70 jaar geleden begon de Spaanse Burgeroorlog
De kogels kwamen van alle kanten
De ideologische strijd aan en achter de fronten

Door Bert Bakkenes

Dit jaar is het 70 jaar geleden dat de Spaanse Burgeroorlog uitbrak. In een eerder artikel hebben we het grote joodse aandeel in de strijd en de algemene afloop van de oorlog beschreven.

Maar de Spaanse Burgeroorlog was niet alleen een strijd tussen de fascisten en de antifascisten die de Spaanse Republiek verdedigden. Zowel aan als achter de fronten woedde een ideologische strijd die de verschillen uitdrukte tussen de verschillende linkse stromingen die elkaar al jaren met woorden bestreden. In Spanje stonden deze stromingen naast elkaar onder de vlag van het antifascisme. Maar dit gezamenlijk doel was uiteindelijk niet genoeg om de oude grieven te begraven. Hoe deze onderlinge strijdt tot stand kwam en wat de consequenties waren zal in dit artikel centraal staan.

Het linkse politieke landschap

Vanaf begin jaren 30 rommelde het in Spanje. De oude heersers, de kerk en de adel kwamen steeds meer onder druk te staan, en verkeerden eigenlijk al in een staat van ontbinding.

De burgerij stelde nog niet zoveel voor en ongeveer 70% van de actieve bevolking was werkzaam in de landbouw. De boeren leefden in armoede, terwijl de grootgrondbezitters, waaronder de kerk, hun rijkdom constant zagen toenemen. In die tijd kwam de moderne industrialisatie langzaam van de grond, eerst in Catalonië en daarna in Baskenland, met buitenlands kapitaal als de drijvende kracht. Langzaam komt er een voor Spanje revolutionaire beweging op gang, die wil afrekenen met de oude structuren. Deze beweging leidt tot een overwinning voor de Republikeinse partijen in de verkiezingen van 1931. De Spaanse koning, Alfonso XII, ziet zijn einde naderen en neemt de benen. Dit is het begin van de Spaanse Republiek.

Het ligt voor de hand dat deze situatie een perfecte voedingsbodem voor de linkse organisaties zou moeten zijn. Helaas was er sprake van veel verdeeldheid waardoor de vele mogelijkheden maar deels konden worden benut.

Van een arbeidersbeweging is nog maar nauwelijks sprake. Van de bestaande organisaties is de CNT, de Nationale Confederatie van de Arbeid, de meest belangrijke. Het ging hierbij om een in 1910 opgerichte organisatie van anarchisten en syndicalisten. Er was nog een andere anarchistische organisatie, de FAI, de Anarchistische Iberische Federatie, die steeds meer invloed binnen de CNT ging krijgen. In april 1931 riep de CNT haar leden op om op de burgerlijke Republikeinse partijen te stemmen. Aan deze oproep werd gehoor gegeven en dit speelde een grote rol in de verkiezingsoverwinning van de Republikeinen.

CNT Poster

De Communistische Partij van Spanje, de PCE, werd in 1923 opgericht door de afgescheiden linkervleugel van de Socialistische Partij en verschillende andere communistische groepen. De partij volgde een ultralinkse koers en voelde weinig voor samenwerking. Dit leverde een zekere mate van isolatie op. De partij was niet groot (volgens verschillende bronnen waren er ongeveer 800 leden) en werkte vooral clandestien.

In 1930 keerde Andres Nin, een voormalige CNT-functionaris, terug uit Moskou en hij richtte een eigen partij op, Communistisch Links. Hij heeft op dat moment al contact met Trotsky. Intussen heeft de voorlopige regering van conservatieven en socialisten,

maar weinig hervormingen kunnen doorvoeren en de economie gaat hard achteruit. Hierdoor komt het tot verschillende opstanden van arbeiders en boeren die met veel geweld worden neer geslagen. Deze situatie had als gevolg dat de meeste militanten naar de CNT trokken. Deze organisatie had echter geen revolutionaire strategie of programma. Dit gebrek had de weg voor de PCE moeten openen, maar door de ultralinkse koers van de partij bleek dit niet mogelijk. Het gevolg was dat er nog meer organisaties bij kwamen. Zo ontstond het Arbeiders en Boeren Blok, het BOC opgericht door Joaquin Maurin. Al snel vormde het BOC samen met Communistisch Links de Arbeiders Alliantie.

