eerst instantie uit het veld geslagen door de grote Republikeinse overwinning. Maar dit duurt niet lang. Rechtse officieren bereiden een staatsgreep voor en op 17 juli 1936 proberen zij de macht te grijpen. Overal in Spanje breken de gevechten uit. De arbeiders en de boeren komen in actie om de Republiek te verdedigen. De Spaanse Burgeroorlog was een feit geworden. In eerste instantie hebben de rechtse rebellen maar weinig succes. Overal lijden de fascisten gevoelige nederlagen. Alleen in Andalusië is de opstand een succes. In Barcelona bewapenen de arbeiders zich en bestormen de kazernes. Een colonne van de POUM en de Durruti eenheid van het CNT-FAI marcheren naar Zaragossa en bevrijden Aragon. In Valencia geeft het leger zich over. De opmars lijkt niet meer te stuiten. Maar de fascisten, nu geleid door Franco, krijgen steun uit Italië en |
Duitsland, inclusief de leverantie van wapens en manschappen. De balans verandert en de fascisten winnen langzaam terrein. Strijdpunten
De communisten en socialisten hadden als standpunt dat eerst de oorlog gewonnen moest worden. Hervormingen zouden immers niets waard zijn als de fascisten uiteindelijk de oorlog zouden winnen. De POUM en deels ook de CNT hadden een andere mening. De POUM argumenteerde dat het wachten met het doorvoeren van hervormingen het revolutionaire elan zou ondermijnen en dat het dan onmogelijk zou worden om tot het socialisme te komen. |
Er waren twee punten waar deze discussie zich op toespitste; de collectivisatie en de instellingen van de Republiek.
De POUM en deels ook
de anarchisten vonden dat de algemene collectivisatie van de landbouwgronden
niet kon worden uitgesteld. De Republikeinse regering, onder leiding van
de communisten en de socialisten, liet wel de grond van de grootgrondbezitters
collectiviseren, maar de kleine boeren konden hun stukje land behouden.
Zo wilde men de kleine boeren bij het antifascistisch front houden. Algemene
collectivisering kon immers tot een conflict met de kleine boeren leiden.
De POUM vond dit minder belangrijk en hield voet bij stuk. Ook de instellingen
van de Republiek werden tot strijdpunt. |
| mei 2006 |
De
Anti Fascist
|
13
|
|
genomen. Vaak met de nodige tegenstrijdigheden. Na verloop van tijd kwam hier wat rust in, en ontstond de vraag of het noodzakelijk was om een zekere mate van wettelijkheid terug te brengen. Dit, onder andere, met het oog op eventuele steun uit het buitenland. Ook op dit gebied lag de POUM dwars. De communistische partij PCE had intussen steun gekregen uit de Sovjet-Unie, en al snel bleek dat alleen deze staat en Mexico bereid waren de Spaanse strijd te steunen. De PCE wilde niet meteen overgaan tot een socialistische revolutie, omdat dit niet realistisch was en tot conflicten en verdeeldheid in het Volksfront kon leiden wat een grote mate van gevaar kon opleveren. Het bondgenootschap met de Sovjet-Unie maakte dat de PCE meer autoriteit kreeg en een grotere inbreng in de Volksfrontregering. Er ontstonden nauwe banden met de socialisten. Beide groepen wilden een bepaalde normalisering tot stand brengen, met als argument dat geen enkel land steun zou geven als men dacht dat het in Spanje een wilde bende was. Daarom ook werd voorgesteld om de milities, die door de verschillende organisaties waren opgebouwd om te vormen tot een echt volksleger, inclusief de Internationale Brigades van buitenlandse vrijwilligers, die voor een groot deel al onder communistische leiding stonden. Dit leger zou meer gedisciplineerd zijn en ook beter gebruik kunnen maken van de wapens die toch al beperkt voor handen waren. Deze aanpak werd als de enige manier gezien om de fascistische aanval tot stilstand te brengen. De POUM en anderen wilden de milities niet opgeven. Weer werd er geschermd met het argument dat dit de revolutie zou ondermijnen.
