Annie Averink; Een leven voor de partij

Door Bert Bakkenes

Voor veel mensen is politiek iets waar je op volwassen leeftijd tegen aanloopt. Voor sommigen is politiek een vorm van inspiratie, voor anderen van afschuw. Maar vrijwel niemand kan er aan ontkomen. Toch zijn er ook mensen die al vanaf hun jeugd politiek zien als een lichtend baken, een kompas in de roerige zee van het leven. Zo iemand was Annie Averink, al in haar jonge jaren overtuigd communiste, en tijdens haar volwassen leven constant te vinden in de leiding van de Communistische Partij van Nederland, de CPN.

Annie Averink werd geboren in een arbeidersgezin in Enschede op 28 mei 1913. Het huwelijk van haar ouders kwam in de problemen en een scheiding was het resultaat. Annie’s moeder hertrouwde en samen met haar moeder en stiefvader ging ze in Amsterdam Betondorp wonen. Al op vroege leeftijd had Annie interesse in politiek en dan vooral in linkse revolutionaire politiek. Ze gaf hier uitdrukking aan door op 13-jarige leeftijd lid te worden van de communistische jeugdbond de Zaaier. Haar ster begon binnen de communistische beweging al snel te rijzen en in 1930, op 17-jarige leeftijd, werd ze door de Communistische Partij Holland (CPH) uitgekozen om als leidster met een groep Nederlandse kinderen naar een pionierskamp in Artek op De Krim, in de Sovjet-Unie, te reizen. De reis gebeurde per schip en op hetzelfde schip was ook Paul de Groot passagier, hij was lid van het Partijbestuur van de CPH en op weg naar een internationaal vakbondscongres. Annie, die indertijd op een lampenkappenatelier werkte, raakte met Paul in gesprek. Uit de ontmoeting bloeide een langjarige vriendschap op die beiden in staat stelde om een aantal stormen te doorstaan. Daar kwam nog bij dat zowel Paul als Annie van daden hielden en weinig op hadden met lang overleg en eindeloze evaluaties.

Na haar terugkomst in Nederland speelt Annie een leidende rol in de Communistische Jeugd Bond (CJB) en via Daan Goulooze, die de contacten tussen de CPH en de Comintern in Moskou onderhield, kreeg ze ook het nodige Cominternwerk te doen. Ze kreeg de verantwoordelijkheid voor de zogenaamde “gegnerarbeit”. De leiding van de partij realiseerde zich maar al

tegoed dat Annie nog veel meer mogelijkheden bezat, en in 1933 werd ze naar de Leninschool in Moskou gestuurd waar ze meer dan anderhalf jaar studeerde. Haar politieke ontwikkeling ging met sprongen vooruit en ze leerde ook hoe te overleven in een grote organisatie. Daar kwam nog bij dat ze Russisch leerde spreken, en meewerkte aan de bouw van de Moskouse metro. Toen ze in 1935 terugkwam naar Nederland ging ze in Rotterdam wonen. Na overleg nam ze het ondergrondse Indonesiëwerk over van Paul de Groot. Ze kwam nu voor het eerst in aanraking met een kant van het politieke werk die haar nooit meer los zou laten. Daar kwam ook nog bij dat het clandestiene werk voor Annie een goede voorbereiding was voor wat er een paar jaar later kwam.

Oorlog
Op 10 mei 1940 viel Nazi Duitsland Nederland binnen, het begin van een duister periode waarin Annie een glansrijke rol zou spelen. Al op de dag van de Nederlandse capitulatie kon Annie door snel en kordaat optreden drie Duitse communisten uit handen van de bezetters redden. Op de Bilderdijkstraat in Amsterdam kwam ze bij toeval Hein Friedrich, Erich Jungmann en Hans Schultz tegen die op weg waren om zich bij de Nederlandse vreemdelingenpolitie te melden. Annie overtuigde de mannen dat dit geen goed idee was en zelfs levensgevaarlijk kon zijn. Ze brengt de kameraden naar de familie Van het Reve waar ze een paar uur kunnen onderduiken. Genoeg tijd voor Annie om een ander beter adres voor de mannen te vinden. Vanaf het begin werkt Annie in de nu illegale organisatie van de CPN, vooral in Amsterdam. Met afschuw ziet ze de toenemende jodenvervolging aan en probeert waar mogelijk hulp te geven. Als de eerste grote razzia’s op joodse mannen in februari 1941 de Februaristaking tot gevolg heeft zit Annie er middenin. Vroeg in de morgen deelt ze het bekende “Staakt!, Staakt!, Staakt!” pamflet uit bij de tramremise Kromme Mijdrechtstraat.

De staking heeft Amsterdam en een aantal andere plaatsen in zijn greep. Op de eerste dag van de actie lijkt het of Amsterdam een bevrijde stad is, die de bezetting heeft afgeschud. Maar dat er ook moeilijke kanten aan de zaak zitten leert Annie al de volgende dag. In de Van Woustraat ziet ze hoe kameraad Joop Eyl tijdens het verspreiden wordt opgepakt.