Door deze verdeeldheid en een boycot van de CNT kon rechts in 1933 een verkiezingsoverwinning behalen, en een aantal verslechteringen doorvoeren. Het resultaat was dat de periode tot einde 1934 werd gekenmerkt door stakingen en opstanden. Deze werden door de militaire leiders in bloed gesmoord. 3000 arbeiders werden vermoord, 7000 raakten gewond en ongeveer 40.000 mensen werden gearresteerd. Velen van hen werden gemarteld.

Bondgenoten
Een aantal linkse leiders begreep nu dat het zo niet langer kon. Er moesten bondgenootschappen worden gesloten om de aanval van rechts het hoofd te bieden. Trotsky eiste dat Andres Nin banden tot stand zou brengen tussen Communistisch Links en de radicale jongeren in de Socialistische Partij.

Nin zag dit helemaal niet zitten. Hij besloot tot een fusie met het BOC en brak met Trotsky. In september 1935 ontstaat uit dit proces de POUM, de Arbeiders Partij van de Marxistische Eenheid.
Andres Nin
Andres Nin

mei 2006
De Anti Fascist
12

 

De POUM had ongeveer 8000 leden, vooral in Catalonië. Intussen heeft de Communistische Internationale, de Komintern, een andere weg ingeslagen, die ook wordt gevolgd door de PCE. De tactiek van het Volksfront wordt nu ingevoerd en dat geeft de PCE de mogelijkheid naar bondgenoten te zoeken. Er vinden verschillende fusies plaats van communistische en socialistische organisaties en jeugdafdelingen. Zo gaan de Jongcommunisten in Catalonië samen met de Jongsocialisten. Uiteindelijk ontstaat hieruit de PSUC. Deze partij wordt lid van de Komintern.

Als er in februari 1936 verkiezingen worden gehouden voor het parlement neemt een brede coalitie deel onder de naam Volksfront. Het Volksfront bestaat uit de gematigde Republikeinen, de socialistische partij PSOE, de PCE, de UGT en de POUM. De coalitie behaalt een klinkende overwinning met een vrij progressief programma. Voor het eerst in de geschiedenis heeft Spanje een linkse regering. In heel Spanje worden demonstraties en stakingen gehouden om de overwinning te vieren. Gevangenen worden bevrijd en de boeren bezetten het land van de grootgrondbezitters die de benen nemen. De CNT en de FAI staan buiten de regering maar steunen over het algemeen wel de politiek van het Volksfront.

Het rechtse blok aangevoerd door de generaals en steunende op de katholieke kerk is in eerst instantie uit het veld geslagen door de grote Republikeinse overwinning. Maar dit duurt niet lang. Rechtse officieren bereiden een staatsgreep voor en op 17 juli 1936 proberen zij de macht te grijpen. Overal in Spanje breken de gevechten uit. De arbeiders en de boeren komen in actie om de Republiek te verdedigen. De Spaanse Burgeroorlog was een feit geworden. In eerste instantie hebben de rechtse rebellen maar weinig succes. Overal lijden de fascisten gevoelige nederlagen. Alleen in Andalusië is de opstand een succes. In Barcelona bewapenen de arbeiders zich en bestormen de kazernes. Een colonne van de POUM en de Durruti eenheid van het CNT-FAI marcheren naar Zaragossa en bevrijden Aragon. In Valencia geeft het leger zich over. De opmars lijkt niet meer te stuiten. Maar de fascisten, nu geleid door Franco, krijgen steun uit Italië en

Duitsland, inclusief de leverantie van wapens en manschappen. De balans verandert en de fascisten winnen langzaam terrein.