|
De regering bestaat uit socialisten, communisten en burgerlijke republikeinen. Verder zijn er ook ministers van de communistische vakbond UGT en vier anarchistische ministers. Voor de anarchisten van de het CNT-FAI was het hele proces een groot probleem en in feite een nederlaag voor hun principes. Als anarchisten stonden ze voor grote individuele vrijheid en waren ze tegen de dictatuur van het proletariaat en tegen de opbouw van een regering en staat. Maar in het verloop van de strijd zagen ze dat de fascisten zonder de leiding van een regering niet te stoppen waren en uiteindelijk accepteerden ze regeringsverantwoordelijkheid. Ook waren ze tegen het vormen van een leger. Maar iedere dag werd duidelijker dat zonder leger de strijd niet te winnen was. Dus ook dit standpunt was achterhaald door de realiteit. Daar kwam nog bij dat de POUM hen doorlopend probeerde mee te slepen in hun eigen strijd om de macht. Een strijd die de anarchisten eigenlijk helemaal niet wilden voeren omdat ook dat tegen hun principes in ging. Door de PCE en ook de USSR werd de POUM meer en meer gezien als de veroorzaker van problemen. De dwarsliggerij op een aantal punten en de vermeende banden met Trotsky maakten dat die partij steeds meer als een bedreiging werd gezien. Een bedreiging die om tegenmaatregelen vroeg. De rol van de POUM |
zoals door Moskou en de PCE werd beweerd, of werd de organisatie als zondebok gebruikt om de tekortkomingen en nederlagen te verklaren? Zoals boven beschreven was er een conflict tussen de leiding van de POUM en Trotsky. Dit conflict had meer te maken met tactiek dan verschillen van ideologische aard. De POUM hing de wereldrevolutie aan, en ook de strategie van permanente revolutie. De twee hoofdpijlers van het Trotskisme. Maar verschillen waren er ook. De POUM was sektarisch en erg overtuigd van het eigen gelijk. Daarom ook wees de leiding de aanwijzingen van Trotsky af om te infiltreren in de socialistische partij en banden aan te knopen met de linkse socialisten. De breuk tussen Trotsky en de POUM-leiders is nooit hersteld. Dit ondanks druk van anderen in de trotskistische beweging op Trotsky om hier wel aan te werken. Het gevoel was wederzijds, steeds opnieuw heeft de POUM er voor gekozen om Trotsky op afstand te houden. Op zich waren er ook
tegenstellingen binnen de POUM, en dit leidde tot een aantal vreemde beslissingen
en keuzes die maar moeilijk verklaard kunnen worden. |
| mei 2006 |
De
Anti Fascist
|
14
|
|
De POUM valt in een categorie partijen die tussen verschillende stromingen door worstelden, maar wel allemaal op een bepaalde niveau met het Trotskisme te maken hadden. In die categorie viel bijvoorbeeld de RSAP (Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij) van Henk Sneevliet in Nederland, de SAP in Duitsland en de Independent Labour Party in Engeland. Ondanks dat er banden met het Trotskisme waren, hadden al deze groepen meningsverschillen of ruzies met Trotsky over principekwesties. Het kwam er op neer dat deze groepen zich door niemand de wet lieten voorschrijven. Iets wat Trotsky onacceptabel vond. |
De meidagen in
Barcelona |
de CNT waren, slaagden
er in om aan de schietpartij een einde te maken. De politie kreeg de controle
over de centrale. Maar de geest was uit de fles. De schotenwisseling was
buiten gehoord en de arbeiders van Barcelona dachten dat er een contrarevolutie
op handen was. |
|