Annie Averink
Annie Averink
Collectie A. van Ommeren-Averink
Bron: "De man die de weg wees" J. Stutje

Ze weet wat hem te wachten staat, en vond het bijna onverdraaglijk dat ze “net moest doen of ze hem niet kende”. Tijdens de staking werkte Annie nou samen met Cor Fels, waar ze in oktober 1940 mee getrouwd was. Na afloop van de staking nam het verzetswerk, maar ook het gevaar toe. De Gestapo en de Grüne Polizei waren meer dan ooit gebrand op communisten, die ze terecht voor de staking verantwoordelijk hielden. Annie Averink nam nu de leiding over van de sectie Amsterdam-Zuid van de illegale partij en ze werkte vooral met de zogenaamde ‘Groep Drie’ leden. Dit waren mensen die voor de oorlog wel een rol hadden gespeeld in de buurten en daar ook om bekend stonden, maar die geen strategische posities hadden bekleed in de partij. Voor Annie zelf werd het gevaar te groot en ze dook onder bij de vrouw van professor G C Heringa. Mevr Heringa had een pension in de Euterpestraat en in ruil voor onderdak zorgde Annie voor het eten van de 25 pensiongasten. Ze had nu een redelijk veilige basis van waaruit ze haar illegale werk kon voortzetten. Maar op een dag in 1942 viel de Gestapo het pension binnen op zoek naar Mevr. Bakker, de schuilnaam die Annie op dat moment gebruikte. Ze werd verdacht van het geven van hulp aan joden. Op een of andere manier waren de Duitsers er achtergekomen dat ze de twee kinderen van een Pools-joodse kleermaker, Emo en Miri Freibrun, had laten onderduiken. Dit nadat ze had gehoord dat


november 2005
De Anti Fascist
5

 

alle Poolse joden zich op het Centraal Station moesten melden. Ze heeft later ook de ouders geholpen en de hele familie heeft de oorlog overleefd. De Duitsers doorzochten het pension, maar Mevr. Bakker was niet te vinden.

In het persoonlijke leven ging het Annie minder voor de wind. Haar huwelijk met Cor Fels liep stuk mede omdat ze in 1943 een relatie kreeg met iemand anders uit het verzet, Eep van Ommeren, de man waar ze na de bevrijding mee zou trouwen. Haar persoonlijke problemen hadden echter geen enkele invloed op haar verzetswerk. In 1943/44 ging ze op verzoek van de partij naar Haarlem waar intussen bijna alle kaders waren opgepakt of vermoord. Als instructeur herorganiseerde ze de verzetsgroepen in Kennemerland en werkte onder meer met Hannie Schaft en de zusjes Oversteegen. Annie was ook betrokken bij verschillende pogingen om gevangengenomen kameraden uit Kamp Vught te bevrijden.

Annie Averink temidden van leidende kameraden van de Chinese Communistische Partij
Annie Averink temidden van leidende kameraden van de Chinese Communistische Partij

In februari 1944 probeerde haar kleine knokploeg om de voormalige CPN-leider Jan Postma uit het kamp te halen. Dit mislukte. Maar op Hemelvaartsdag van hetzelfde jaar hadden ze meer geluk. Met medewerking van Annie werden Frits Kogenhop en Dirk Stolk, die in de SS-keuken van het kamp als koks moesten werken, bevrijd. Dit nadat een paar Duitse bewakingssoldaten met verdovingsmiddelen in slaap waren gebracht. Annie gaf de twee mannen een fiets en droeg ze toen over aan een plaatselijke communist, Gerrit de Graaf.

De moeizame weg naar de bevrijding
Een apart hoofdstuk vormden de contacten die Annie Averink kreeg met de Georgische krijgsgevangenen die in oktober 1943 eerst in Zandvoort en in 1945 op Texel waren ondergebracht. In eerste instantie hadden andere partijleden het nodige wantrouwen tegenover de Georgiërs omdat ze in het verleden Duitse sympathieën hadden getoond. Annie zette echter door en samen met Max Freibrun, de Pools-joodse kleermaker die ze eerder had laten onderduiken, maakte ze een Russische uitgave van De Waarheid. Ze hielp ook met een krantje dat de Georgiërs zelf uitgaven en dat de naam “Elva” droeg. Annie deed dit werk samen met An Vooren en door de contacten met de krijgsgevangenen kreeg Annie springstof, en kaarten van de mijnenvelden in de duinen bij Haarlem in handen. Toch kostte deze zaak haar bijna het leven. Toen Annie en An Vooren voor een ontmoeting naar een adres in Heemstede

gingen raakten ze bewusteloos door kolendampvergiftiging. Een derde persoon kwam bij toeval te laat en redde de twee vrouwen het leven. De Georgiërs kwamen uiteindelijk zelf in opstand tegen de Duitse bezetters. Een opstand die veel slachtoffers eiste, maar voor eens en voor altijd bewees dat de mannen antifascisten waren.