Strijdpunten
Al vanaf het begin van de vorming van het Volksfront was er een bepaald spanningsveld tussen de deelnemende partijen. De linkse socialisten, waaronder de POUM, wilden snelle radicale hervormingen om een revolutionaire situatie te ontketenen. Maar de Socialistische PSOE riep op tot matiging en de Communistische Partij PCE hield zich een beetje afzijdig. De partij wilde niet het initiatief nemen omdat nog niet duidelijk was hoe de situatie uiteindelijk zou uitpakken. Deze problematiek vormde de basis van de discussies die gedurende de gehele oorlog zouden worden gevoerd en die een tragische invloed hebben gehad op de uitkomst van de strijd.
Een hoofdpunt in de discussie was waar de prioriteit moest liggen; op het winnen van de oorlog of het doorvoeren van revolutionaire hervormingen.

Pamflet van de PCE: De oorlog winnen is de revolutie aandrijven
Pamflet van de PCE: De oorlog winnen is de revolutie aandrijven

De communisten en socialisten hadden als standpunt dat eerst de oorlog gewonnen moest worden. Hervormingen zouden immers niets waard zijn als de fascisten uiteindelijk de oorlog zouden winnen. De POUM en deels ook de CNT hadden een andere mening. De POUM argumenteerde dat het wachten met het doorvoeren van hervormingen het revolutionaire elan zou ondermijnen en dat het dan onmogelijk zou worden om tot het socialisme te komen.

Er waren twee punten waar deze discussie zich op toespitste; de collectivisatie en de instellingen van de Republiek.

Pamflet van de POUM: De grond is van ons
Pamflet van de POUM:
De grond is van ons

De POUM en deels ook de anarchisten vonden dat de algemene collectivisatie van de landbouwgronden niet kon worden uitgesteld. De Republikeinse regering, onder leiding van de communisten en de socialisten, liet wel de grond van de grootgrondbezitters collectiviseren, maar de kleine boeren konden hun stukje land behouden. Zo wilde men de kleine boeren bij het antifascistisch front houden. Algemene collectivisering kon immers tot een conflict met de kleine boeren leiden. De POUM vond dit minder belangrijk en hield voet bij stuk. Ook de instellingen van de Republiek werden tot strijdpunt.
Na de verhitte strijd van de eerste weken die volgde op de fascistische opstand in juli 1936 ontstonden er een aantal nieuwe instellingen die de plaats in namen van de machinerie van het oude regime. Er kwamen milities, volkspolitie en tribunalen die zich niet alleen bezighielden met de verdediging van de Republiek, maar ook met de economie van het land, het vormen van besturen en het spreken van recht. In de eerste weken hadden militanten aan de basis zelf beslissingen genomen die hun het beste leken onder de omstandigheden. Vaak gingen deze beslissingen in tegen de richtlijnen van hun eigen organisaties. De regering had weinig meer te vertellen en de beslissingen werden aan de basis


mei 2006
De Anti Fascist
13

 

genomen. Vaak met de nodige tegenstrijdigheden. Na verloop van tijd kwam hier wat rust in, en ontstond de vraag of het noodzakelijk was om een zekere mate van wettelijkheid terug te brengen. Dit, onder andere, met het oog op eventuele steun uit het buitenland. Ook op dit gebied lag de POUM dwars. De communistische partij PCE had intussen steun gekregen uit de Sovjet-Unie, en al snel bleek dat alleen deze staat en Mexico bereid waren de Spaanse strijd te steunen. De PCE wilde niet meteen overgaan tot een socialistische revolutie, omdat dit niet realistisch was en tot conflicten en verdeeldheid in het Volksfront kon leiden wat een grote mate van gevaar kon opleveren.