De genoemde partijen voerden een moeizame strijd voor het behoud van de eigen onafhankelijkheid. Het resultaat was dat ze in een aantal gevallen geïsoleerd raakten, in het verkeerde kamp terechtkwamen of werden vernietigd. De vaak veel kleinere Trotskistische groepen die wel loyaal aan Trotsky waren bleven meestal wel bestaan, met als hoofddoel het aanvallen en ondermijnen van de communistische partijen. Er kan geen twijfel aan bestaan dat dit ook de antifascistische eenheid ondermijnde. Vanuit verschillende kringen werd geprobeerd om de breuk tussen Trotsky en de POUM te herstellen. Vooral Henk Sneevliet wilde de POUM onder geen beding laten vallen, onder meer omdat de POUM over een massale aanhang beschikte. |
|
|
Hetzelfde kan gezegd worden voor Viktor Serge die het sektarische geknoei van Trotsky en zijn kritiekloze volgelingen meer dan zat was. Maar de breuk bleek permanent te zijn. Trotsky maakte de POUM-leider Andres Nin uit voor klassencollaborateur omdat hij was toegetreden tot de Volksfrontregering in Catalonië en noemde deze regering reactionair. Nin vond dit absoluut niet juist en sloeg terug door Trotsky als sektariër neer te zetten. Deze laatste mening werd onderschreven door Viktor Serge die het onacceptabel vond dat kleine groepjes buitenlanders (de volgelingen van Trotsky) hun mening gingen opleggen aan de massaorganisaties in Spanje. Dat er echte meningsverschillen waren blijkt uit het feit dat de orthodoxe trotskisten uit de POUM-milities werden gezet toen de oorlog begon. |
Dit betekende dat deze organisatie een soort veto had op de communicatie tussen de regering en de plaatselijke instellingen. Vooral de PSUC, de regionale eenheidspartij van communisten en socialisten, vond dit een onacceptabele situatie. Op 3 mei deed het hoofd van de politie, een actief lid van de PSUC, een poging om aan de CNT bezetting een eind te maken. Met een paar anderen slaagde hij er in om de centrale binnen te komen, en de CNT-leden die zich op de begane grond bevonden waren zo verrast dat ze de wapens meteen neerlegden. Maar CNT-leden die op andere verdiepingen van het gebouw zaten kregen in de gaten wat er precies was gebeurd en zij vochten terug, waardoor er een vuurgevecht ontstond. Het hele incident kwam als een verrassing, en twee politiefunctionarissen, die ook lid van |
Deze houding werd door de POUM niet gewaardeerd. De groep had zich in eerste instantie bij de CNT aangesloten, maar kwam meteen in het geweer tegen iedere poging om de boel te sussen. De POUM wilde juiste hardere actie. POUM-leden probeerden overal om de strijd aan te wakkeren, en deden een oproep voor het opzetten van een comité ter verdediging van de revolutie. Maar de CNT bleef oproepen voor een wapenstilstand en het Volksfront probeerde de orde te herstellen. Er waren toen al 500 doden en ongeveer 1000 gewonden. Na enkele dagen van gevechten kregen de leiders weer enigszins greep op de situatie, en zelfs POUM-leider Andres Nin kwam in actie om grotere aanvallen te voorkomen. De heethoofden die op de barricades domineerden werd duidelijk gemaakt dat ze de fascisten in de kaart |
| mei 2006 |
De
Anti Fascist
|
15
|
|
speelden. Er werden nu regeringstroepen ingezet om een einde aan de gevechten te maken. Er was enorm veel verwarring en er kwamen over en weer ook liquidaties voor. De oproepen van de CNT hadden uiteindelijk succes en de arbeiders verlieten de barricades en gingen weer aan het werk. De POUM beweerde dat de organisatie een overwinning had geboekt, omdat er veranderingen in de regering waren aangebracht. Maar in plaats van een overwinning waren de gevechten in Barcelona het begin van het einde voor de POUM. Er waren POUM-afdelingen die de POUM-leden in Barcelona bekritiseerden en hen voor avonturiers uitmaakten. Nin probeerde nog te redden wat er te redden was, en beweerde dat de POUM niet de confrontatie had gezocht. Hij zei dat zijn partij de arbeiders niet in de steek wilde laten toen de gevechten eenmaal waren begonnen. Maar de socialisten en communisten van de PSUC zagen dit anders en beschuldigden de POUM van provocaties en het aanzetten tot geweld. De regering verbrak alle banden met de POUM, haar krant werd verboden en uiteindelijk werd de hele partij illegaal verklaard. De leiders werden opgepakt en gevangengezet. Andres Nin werd later dood gevonden. Sommigen zeggen dat hij door de politie werd vermoord, maar het is nooit echt duidelijk geworden wat er met hem is gebeurd. Op 15 mei 1937 moest de regering van Caballero aftreden als gevolg van het debacle. Juan Negrin, een |