In de hongerwinter riep De Waarheid vrouwen op om comités te vormen die meer en beter voedsel moesten eisen en ook betere controle op de kwaliteit. Samen met Rie Kogenhop was Annie Averink betrokken bij de Voedselpetitionnementen. Elke week fietste Annie van Haarlem naar Amsterdam voor overleg met Jaap Brandenburg die in de landelijke leiding van de partij zat. Rie Kogenhop, die de leiding in de Zaanstreek had, kwam ook naar deze besprekingen. Voor Annie betekende het 20 kilometer heen fietsten en dezelfde afstand weer terug. Door de honger was ze verzwakte en ze kon de tochten alleen volbrengen als ze regelmatig stopte om een korst brood te eten. Tijdens een van de ritten reed ze achter een ‘lange jan’ en sloeg over de kop. Weer was ze bewusteloos, maar ook deze keer overleefde ze. Ondanks de enorme gevaren en 28 verschillende onderduikadressen haalde ze het einde van de oorlog. De gebeurtenissen uit die moeilijke jaren en de vele kameraden die ze had zien vermoorden door de fascisten zouden haar nooit meer los laten. Het Verzetsherdenkingskruis, dat ze voor haar verzetsdaden kreeg, kon de vele donkere herinneringen niet uitwissen.

CPN weer legaal

Nog voor het einde van de oorlog, in de eerste weken van 1945, was er een bijeenkomst in Amsterdam waar er werd gediscussieerd over de vraag of de CPN na de oorlog moest terugkomen. In het bevrijdde Zuiden was de partij al weer legaal actief, maar dit was gebeurd zonder overleg met de landelijke leiding die nog steeds in bezet gebied zat.

Annie Averink was op de vergadering aanwezig samen met Jaap Brandenburg en Frits Reuter. Er was een stroming die vond dat het beter was om een brede organisatie op te zetten. Tijdens de oorlog hadden veel mensen zich aangesloten bij de organisatie, vooral bij de Waarheidgroepen en verschillende kaderleden waren bang om deze mensen weer te verliezen als de CPN zou terugkeren in de vorm van voor 10 mei 1940. Daar kwam nog bij dat er grote angst was voor een terugkeer naar de isolatie zoals die voor de oorlog bestond.

Kort na de bevrijding kwam Paul de Groot, die ondergedoken had gezeten in het oosten van het land zonder direct contact met de landelijke leiding, terug naar Amsterdam. Hij sprak zich in eerste instantie ook voor een bredere beweging uit. Er werd voorgesteld om een vereniging op te zetten die de naam “Vrienden van de Waarheid” zou dragen. Maar veel communisten waren hierop tegen en vonden dat de legale CPN weer moest terugkeren.


november 2005
De Anti Fascist
6

 

De strijd over dit vraagstuk liep in de eerste weken na de bevrijding hoog op. Paul de Groot bleef in eerste instantie bij zijn mening en gaf pas groen licht voor de heroprichting van de CPN na internationaal overleg. Hierbij speelde ook een rol dat het intussen duidelijk was dat de CPN niet aan de nieuwe Nederlandse regering zou deelnemen. Toch bleef er een oppositiestroming actief, waarin Daan Gouloose, die uit het kamp Mauthausen was teruggekeerd, een rol speelde. Deze stroming had in eerste instantie gestreden voor de heroprichting van de partij. Nu dit een feit was liet men het er niet bij zitten en probeerde te voorkomen dat Paul de Groot terug zou keren als leider. Ook Annie Averink werd door leden van deze stroming aangesproken. Uiteindelijk werd er van 21 tot 23 juli een oprichtingsconferentie georganiseerd in de Doelenzaal aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam.

Aan de vooravond van de conferentie was er een bijeenkomst van de oppositie waar ook Annie en Theun de Vries aanwezig

waren. De conferentie werd het toneel van vele conflicten, en het leek er even op dat een splitsing het gevolg zou zijn. Maar op de maandagmorgen, de laatste dag van de conferentie nam Annie Averink het woord, onder haar schuilnaam Annie Klein. Zij stelde voor om de uiteindelijke beslissing over de terugkeer van de partij pas over een paar maanden te nemen en intussen de partij langzaam aan te laten terugkeren. Er kon ook een nieuwe naam komen. Zij stelde voor de naam CPN (Waarheid) te kiezen, dit om de banden met de Waarheidgroepen te versterken. Van haar kwam ook het voorstel om een Partijraad te kiezen. Haar voorstellen kregen de steun van de oppositie en de voormalig illegale leiding onder Paul de Groot. Toen de Partijraad gekozen werd leed de oppositie een pijnlijke nederlaag. Zelfs Daan Gouloose kreeg geen zetel. Een echte splitsing werd zo voorkomen en Paul de Groot was terug in de leiding. Ondanks het feit dat Annie zich na de bevrijding “bevroren en moe” voelde, had ze een grote bijdrage geleverd aan het bij elkaar houden van de Partij.