Het bondgenootschap met de Sovjet-Unie maakte dat de PCE meer autoriteit kreeg en een grotere inbreng in de Volksfrontregering. Er ontstonden nauwe banden met de socialisten. Beide groepen wilden een bepaalde normalisering tot stand brengen, met als argument dat geen enkel land steun zou geven als men dacht dat het in Spanje een wilde bende was. Daarom ook werd voorgesteld om de milities, die door de verschillende organisaties waren opgebouwd om te vormen tot een echt volksleger, inclusief de Internationale Brigades van buitenlandse vrijwilligers, die voor een groot deel al onder communistische leiding stonden. Dit leger zou meer gedisciplineerd zijn en ook beter gebruik kunnen maken van de wapens die toch al beperkt voor handen waren. Deze aanpak werd als de enige manier gezien om de fascistische aanval tot stilstand te brengen. De POUM en anderen wilden de milities niet opgeven. Weer werd er geschermd met het argument dat dit de revolutie zou ondermijnen.

Largo Caballero
Largo Caballero
In september 1936 vormt de linkse socialist Largo Caballero de nieuwe Republikeinse Volksfront- regering die de koers van normalisering moest inzetten.

U.G.T.

De regering bestaat uit socialisten, communisten en burgerlijke republikeinen. Verder zijn er ook ministers van de communistische vakbond UGT en vier anarchistische ministers. Voor de anarchisten van de het CNT-FAI was het hele proces een groot probleem en in feite een nederlaag voor hun principes. Als anarchisten stonden ze voor grote individuele vrijheid en waren ze tegen de dictatuur van het proletariaat en tegen de opbouw van een regering en staat. Maar in het verloop van de strijd zagen ze dat de fascisten zonder de leiding van een regering niet te stoppen waren en uiteindelijk accepteerden ze regeringsverantwoordelijkheid. Ook waren ze tegen het vormen van een leger. Maar iedere dag werd duidelijker dat zonder leger de strijd niet te winnen was. Dus ook dit standpunt was achterhaald door de realiteit. Daar kwam nog bij dat de POUM hen doorlopend probeerde mee te slepen in hun eigen strijd om de macht. Een strijd die de anarchisten eigenlijk helemaal niet wilden voeren omdat ook dat tegen hun principes in ging. Door de PCE en ook de USSR werd de POUM meer en meer gezien als de veroorzaker van problemen. De dwarsliggerij op een aantal punten en de vermeende banden met Trotsky maakten dat die partij steeds meer als een bedreiging werd gezien. Een bedreiging die om tegenmaatregelen vroeg.

De rol van de POUM
Hoe zat het nu eigenlijk met de POUM? Heeft deze partij, die op een bepaald moment ongeveer 30.000 aanhangers telde, de Spaanse revolutie echt verraden

zoals door Moskou en de PCE werd beweerd, of werd de organisatie als zondebok gebruikt om de tekortkomingen en nederlagen te verklaren? Zoals boven beschreven was er een conflict tussen de leiding van de POUM en Trotsky. Dit conflict had meer te maken met tactiek dan verschillen van ideologische aard. De POUM hing de wereldrevolutie aan, en ook de strategie van permanente revolutie. De twee hoofdpijlers van het Trotskisme. Maar verschillen waren er ook. De POUM was sektarisch en erg overtuigd van het eigen gelijk. Daarom ook wees de leiding de aanwijzingen van Trotsky af om te infiltreren in de socialistische partij en banden aan te knopen met de linkse socialisten. De breuk tussen Trotsky en de POUM-leiders is nooit hersteld. Dit ondanks druk van anderen in de trotskistische beweging op Trotsky om hier wel aan te werken. Het gevoel was wederzijds, steeds opnieuw heeft de POUM er voor gekozen om Trotsky op afstand te houden.