gematigde socialist werd minister-president. De consequenties Lessen van een
moeilijke strijd |
als regionaal speelden vooral een nuchtere rol waarin het realisme de overhand had. Dit had ook te maken met het feit, dat Moskou als grote steunpilaar van de Republiek, veel invloed kon uitoefenen. Tijdens verschillende fasen gaf de Sovjet-Unie meer prioriteit aan de belangen van haar buitenlandbeleid dan aan wat er werkelijk noodzakelijk was om Spanje niet alleen uit handen van de fascisten te houden, maar ook om het socialisme in Spanje tot een duurzame realiteit te maken. Zowel de PCE als de |
|
|
PSUC kozen er voor om eerst de oorlog te winnen en pas daarna over te gaan tot daadwerkelijke hervormingen. Onder die omstandigheden was dit een juiste keuze. Onder de andere krachten
was er sprake van verwarring, gebrek aan een consequente politieke lijn
en een zekere mate van avonturisme. |
| mei 2006 |
De
Anti Fascist
|
16
|
|
Een van de discussiepunten tussen de verschillende organisaties was; hoe de Republikeinse regeringen in Madrid en Barcelona moesten worden beoordeeld. Natuurlijk waren er kapitalistische vertegenwoordigers in deze regeringen, maar de arbeidersorganisaties hadden met hun grote aanhang de overhand. Het is dus onzin om de regeringen als reactionair te bestempelen zoals door de Trotskisten, en sommige andere kleinere groepen, werd gedaan. Het deelnemen aan deze regeringen onder de geboden omstandigheden was dus juist, als een stap richting de verwezenlijking van een socialistische republiek. Het is waar dat er geen controle over de productiemiddelen was, uitzonderingen daargelaten. Maar als de eenheid in tact was gebleven en de strijd ten gunste van de arbeidersklasse was beslecht had dit zeker tot de mogelijkheden behoord. Het grootste probleem was dat veel machten in Europa niet in de gaten hadden, of niet wilden zien, dat de strijd in Spanje niet alleen een strijd tegen Franco was. Maar dat het ging om een internationale strijd om ook fascisten als Hitler en Mussolini te stoppen, en dus in feite de Tweede Wereld Oorlog af te wenden. Vooral de Franse Volksfrontregering heeft hier een bedroevende rol in gespeeld. In eerste instantie zegde de Franse regering hulp aan de Republikeinse regering in Spanje toe. Maar daar is praktisch niets van terechtgekomen. |
Frankrijk sloot de grens en gelijktijdig de ogen. De prijs die hiervoor in latere jaren is betaald was extreem hoog. Voor de linkse beweging van vandaag zijn de lessen van de Spaanse Burgeroorlog nog steeds relevant. Vooral het belang van eenheid in de strijd moet hier genoemd worden. De ideologie moet in deze strijd het belangrijkste wapen zijn. Maar het mag geen strijdpunt op zich worden, waar alle andere zaken aan ondergeschikt worden gemaakt. Dat leidt meestal tot misbruik door kleine groepen met geheime agendas. Bondgenootschappen zijn belangrijk, maar uiteindelijk kan de overwinning alleen via de eigen kracht worden geboekt, en niet via vage beloften van buitenlandse mogendheden. Dat die kracht voor handen is staat vast. Waar het nu om gaat is hoe we die kracht op de beste manier kunnen opwekken en inzetten. Dat is de uitdaging waar we nu voor staan. Bronnen: |
Notes for an Autobiography
S. L. Shneiderman 2001
|
|
| mei 2006 |
De
Anti Fascist achterpagina
|
17
|