Het resultaat was dat ze nog dichter bij Paul de Groot kwam te staan. Hij wilde haar als politiek vertegenwoordiger naar Moskou sturen, een belangrijke positie. Door onvoorziene omstandigheden ging dit niet door. Maar Annie kreeg een plaats in het Dagelijks Bestuur, was jarenlang leider van de Controle Commissie die de partij beveiligde, en werd in Haarlem voor de CPN in de raad verkozen. Maar het internationale werk kon ze niet loslaten. De hele oorlog had ze in contact gestaan met de Indonesische kameraden van de PKI en in de herfst van 1945 reisde ze naar Londen voor overleg over de relatie en de contacten met de Chinese Communistische Partij.

Om een beter inzicht te krijgen in de bijdrage van Annie Averink aan de partij en de vrouwenbeweging na de Tweede Wereldoorlog, hadden we een gesprek met Heiltje de Vos, voormalig raadslid voor de CPN in Rotterdam en jarenlang voorzitster van de Nederlandse Vrouwen Beweging.

Heiltje de Vos: “Annie Averink was een kei van een vrouw”

Heiltje de Vos draagt een lange geschiedenis met zich mee. Een geschiedenis die eigenlijk de geschiedenis is van de Communistische Partij van Nederland (CPN). Op een verzoek om wat te vertellen over Annie Averink, één van de leidende de kaders van de CPN tijdens en na de oorlog, gaat ze met enige twijfel in. Toch wil ze wel graag iets over Annie vertellen. Heiltje: “Mensen als Annie mogen niet vergeten worden. Ze heeft enorm veel bijgedragen, zowel in de CPN als in de Nederlandse Vrouwen Beweging (NVB).” Heiltje komt zelf in de oorlog tot het communisme. “Mijn ouders spraken wel veel over politiek, en als Louis de Visser sprak gingen ze er altijd heen om te luisteren. Maar ze waren nergens lid van. Ik was ook geïnteresseerd, en toen de Spaanse Burgeroorlog uitbrak wilde ik zelfs naar Spanje reizen om me als vrijwilligster te melden. Het leek me heel belangrijk om daar actief deel te nemen. Maar helaas mocht het niet van thuis. Ik was ook pas 17.” Uiteindelijk kwam de oorlog ook naar Nederland in mei 1940 en Heiltje merkte al snel wat bezetting betekende.

Haar man moest onderduiken nadat hij had besloten niet terug te keren naar Duitsland waar hij als dwangarbeider te werk was gesteld. Heiltje zelf werd gearresteerd door de Duitse politie in Rotterdam ten tijde van de Februaristaking van 1941. Ze zou een anti-Duitse houding hebben aangenomen. “Ik werd opgepakt en kreeg op een zeker moment een heel stel moffen om me heen. Die lui gingen een potje met me voetballen. Ik werd van de één naar de ander geduwd en geslingerd. Daarbij kwam ik ook te vallen. Maar ik was vastbesloten om niet te huilen. En dat heb ik ook niet gedaan. Uiteindelijk hebben ze me weer op straat gegooid. Door dit incident ben ik in plaats van anti-Duits, anti-fasciste geworden.”

Heiltje ging, samen met haar vader, voor de illegale Waarheid werken, die vanaf november 1940 regelmatig verscheen, en dat heeft ze de hele oorlog volgehouden. Na de bevrijding werd ze lid van de heropgerichte CPN, en was ook actief in de Algemene Vrouwen Bond in Rotterdam. “De CPN in Rotterdam was nooit echt groot. En tijdens de bezetting waren bijna alle kaders vermoord. Maar we waren wel

een hechte, goed georganiseerde groep. We organiseerden veel acties in de stad, kort na de oorlog. Zo hebben we geprotesteerd tegen het feit dat er al weer groente werd doorgedraaid, terwijl veel mensen nog overleden als gevolg van de honger.” Natuurlijk waren de problemen niet beperkt tot Rotterdam en al gauw werd de Nederlandse Vrouwen Beweging opgericht. De NVB was officieel geen CPN-organisatie, maar veel van de leden waren ook lid van de partij. Heiltje: “Onze bond is toen in de NVB opgegaan. Ik werd toen uitgenodigd, ergens in 1946 of ‘47 voor een vergadering van het CPN Vrouwenberaad in de Roemer Visscherstraat in Amsterdam, waar de CPN toen een kantoor had. Daar zat Paul de Groot achter de tafel, en ontmoette ik Annie Averink voor de eerste keer. De vergadering had als onderwerp de geschiedenis van de vrouwenbeweging, en hoe we problemen met betrekking tot de vrouwenstrijd konden oplossen. Daar had ik op zich niets op tegen, maar in Rotterdam hadden we hele andere problemen die om een oplossing schreeuwden.