Op zich waren er ook tegenstellingen binnen de POUM, en dit leidde tot een aantal vreemde beslissingen en keuzes die maar moeilijk verklaard kunnen worden.
Ondanks het sektarisme koos de POUM er wel voor om toe te treden tot het Volksfront, en de regering van Catalonië. De partij had maar een beperkte vakbondsbasis. Het zou voor de hand hebben gelegen dat de POUM zich zou aansluiten bij de anarchistische vakbond CNT. In plaats hiervan koos men voor de communistisch geleide UGT. Wat de motieven waren voor deze handelwijzen is moeilijk te zeggen. Maar het is wel duidelijk dat de POUM overal opdook waar problemen ontstonden. Volgens Moskou waren er contacten tussen de POUM en de Franco-fascisten. Of dit waar is valt moeilijk te achterhalen. Maar dat de methoden en activiteiten van de POUM voor verdeeldheid zorgden in het antifascistische front is wel duidelijk. En de enigen die hiervan profiteerden waren de fascisten. In november stelde een woordvoerder voor de USSR dat de krant van de POUM “La Batalla” in dienst stond van de fascisten. Moskou zag de POUM als een trotskistische organisatie, of er nu contacten waren met Trotsky of niet, en er waren in de Sovjet-Unie en daarbuiten al genoeg problemen met Trotskisten. De houding van de USSR is dus niet verwonderlijk.


mei 2006
De Anti Fascist
14

 

De POUM valt in een categorie partijen die tussen verschillende stromingen door worstelden, maar wel allemaal op een bepaalde niveau met het Trotskisme te maken hadden. In die categorie viel bijvoorbeeld de RSAP (Revolutionair Socialistische Arbeiders Partij) van Henk Sneevliet in Nederland, de SAP in Duitsland en de Independent Labour Party in Engeland. Ondanks dat er banden met het Trotskisme waren, hadden al deze groepen meningsverschillen of ruzies met Trotsky over principekwesties. Het kwam er op neer dat deze groepen zich door niemand de wet lieten voorschrijven. Iets wat Trotsky onacceptabel vond.

De meidagen in Barcelona
Terwijl aan de fronten de gevechten doorgingen bleef de Republikeinse regering zich inzetten om alle instellingen onder haar controle te brengen. In de meeste gevallen was dit geen probleem, en was er ook nauwelijks tegenstand. Er was immers sprake van een gezamenlijk antifascistisch front waarbij er geen plaats was voor egocentrisch gedrag. Dat was tenminste de theorie. Dat het in de praktijk ook wel eens anders kon lopen bleek in de meidagen van 1937 in Barcelona. Al sinds het begin van de strijd in 1936 was de telefooncentrale in Barcelona in handen van de anarchistische CNT.

de CNT waren, slaagden er in om aan de schietpartij een einde te maken. De politie kreeg de controle over de centrale. Maar de geest was uit de fles. De schotenwisseling was buiten gehoord en de arbeiders van Barcelona dachten dat er een contrarevolutie op handen was.
Vooral de aanhangers van de CNT, actief gesteund door de POUM, kwamen in actie. Er werden barricaden gebouwd en de arbeiders gingen massaal in staking. Militie-eenheden van CNT en POUM voerden aanvallen uit op het hoofdkwartier van de PSUC. De leiding van de CNT probeerde op alle mogelijke manieren om aan de strijd een einde te maken.

De genoemde partijen voerden een moeizame strijd voor het behoud van de eigen onafhankelijkheid. Het resultaat was dat ze in een aantal gevallen geïsoleerd raakten, in het verkeerde kamp terechtkwamen of werden vernietigd. De vaak veel kleinere Trotskistische groepen die wel loyaal aan Trotsky waren bleven meestal wel bestaan, met als hoofddoel het aanvallen en ondermijnen van de communistische partijen. Er kan geen twijfel aan bestaan dat dit ook de antifascistische eenheid ondermijnde.

Vanuit verschillende kringen werd geprobeerd om de breuk tussen Trotsky en de POUM te herstellen. Vooral Henk Sneevliet wilde de POUM onder geen beding laten vallen, onder meer omdat de POUM over een massale aanhang beschikte.

