| Terugkeer naar Amersfoort Waar bleef de buit van de overval op het distributiekantoor? |
| Door
Bert Bakkenes
In een eerder artikel over de moord op de Amersfoortse verzetsman Karl Fürgler hebben we de geschiedenis verteld van de mislukte overval van het verzet op het distributiekantoor in Amersfoort op 11 februari 1944. Een geschiedenis die ook vandaag nog actueel is omdat de ware toedracht nooit boven water is gekomen. Na publicatie van het artikel, als onderdeel van het onderzoek naar de Velser Affaire, zijn er veel nieuwe feiten naar voren gekomen die tot een verder onderzoek hebben geleid. Hierdoor kwam er zoveel materiaal beschikbaar dat een vervolg artikel mogelijk bleek. Hoe het allemaal
begon |
Roel
Wolthuis, die de leiding had tijdens de overval als commandant van het district
Utrecht-West van de RVV, heeft de versie van Scheepstra altijd bestreden,
en de feiten die nu aan het licht zijn gekomen onderbouwen zijn standpunt.
Pas in 1968 kwam Wolthuis er achter dat Scheepstra op de dag van de overval
wel in Amersfoort aanwezig was, op zijn onderduikadres in de Anna Paulowmalaan,
en via de PTT ambtenaar Kanis op de hoogte werd gehouden van de voorbereidingen
en de uitvoering van de kraak. Tijdens dat hele proces heeft Scheepstra
bij weten van de RVV geen enkele keer geprobeerd om het plan te wijzigen
of te blokkeren. Integendeel, Kanis hield het contact tussen de groepen
gaande en de LKP leverde 1 of 2 wachtposten.
De overval zou eerst
op 9 februari plaatsvinden, maar dit kon niet doorgaan omdat een contact
binnen het kantoor niet op tijd bereikt kon worden. Hij moest de pennen
uit de ramen halen wat de actie makkelijker zou maken. |
Dan zouden de overvallers in actie komen. Het signaal werd inderdaad gegeven en de groep drong naar binnen. Achter het gebouw stond een PTT-bakfiets klaar om de bonnen te transporteren. Roel Wolthuis had een PTT-uniform aan en zou de bonnen naar hun bestemming brengen, een Montessorischool aan de Utrechtseweg. De ambtenaren die nog binnen waren, plus een stoker en een werkster werden overmeesterd. De enige aanwezig politieman werd door Karl Fürgler ontwapend en onder schot gehouden in de buurt van de voordeur. Alarm |
| februari 2005 |
8
|
|
Door deze overmacht aan vuurkracht werd Karl Fürgler overrompeld. Omdat hij vooraan in het gebouw was kreeg hij als eerste met de aanvallers te maken. Hij vuurde terug, vastbesloten om de overhaaste aftocht van zijn kameraden te dekken. Hierbij werd hij in het been en de lies geraakt door politiekogels. Intussen zat er voor de RVV-ploeg niets anders op dan zo snel mogelijk te ontsnappen. Door de voordeur was dit niet mogelijk omdat tientallen politiekogels zich in de muren van het gebouw boorden. Ontsnappen was alleen mogelijk door een achterraam dat in een steeg uitkwam. Terwijl Fürgler de Amersfoortse politie op een afstand hield verlieten Roel Wolthuis en zijn mannen het gebouw via het raam. De RVV-mannen gingen iedere hun eigen weg. Dit was een gebruikelijke tactiek, omdat bij elkaar blijven te opvallend en dus gevaarlijk was. Wolthuis ging naar zijn onderduikadres net buiten de stadsrand. Van de anderen kwamen Henk Bovee, H. Overeem en Henk van der Hoef goed weg. Gerrit Kersten raakte gewond, maar bereikte wel een veilige schuilplaats waar hij verpleging kreeg. Hij is wel voor de rest van zijn leven |
gehandicapt gebleven. Gijs Hofland zette het op een lopen en getuigen hebben hem door de Utrechtsestraat zien rennen met een schietende politieman, waarschijnlijk van Breughem, achter hem aan. In de Hellestraat werd hij getroffen en ingerekend. Hofland werd eerst naar het ziekenhuis gebracht en later naar de gevangenis aan de Weteringschans in Amsterdam. Een poging om hem te bevrijden mislukte, en in een Duits concentratiekamp is hij tegen het einde van de oorlog overleden. Waarschijnlijk is hij in een massagraf begraven. Fürgler ontkomt |
er een gewonde man in zijn pension was aangekomen die Duits sprak. Er was toen al meer dan een uur verstreken sinds het einde van de overval maar de politie was nog steeds in rep en roer. Er werden een paar agenten naar de Scherbierstraat gestuurd om te kijken wat er daar precies aan de hand was. Hafkamp |
| februari 2005 |
9
|
|
overvallen uitvoerde.