november 2005
De Anti Fascist
7

 

Ik ben toen opgestaan en heb gezegd dat we best over het onderwerp ter tafel konden spreken, maar dat er ook nog andere zaken waren waar we ons mee moesten bezighouden zo kort na de oorlog. Ik gaf wat voorbeelden van wat we in Rotterdam precies deden, en vroeg me hardop af waarom de CPN ons moest voorzeggen wat we te doen hadden. Veel dingen die we deden hadden te maken met bijvoorbeeld de grote woningnood in de gebombardeerde stad. We kwamen ook op voor de positie van de gehuwde vrouwen. Dit was allemaal wel degelijk vrouwenstrijd.“ Annie Averink reageerde en zei dat ze het een erg goed punt vond. Paul de Groot schijnt tegen Annie gezegd te hebben: “Dat is geen slechte, die moet je in de gaten houden”.

Annie AverinkPaul de Groot
Annie Averink en Paul de Groot

Dat was Heiltje’s eerste ontmoeting met Annie Averink, die op veel terreinen in de partij actief was. Ook in Rotterdam, want de CPN voerde campagne voor de erkenning van de Republiek Indonesië en tegen de politionele acties van de Nederlandse regering om de Indonesische onafhankelijkheid te onderdrukken. Het uitzenden van dienstplichtigen overzee was eigenlijk niet toegestaan onder de grondwet, maar daar trok de Nederlandse regering zich niets van aan, en joeg een wijziging door de Kamer. Alleen de CPN stemde tegen. Heiltje: “Vanuit de haven hier vertrokken de troepenschepen naar Indonesië, dus we zaten er middenin. We hebben toen zoveel acties gevoerd, en ook ontelbare keren vastgezeten. Daar kwam nog bij dat de politie vaak op ons insloeg met de lange lat.” In Amsterdam ging het er nog harder aan toe. Op 21 september 1946 openden motoragenten het vuur op demonstranten tegen het Nederlandse ingrijpen in Indonesië, en één demonstrant werd gedood door een politiekogel. Dit kon echter niet voorkomen dat er in Amsterdam een algemene staking uitbrak die aan de

Februaristaking deed denken. Heiltje: “Er waren een aantal jongens die weigerden om te gaan en wij gaven hun zoveel mogelijk steun.
De processen tegen de weigeraars werden ook hier gevoerd, dus daar hadden we ook de handen aan vol. Ik ben zelf met mijn perskaart nog op de troepenschepen geweest. De Waarheid mocht eigenlijk niet op de schepen komen, maar daar trok ik me niets van aan. Sommige van de soldaten waren branieschoppers, maar veel anderen wilden niet gaan en zaten beneden in het schip te huilen. Een ander punt voor ons was de zuivering van Nazi-collaborateurs, die maar niet van de grond kwam. Iedereen wilde de oorlog vergeten, en intussen bleven alle smeerlappen gewoon zitten. Dat pikten we natuurlijk niet.”

Over de jaren waren er ook veel interne conflicten in de CPN. Zo werd in 1958 de Bruggroep geroyeerd bestaande uit Brandsen, Gortzak, Wagenaar en Reuter. Een paar weken later moest ook Rie Lips vertrekken. Het conflict besloeg verschillende terreinen onder meer de partijlijn, hoe er werd omgegaan met de destalinisatie die in de Sovjet-Unie in volle gang was, het verzetsverleden van sommige kameraden, de rol ven de Eenheids Vak Centrale (EVC), en ook de stijl van Paul de Groot. Uiteindelijk vormde de groep een eigen partij, en bleek later dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) een behoorlijke hand in het conflict had gehad. Het was een zware tijd waarin moeilijke keuzes gemaakt moesten worden.