Barricadekinderen in Barcelona
Barricadekinderen in Barcelona

Hetzelfde kan gezegd worden voor Viktor Serge die het sektarische geknoei van Trotsky en zijn kritiekloze volgelingen meer dan zat was. Maar de breuk bleek permanent te zijn. Trotsky maakte de POUM-leider Andres Nin uit voor klassencollaborateur omdat hij was toegetreden tot de Volksfrontregering in Catalonië en noemde deze regering ‘reactionair’. Nin vond dit absoluut niet juist en sloeg terug door Trotsky als sektariër neer te zetten. Deze laatste mening werd onderschreven door Viktor Serge die het onacceptabel vond dat “kleine groepjes buitenlanders (de volgelingen van Trotsky) hun mening gingen opleggen aan de massaorganisaties in Spanje.” Dat er echte meningsverschillen waren blijkt uit het feit dat de orthodoxe trotskisten uit de POUM-milities werden gezet toen de oorlog begon.

Dit betekende dat deze organisatie een soort veto had op de communicatie tussen de regering en de plaatselijke instellingen. Vooral de PSUC, de regionale eenheidspartij van communisten en socialisten, vond dit een onacceptabele situatie.

Op 3 mei deed het hoofd van de politie, een actief lid van de PSUC, een poging om aan de CNT bezetting een eind te maken. Met een paar anderen slaagde hij er in om de centrale binnen te komen, en de CNT-leden die zich op de begane grond bevonden waren zo verrast dat ze de wapens meteen neerlegden. Maar CNT-leden die op andere verdiepingen van het gebouw zaten kregen in de gaten wat er precies was gebeurd en zij vochten terug, waardoor er een vuurgevecht ontstond. Het hele incident kwam als een verrassing, en twee politiefunctionarissen, die ook lid van

Deze houding werd door de POUM niet gewaardeerd. De groep had zich in eerste instantie bij de CNT aangesloten, maar kwam meteen in het geweer tegen iedere poging om de boel te sussen. De POUM wilde juiste hardere actie. POUM-leden probeerden overal om de strijd aan te wakkeren, en deden een oproep voor het opzetten van een comité ter verdediging van de revolutie. Maar de CNT bleef oproepen voor een wapenstilstand en het Volksfront probeerde de orde te herstellen. Er waren toen al 500 doden en ongeveer 1000 gewonden.

Na enkele dagen van gevechten kregen de leiders weer enigszins greep op de situatie, en zelfs POUM-leider Andres Nin kwam in actie om grotere aanvallen te voorkomen. De heethoofden die op de barricades domineerden werd duidelijk gemaakt dat ze de fascisten in de kaart


mei 2006
De Anti Fascist
15

 

speelden. Er werden nu regeringstroepen ingezet om een einde aan de gevechten te maken. Er was enorm veel verwarring en er kwamen over en weer ook liquidaties voor. De oproepen van de CNT hadden uiteindelijk succes en de arbeiders verlieten de barricades en gingen weer aan het werk. De POUM beweerde dat de organisatie een overwinning had geboekt, omdat er veranderingen in de regering waren aangebracht. Maar in plaats van een overwinning waren de gevechten in Barcelona het begin van het einde voor de POUM. Er waren POUM-afdelingen die de POUM-leden in Barcelona bekritiseerden en hen voor avonturiers uitmaakten. Nin probeerde nog te redden wat er te redden was, en beweerde dat de POUM niet de confrontatie had gezocht. Hij zei dat zijn partij de arbeiders niet in de steek wilde laten toen de gevechten eenmaal waren begonnen.

Maar de socialisten en communisten van de PSUC zagen dit anders en beschuldigden de POUM van provocaties en het aanzetten tot geweld. De regering verbrak alle banden met de POUM, haar krant werd verboden en uiteindelijk werd de hele partij illegaal verklaard. De leiders werden opgepakt en gevangengezet. Andres Nin werd later dood gevonden. Sommigen zeggen dat hij door de politie werd vermoord, maar het is nooit echt duidelijk geworden wat er met hem is gebeurd. Op 15 mei 1937 moest de regering van Caballero aftreden als gevolg van het debacle. Juan Negrin, een

gematigde socialist werd minister-president.