De andere politiemannen hebben daarbij ook nog verklaard dat er tussen
de agenten onderling over werd gesproken dat de man alleen van de overval
afkomstig kon zijn en zich dus waarschijnlijk tot het uiterste zou verdedigen.
|
gevuurd hebben. Hafkamp heeft altijd beweerd dat hij uit zelfverdediging heeft geschoten nadat hij hoorde hoe de slee van Fürglers pistool werd doorgetrokken. Maar er was nog een ander persoon op de eerste verdieping die kon horen wat er op de vliering, die een verdieping hoger lag, gebeurde. Deze persoon was de GGD-arts Dekker. Hij verklaarde later dat ook hij de klik van het pistool had gehoord, maar dat er daarna nog 30 minuten voorbij zijn gegaan voordat Hafkamp schoot. Met zelfverdediging heeft dit dus niet veel meer te maken. Ook van de waarschuwingsschoten waarover Hafkamp in sommige verklaringen spreekt is door de andere aanwezigen niets vernomen.
Nasleep |
sectie werd verricht
en enkele röntgenfotos werden genomen. Volgens Dr. Dekker had
Fürgler vier schotwonden waarvan de wond in de borstkas dodelijk
was. De dokter verklaarde dat Fürgler al in een ernstige toestand
was toen Hafkamp het dodelijk schot loste, maar de actie van Hafkamp versnelde
de dood. Dekker betwijfelde dat de verzetsman zich nog had kunnen verdedigen,
want hij had veel bloed verloren. Op de zolder werd een emmer vol bloed
aangetroffen. Toen mevr Alblas weer in het eethuis terugkwam zag ze de
politiemannen bezig met het lijk. Ze vroeg hen wat ze in haar huis deden.
Dat zul jij niet weten, kreeg ze toegebeten. De agenten hadden
zich ook tegen de dochter van Alblas, Elizabeth, niet al te hoffelijk
gedragen. |
| februari 2005 |
10
|
|
optreden tijdens het incident. Volgens een foute politieman, de NSB-wachtmeester van der Tol, gebeurde dit in het openbaar in het bijzijn van een hoge SD-functionaris uit Amsterdam en de NSB-burgemeester van Amersfoort Harloff. Er kwam ook een eervolle vermelding in het politieblad. Na de bevrijding Onder aanvoering van het adviserend lid Dhr. Dragt, hoofd van de Politieke Recherche Afdeling (PRA) besluit de commissie dat Hafkamp had kunnen weten dat het bij de overval om een verzetsactie ging en dat dus de man in pension Alblas een verzetsman moest zijn. Hij had niet naar de Scherbierstraat moeten gaan, te meer hij hier geen opdracht toe had, en dus op eigen initiatief handelde. Zelfs als hij daar naar toe was gegaan om te kijken hoe het met |
de andere agenten stond, had hij het hele onderzoek kunnen stoppen toen
hij had gezien dat zijn mannen niet in de problemen zaten. Na een vluchtig
onderzoek had hij de aftocht kunnen blazen, Fürgler met rust latend.