Rie Lips
Rie Lips

Ten tijde van haar vertrek was Rie Lips ook voorzitster van de Nederlandse Vrouwen Beweging. Zij verliet ook deze positie, dus was er een nieuwe leiding nodig. Heiltje: “Annie Averink kwam toen bij mij en heeft gevraagd of ik NVB-voorzitster wilde worden. Dat heb ik toen gedaan, en Annie zelf werd de secretaris. Samen met een paar anderen vormden we het Dagelijks Bestuur. Al snel kwamen er problemen met de meer elitaire radicale feministen. Zij vonden dat wij niet genoeg met vrouwenstrijd bezig waren. Dat deden we juist wel. Zo vochten we onder meer voor gelijk loon voor gelijke arbeid.”
Een voorbeeld: “In Rotterdam waren er vaak stakingen. Wij organiseerden dan de vrouwen van de stakers. Want geen staker hield het lang vol als zijn vrouw niet achter hem stond. Wij werkten dus keihard aan die solidariteit. Maar dat vonden de feministen helemaal niets. Ze wilden ook niet begrijpen dat heel veel vrouwen huisvrouw waren en dat ook wilden blijven. Wij werkten met deze vrouwen, maar zij niet natuurlijk. Zij hadden prachtige theorieën, maar het ging ons vooral om de praktijk. Annie heeft nooit aan hun eisen toegegeven. Op dat gebied, en op vele andere, waren we het volledig met elkaar eens en hielden de NVB op koers. In het begin was het een hele grote beweging. Later werd dat iets minder, omdat we natuurlijk heel politiek bezig waren. Dat stond sommige vrouwen niet aan. Maar Annie Averink was heel helder in deze dingen en hield vast aan de standpunten.”

Omdat Annie Averink de rechterhand van Paul de Groot was en hem steunde in de verschillende debatten en conflicten sloeg de kritiek op hem ook over op haar. “Onterecht,” volgens Heiltje. “Ten eerste klopte die kritiek op Paul de Groot niet. Hij heeft veel werk verzet in de oorlog. Zeker voor De Waarheid, en in de eerste jaren ook in de landelijke leiding. Het klopt dat hij na de oorlog wat afstandelijk was geworden, maar er werd ook geen rekening mee gehouden dat hij zijn vrouw en dochter voor zijn ogen had zien wegvoeren om in Auschwitz vermoord te worden. Annie kon het prima met Paul vinden. Zij was een echte partijvrouw, en dat werd haar soms kwalijk genomen. Ook zij had het nodige van de oorlog meegekregen. Als ze je vertrouwde was Annie een prima en fijne vriendin.


november 2005
De Anti Fascist
8

 

Als ze je niet vertrouwde was ook zij wat afstandelijk. Maar in veel gevallen is haar achterdocht terecht gebleken. Natuurlijk zagen wij tijdens onze bezoeken aan de Sovjet-Unie dat daar ook niet alles klopte, maar ooit heeft Annie eens tegen me gezegd ‘Als de Oktoberrevolutie er niet was geweest zouden veel veranderingen in de wereld nooit hebben plaatsgevonden’. Dat denk ik nog steeds, ook nu nog. Ik hou nog steeds vast aan het marxisme.”

Naast haar werk voor de NVB en de partij werd Heiltje ook raadslid voor de CPN in Rotterdam. Een positie die ze tot 1982 zou houden. “Vooral in de tijden van de Koude Oorlog was dat heel moeilijk. Je werd doodgezwegen in de raad en er waren allerlei pesterijen. Wat we allemaal in het verzet hadden gedaan, was vergeten. Natuurlijk zat ook de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) je op de hielen. Ik heb jaren later mijn BVD-dossier opgevraagd. Het was meer dan 500 pagina’s dik. Alles hebben ze nagepluisd. Ik werd er misselijk van toen ik het las. Op een zeker moment ben ik met lezen gestopt. Ik wilde niet weten wat er verder nog in stond.” In de Koude Oorlogstijd werd er ook door de CPN-kaders veel naar het buitenland gereisd voor internationale conferenties en congressen. Heiltje: “De controles waren verschrikkelijk. Als we uit Moskou of uit

werd bedreigd door een opgehitste menigte. De politie was nergens te zien. Toen hebben we zelf de ruiten van andere winkels in de buurt maar ingegooid. Zo was de politie wel gedwongen om te komen. Volgens mij is de Pegasuswinkel toen gespaard gebleven.” De meer onafhankelijke koers van de partij was op zich geen probleem, tot er een conflict ontstond tussen de Sovjet-Unie en China. De eerste problemen begonnen in 1959, en bereikten een hoogtepunt tussen 1961 en 1963, toen het conflict omsloeg in vijandschap. De Sovjet-Unie wees de koers van de Chinese partij af en het conflict escaleerde langzaam.

De CPN behield te midden van dit alles de goede banden met de PKI in Indonesië, die al van ver voor de oorlog stamden. Annie Averink werkte nog steeds met de Indonesische kameraden en was ook een aantal keren in China geweest. In navolging van Paul de Groot wees ze de Russische hetze tegen de Chinese partij af. Moskou oefende druk uit op de CPN om de kant van de Sovjet-Unie te kiezen in het conflict. Paul de Groot bleef dit weigeren en hield zich op afstand. Ongewild kwamen Annie en Heiltje de Vos midden in deze strijd terecht. In juni 1963 gingen de twee vrouwen naar het Wereld Vrouwen Congres van de Internationale Democratische Vrouwen Federatie. Dit congres werd in Moskou gehouden.