De consequenties
De gebeurtenissen in Barcelona wierpen een lange donkere schaduw over de strijd tegen de fascisten van Franco die nog tot 1939 zou duren. De rol van de Trotskisten was uitgespeeld, en ondanks het feit dat de anarchisten wel bleven deelnemen was er een duidelijke breuk in de anti-fascistische eenheid ontstaan die nooit meer is hersteld. Ook de interesse van de rest van de wereld nam langzaam af. De Sovjet-Unie bleef de Republikeinen steunen, maar de ontwikkelingen in andere delen van Europa gingen een steeds grotere rol spelen, en vroegen om aandacht. Het voorspel van de Tweede Wereld Oorlog had een aantal andere lokaties gevonden. Ondanks het taaie verzet van de Republikeinse krachten kregen de Franco-fascisten steeds meer de overhand en op 1 april 1939 kon de opstandige generaal zijn overwinning vieren.

Lessen van een moeilijke strijd
De ideologische strijd die door linkse partijen, organisaties en groepen in heel de wereld werd gevoerd aan het begin van de vorige eeuw kwam in de Spaanse Burgeroorlog tot een hoogtepunt. Het wantrouwen en de vijandigheid die deze strijd met zich meebracht leek in de eerste periode van de strijd tegen de fascisten naar de achtergrond te zijn gedrongen. Maar dit bleek geen blijvende toestand. De communistische partijen, zowel landelijk

Militieleden in Barcelona 1936
Militieleden in Barcelona 1936

als regionaal speelden vooral een nuchtere rol waarin het realisme de overhand had. Dit had ook te maken met het feit, dat Moskou als grote steunpilaar van de Republiek, veel invloed kon uitoefenen. Tijdens verschillende fasen gaf de Sovjet-Unie meer prioriteit aan de belangen van haar buitenlandbeleid dan aan wat er werkelijk noodzakelijk was om Spanje niet alleen uit handen van de fascisten te houden, maar ook om het socialisme in Spanje tot een duurzame realiteit te maken. Zowel de PCE als de

Verkoop van CNT/FAI-mutsen om de partijkas te vullen
Verkoop van CNT/FAI-mutsen om de partijkas te vullen

PSUC kozen er voor om eerst de oorlog te winnen en pas daarna over te gaan tot daadwerkelijke hervormingen. Onder die omstandigheden was dit een juiste keuze.

Onder de andere krachten was er sprake van verwarring, gebrek aan een consequente politieke lijn en een zekere mate van avonturisme.
In sommige gevallen, ondermeer door de activiteiten van de POUM, leidde dit er toe dat de antifascistische eenheid werd verbroken. Het was zeker niet zo dat alle POUM-militanten verraders waren zoals vanuit sommige hoeken is beweerd. Maar in een situatie als de burgeroorlog in Spanje is het verbreken van de eenheid, om de eigen politieke belangen te dienen, zonder twijfel als verraad aan te merken. En op dat gebied waren de leiders van de POUM zeker schuldig.


mei 2006
De Anti Fascist
16

 

Een van de discussiepunten tussen de verschillende organisaties was; hoe de Republikeinse regeringen in Madrid en Barcelona moesten worden beoordeeld. Natuurlijk waren er kapitalistische vertegenwoordigers in deze regeringen, maar de arbeidersorganisaties hadden met hun grote aanhang de overhand. Het is dus onzin om de regeringen als reactionair te bestempelen zoals door de Trotskisten, en sommige andere kleinere groepen, werd gedaan. Het deelnemen aan deze regeringen onder de geboden omstandigheden was dus juist, als een stap richting de verwezenlijking van een socialistische republiek. Het is waar dat er geen controle over de productiemiddelen was, uitzonderingen daargelaten. Maar als de eenheid in tact was gebleven en de strijd ten gunste van de arbeidersklasse was beslecht had dit zeker tot de mogelijkheden behoord.