Het feit dat hij dit niet had gedaan werd als voldoende voor ontslag met
behoud van rechten gezien. Volgens commissielid van Dragt had Hafkamp niets
anders gedaan dan de man gewoon afmaken.
Gerrit Kleinveld kreeg opdracht om Hafkamp op te pakken. In november 1945 gaat er een arrestatieteam naar zijn huis. Maar de vogel is gevlogen. Het blijkt dat Hafkamp naar Borneo is vertrokken om als vrijwilliger dienst te doen. Voor Gerrit Kleinveld was dit het einde van de zaak op dat moment. Hij leverde het dossier in en ging zich met andere zaken bezig houden. Kleinveld heeft altijd gedacht dat Hafkamp is gewaarschuwd dat hij zou worden gearresteerd. Hij vermoedt dat de chef van Hafkamp, Goorhuis, dit heeft gedaan. Goorhuis zat in de commissie en was op de hoogte. Achter de schermen werd daarna het nodige in het werk gesteld om Hafkamp van alle blaam te zuiveren. Terwijl hij in Borneo zit krijgt hij verschillende brieven van de Nederlandse autoriteiten inclusief een aantal vragen over zijn oorlogsverleden bij de Amersfoortse politie. Hij beantwoordt de vragen en krijgt uiteindelijk een brief waarin hij gezuiverd wordt verklaard. Dit gaat totaal in tegen de bevindingen van de Commissie Zuivering Politie, en is moeilijk te begrijpen. In ieder geval kan Hafkamp met een gerust hart naar Nederland terugkeren in september 1949 en tot juli 1950 deed hij weer dienst bij de Amersfoortse politie. Een van de voormalige overvallers, Gerrit Kersten, zag hem tijdens een optocht ter herdenking van de bevrijding. Hij had een sjerp om. Iemand uit het publiek riep Moordenaar! |
Daarna
heb ik hem nooit meer gezien. Hafkamp solliciteerde naar een positie
bij de politie in Baarn. Maar daar wilde men hem niet hebben omdat het te
dicht bij Amersfoort was en de zaak Fürgler nog steeds scherp in het
geheugen gegrift stond. Uiteindelijk ging hij naar Gorkum, waar hij later
korpschef werd. Later kwam Kleinveld achter de reden voor de zuivering van
Hafkamp. Toen hij het dossier opnieuw in handen kreeg waren hieruit de meest
belastende stukken verdwenen waaronder het arrestatiebevel, en de verklaring
van Mevr Alblas.
Bob Scheepstra |
| februari 2005 |
11
|
|
hem steeds op de hoogte van de voorbereidingen en de uitvoering. Scheepstra heeft steeds geprobeerd om de LO/LKP van de overval te distantiëren. De kans is groot dat dit te maken had met de wel erg vreemde relatie die er bestond tussen de LO/LKP en de Amersfoortse politie waarvan de korpschef, van Breughem, in direct contact stond met de SD en Grüne Polizei. De Amersfoortse
politie |
aanhangers van de zogenaamde Nieuwe Orde en de politiecommandant van Breughem was een overtuigd nationaal-socialist die nooit zou hebben toegestaan dat zijn korps op grootschalige wijze het verzet steunde. De Amersfoortse historicus Joop Bloemhof zegt in zijn boek Amersfoort 40-45 deel 1 dat in 1943 het Amersfoortse politiekorps werd uitgebreid met NSB- leden van de Hulp Politie en een groep zogenaamde Schalkhaarders. Het korps was, op een enkele agent na, een willig werktuig in handen van de bezetter. Volgens Bloemhof is de zuivering na de oorlog nergens zo teleurstellend verlopen als bij de politie. Hafkamp zelf bracht twee maanden in Schalkhaar door op de nationaal-socialistische politieopleiding, waar de Hitlergroet verplicht was. Ook over deze