De CPN had geweigerd om partij te kiezen in het conflict en Annie en Heiltje kwamen nu onder druk te staan van vertegenwoordigers van de Communistische Partij van de Sovjet Unie (CPSU). Heiltje: “We hadden afgesproken dat we tijdens ons verblijf nergens op in zouden gaan. We wilden dus ook niet op de pogingen reageren om ons de kant van de Sovjet Unie op te trekken. Ze probeerden van alles, ook om ons tegen elkaar uit te spelen. Maar wij bleven vasthouden aan ons standpunt. De druk werd steeds groter en het was een hele vervelende sfeer. Ook als we de straat opgingen werden we gevolgd. ‘Er zitten weer een paar veiligheidsspelden achter ons,’ zei Annie dan. Daar hebben we nog wel om gelachen. Maar het was toch een hele nare ervaring. Na afloop hebben we alles aan het Partij Bestuur in Amsterdam gerapporteerd. Onze kameraden vonden dat we ons heel goed hadden opgesteld.”

De CPN hield aan de onafhankelijke lijn vast, hoewel niet alle partijkaders hier volledig achter stonden. Zo koos Friedl Baruch al in 1960 de kant van de Sovjet-Unie, en dat leidde tot conflicten met Paul de Groot en anderen. Na het Vrouwen Congres had hij weer een ontmoeting met Sovjetvertegenwoordigers, die ontkenden dat er druk was uitgeoefend, en ook tegenspraken dat de Chinese vrouwen op het congres waren uitgescholden.

een andere plaats terugkwamen, moest je je helemaal uitkleden. Zo bang waren ze dat we propagandamateriaal naar binnen zouden slepen. Het was vaak ook een gevecht om een paspoort te krijgen. Dan moest je handig zijn om toch zo’n document te pakken te krijgen.”
Na 1956 ging de CPN een steeds onafhankelijker koers varen. De problemen rond de Sovjetinval in Hongarije en de aanvallen op de gebouwen van de CPN in een aantal plaatsen in Nederland gaven al aan dat het voor de partij belangrijk was om vooral op de Nederlandse situatie te concentreren.
Heiltje: “Die aanvallen waren vooral het resultaat van een ophitsingscampagne, die natuurlijk werd geholpen door het feit dat we in eerste instantie de inval in Hongarije verdedigden. Dat is snel teruggedraaid, maar toen was de ellende al aan de gang. Hier in Rotterdam hadden we een Pegasuswinkel. Deze winkel

CPN-raadslid Heiltje de Vos spreekt in Rotterdam de betogers tegen de Neutronenbom toe (1978)
CPN-raadslid Heiltje de Vos spreekt in Rotterdam
de betogers tegen de Neutronenbom toe (1978)


november 2005
De Anti Fascist
9

 

Na een lang gevecht werd Baruch in 1965 geroyeerd. Ondanks het feit dat Moskou nog lang druk bleef uitoefenen had dit weinig effect. Annie Averink behield haar contacten met de Chinese partij, en met de Indonesische kameraden. Veel van de Indonesische vrienden van Annie werden in 1965 vermoord toen Suharto de macht greep en er een miljoen communisten en sympathisanten werden uitgemoord door het leger en de politie.

Na die tijd kwamen er ook veranderingen in de CPN. In de jaren 70 kwamen er veel studenten en feministen de partij binnen. Heiltje: “We voerden strijd voor abortus via de ‘Baas in eigen Buik’ campagne en deden ook veel andere dingen. Maar voor de meer radicale feministen was dat niet genoeg. Zij konden verschrikkelijk overdrijven en dat leidde tot mannenhaat. Zowel Annie als ik wezen dat af. Maar het werd een steeds groter probleem zowel in de partij als ook in de NVB. Toch had vooral Annie de gelijkheid van de vrouw overal in de partij ingebracht en er was veel vooruitgang geboekt. De radicale feministen zagen dat niet, maar wij hebben op onze eigen manier veel werk verzet. Annie was een eerlijk iemand. Vaak zei ze niet veel, ondanks dat ze een heel goed spreekster was. Maar als ze iets naar voren bracht werd er ook naar geluisterd. Ik vond haar een kei van een vrouw. We hadden toen veel van dit soort vrouwen in de NVB allemaal voortgekomen uit het verzet of overlevenden van Ravensbrück. Dat maakte toch een enorm verschil in ervaring met de jonge generatie. De radicale feministen ontkenden de strijd die we hadden gevoerd. Ze gingen zelfs zover dat ze de rol van de CPN in de Februaristaking ontkenden. Bij mij komt dan altijd de vraag op; Waar zijn ze nu? Wij hebben tenminste met alle vrouwen in de Rotterdamse gemeenteraad in 1978 een nota uitgebracht met de titel ‘Vrouwen Bestaan’. De nota ging over het bereiken van de gelijkheid van vrouwen op vele terreinen. Delen van deze nota zijn vandaag nog in gebruik.”