Het grootste probleem was dat veel machten in Europa niet in de gaten hadden, of niet wilden zien, dat de strijd in Spanje niet alleen een strijd tegen Franco was. Maar dat het ging om een internationale strijd om ook fascisten als Hitler en Mussolini te stoppen, en dus in feite de Tweede Wereld Oorlog af te wenden. Vooral de Franse Volksfrontregering heeft hier een bedroevende rol in gespeeld. In eerste instantie zegde de Franse regering hulp aan de Republikeinse regering in Spanje toe. Maar daar is praktisch niets van terechtgekomen.

Frankrijk sloot de grens en gelijktijdig de ogen. De prijs die hiervoor in latere jaren is betaald was extreem hoog.

Voor de linkse beweging van vandaag zijn de lessen van de Spaanse Burgeroorlog nog steeds relevant. Vooral het belang van eenheid in de strijd moet hier genoemd worden. De ideologie moet in deze strijd het belangrijkste wapen zijn. Maar het mag geen strijdpunt op zich worden, waar alle andere zaken aan ondergeschikt worden gemaakt. Dat leidt meestal tot misbruik door kleine groepen met geheime agenda’s. Bondgenootschappen zijn belangrijk, maar uiteindelijk kan de overwinning alleen via de eigen kracht worden geboekt, en niet via vage beloften van buitenlandse mogendheden. Dat die kracht voor handen is staat vast. Waar het nu om gaat is hoe we die kracht op de beste manier kunnen opwekken en inzetten. Dat is de uitdaging waar we nu voor staan.

Bronnen:
Die Freiwilligen Steve Nelson – Dietz Verlag Berlijn 1955
Brigada Internacional Hanns Maaßen – Röderberg Verlag GmbH Frankfurt/Main 1976
Band I en II
Revolutie en Contra Revolutie in Spanje Cajo Brendel - Het Wereldvenster Baarn 1977
The ‘May Days’ of 1937 in Barcelona - Pierre Broué
Pionier zonder dogma’s Henk Sneevliet – Jan Willem Stutje
Homage to Catalonia review George Orwell

Notes for an Autobiography S. L. Shneiderman 2001
Reviews: Spanish Marxism versus Soviet Communism: A History of the POUM - Victor Alba and Stephen Schwartz
Revolutie en burgeroorlog in Spanje - Guy Van Sinoy 1997
Victor Serge over Trotsky - Johny Lenaerts
Het Sneevliet archief in Moskou - Mark Goloviznin 2003
The P.O.U.M. in Spain - Albert Weisbord 1937

 

Collectivisatie in actie
Collectivisatie in actie

De harde strijd aan het front
De harde strijd aan het front

George Orwell en de POUM
Het positieve beeld van de POUM dat in veel geschiedschrijving over de Spaanse Burgeroorlog voorkomt is vooral gebaseerd op de ervaringen van de Engelse schrijver George Orwell. Hij trok naar Spanje om voor de Internationale Brigades te vechten en kwam bij de POUM terecht. Hij raakte gewond en keerde naar Engeland terug. Over zijn ervaringen schreef hij een boek ‘Homage to Catalonia’ dat in 1938 uitkwam. In dit boek wordt de POUM als een organisatie van helden beschreven terwijl de communistische organisaties als onderdrukkend en dictatoriaal in beeld worden gebracht.
Ook heeft Orwell in het boek scherpe kritiek op het beleid
van de Sovjet-Unie tijdens de burgeroorlog. Later is bekend geworden dat Orwell agent van de Britse geheime dienst was. Wanneer hij zijn diensten precies heeft aangeboden is niet helemaal duidelijk, maar zijn activiteiten op dit terrein verklaren zijn diepe vijandschap tegen de Sovjet-Unie en de communistische beweging in het algemeen. Dat zijn boek uiteindelijk zoveel impact heeft gehad op het historische beeld van de Spaanse Burgeroorlog was gevolg van het feit dat de machthebbers de geschiedenis schrijven. Orwell’s boek paste precies in hun propagandastraatje. Met echte geschiedschrijving, die gebaseerd is op waarheidsvinding, heeft dit weinig of niets te maken.

mei 2006
De Anti Fascist achterpagina
17