Maar door de conflicten werd het functioneren moeilijker. Heiltje: “De vraag die steeds terug kwam was: Wat is nou precies vrouwenstrijd? Kijk bijvoorbeeld

eens naar de grote havenstakingen in Rotterdam in de jaren 70. Wij organiseerden toen de vrouwen en de solidariteit. In 1979 is er zelfs meer dan 1 miljoen gulden opgehaald voor de stakers en hun families. Annie zag dit als vrouwenstrijd. Maar de radicale feministen hadden daar een hele andere mening over. Zij gingen steeds meer domineren in de partij. Uiteindelijk kon ik er niet meer tegen en heb op 25 februari 1982 mijn lidmaatschap opgezegd. Die datum was voor mij symbolisch. Ik had gewoon het gevoel dat het mijn partij niet meer was. De arbeiders waren er voor het grootste deel uit, en verkeerde mensen kregen de partij in handen. Ik ben toen ook uit de Rotterdamse gemeenteraad gegaan. Annie is wel gebleven en was, ondanks gezondheidsproblemen, tot het laatste toe actief. Wat ik in Annie bewonderde was dat ze altijd zichzelf is gebleven. Ze heeft steeds vastgehouden aan haar eigen principes en liep niet zomaar ergens achteraan. Wat ze deed, deed ze uit overtuiging. Dat was typisch Annie.”

Door sommige oud-CPN’ers wordt wel eens gezegd dat de radicale feministen uiteindelijk de partij kapot hebben gemaakt. Als we deze vraag aan Heiltje de Vos voorleggen hoeft ze niet lang na te denken. “Dat klopt. Het is inderdaad zo gegaan. Jammer genoeg!” Na haar CPN-tijd heeft Heiltje de strijd niet opgegeven. Ze heeft nog steeds contacten met de Rotterdamse antiracisme organisatie RADAR waar ze medeoprichtster van is. Ook is ze nog steeds actief in het 4/5 mei Comité in de Rotterdamse wijk Vreewijk. “We zijn in 1984 begonnen, en dus al meer dan 20 jaar bezig. Ik doe ook nog andere dingen in de buurt. Ik ben altijd een oprichtster geweest. Dat kan ik niet laten. Ook nu nog niet.”

Hoe het verder ging

Het vele werk dat Annie Averink na de oorlog voor de CPN heeft verzet kan niet in een paar zinnen worden samengevat. Ze bleef de banden met China aanhalen, onder meer door een reis naar het land van Mao in 1949, een jaar nadat haar dochter Anita was geboren. Annie had veel bewondering voor de vorderingen die door

de Chinese partij werden gemaakt. Pas in januari 1950 kwam ze terug naar Nederland nadat ze het werk in Peking aan Joop Wolff had overgedragen. Wolff was één van de mensen die door Annie in de partij naar voren waren gehaald. In dit lijstje vinden we onder meer ook Marcus Bakker en Harry Verheij. Samen met Paul de Groot bezocht Annie de begrafenis van Stalin in maart 1953. In de jaren die volgden verloor ze meer en meer het vertrouwen in de Sovjet-Unie. Een gevoel dat ze met Paul de Groot deelde. Hij was tot de conclusie gekomen dat de conflicten, vooral het conflict over de rol van China, alleen konden worden opgelost in de geest van Lenin.

Annie Averink vertegenwoordigde de CPN ook in het parlement. Van 9 april 1957 tot 30 januari 1966 was ze lid van de Eerste Kamer. Van 8 februari 1966 tot 22 februari 1967 maakte ze deel uit van de CPN-fractie in de Tweede Kamer. Daarna keerde ze tot 14 maart 1969 terug naar de Eerste Kamer, een positie die ze moest opgeven in verband met haar verslechterende gezondheid. Alle belangrijke perioden in de CPN maakte Annie mee; het aftreden van Paul de Groot in 1977, de discussie over het Eurocommunisme en uiteindelijk het opgaan van de CPN in GroenLinks. Altijd is ze de partij trouw gebleven, tot het laatste moment aan toe. De opheffing van haar partij heeft Annie Averink niet meer meegemaakt. Op 1 februari 1991 is ze in Haarlem overleden. Op 15 juni van hetzelfde jaar besloot het CPN-congres in Amersfoort tot opheffing van de partij. Aan een lange bewogen geschiedenis was een einde gekomen.

Bronnen:

Interview Heiltje de Vos, Rotterdam, 3 augustus 2005
Jan Willem Stutje, De man die de weg wees, Amsterdam 2000
De Waarheid Plus 1988 artikel Annie Averink
Beschrijving Archief Annie Averink IISG Amsterdam
Portret Paul de Groot, IISG Ger Harmsen
Hansje Galesloot/Susan Legêne, Partij in het Verzet, Amsterdam 1986


november 2005
De Anti Fascist achterpagina
10