zaak hebben de verschillende zuiveringsinstanties zich gebogen. Hafkamp heeft zelf altijd verklaard dat hij tot de detachering gedwongen was, omdat weigering als sabotage zou worden gezien. Dit zou hem en zijn familie in gevaar hebben kunnen brengen. Voor het brengen van de Hitlergroet gebruikte hij hetzelfde excuus. Zijn verklaring werd geloofd. In zijn verklaringen heeft Hafkamp ook steeds herhaald dat de politie niet op de hoogte was van de overval, terwijl dit normaal gesproken wel het geval was geweest. Daarom moest hij wel concluderen dat het om een actie van zwarthandelaars ging. Maar uit andere verklaringen blijkt dat er wel contact was opgenomen. Volgens één van de overvallers zou Kanis contact opnemen met inspecteur Overbeek. Dit contact is er ook geweest, maar niet door Kanis. Na de |
oorlog heeft Overbeek, die vaker contact met het verzet had, verklaard dat hij op de hoogte werd gesteld door de bekende verzetsman Cees van Swol. Hem werd gevraagd hulp te geven. Overbeek: Ik heb toen gezegd dat ik niets kon garanderen. Maar ik heb wel rustige agenten op de wachtposten gezet. Toen ik hoorde dat het misgelopen was heb ik van Swol hier van op de hoogte gesteld. Nog even terug naar
februari 1944 |
| februari 2005 |
12
|
|
operatie zijn opgezet. De bevindingen van de koerierster waren voor Wolthuis en zijn vrienden voldoende om aan te nemen dat de hele overval verraden was. Immers als het plan zonder tussenkomst was uitgevoerd zouden de overvallers bij de school recht in de armen van de Duitsers zijn gelopen. Wolthuis gaat er nog steeds vanuit dat de Duitsers alleen vanuit LKP-kringen rond Scheepstra kunnen zijn getipt. Dat zou ook verklaren waarom Scheepstra alle mogelijke moeite heeft gedaan om Hafkamp te verdedigen en de LO/LKP van de overval te distantiëren. De sporen van verraad moesten worden uitgewist.
De PTT-ambtenaar J. Kanis, die een niet onbelangrijke rol in de zaak heeft gespeeld, deelt de kritiek van de RVV-leden met betrekking tot de Amersfoortse politie. Kanis was een van de wachtposten tijdens de overval, en hij vindt dat de politie zich te veel in dienst heeft gesteld van de bezetter. |
De drie overvallers
die werden neergeschoten werden getroffen door Nederlandse politie-kogels.
Moesten die agenten raak schieten? Op bevel van de Amersfoortse korpscommandant
van Breughem schreef agent Jorrisma kort na de overval een stuk voor het
politieblad, waarin hij de overvallers zwarthandelaren en misdadigers
noemde. Na de oorlog kreeg hij ontslag en Hafkamp (die toch iemand had
doodgeschoten) kreeg promotie. Zelf werd ik (voor een andere zaak)
opgepakt door de Nederlandse politie. Ik werd door de Nederlandse politie,
samen met de SD verhoord en het was de Nederlandse politie die mij naar
Kamp Vught bracht. Hij kwam uiteindelijk in Dachau terecht, maar
overleefde de oorlog. Wolthuis: Het optreden van Hafkamp is op geen
enkele wijze goed te praten. Hij had een heel andere houding kunnen aannemen.
Bij de bevrijding reed Hafkamp voorop in de stoet op zijn paard. De weduwe
van Fürgler stond op de stoep te kijken, maar Hafkamp draaide zijn
hoofd af. Hij heeft nooit een woord van deelneming laten horen. Herdenking 1968 |
leek de zaak definitief in de doofpot te verdwijnen. Jarenlang bleef het stil, tot 1968. Op een bijeenkomst van de ex-politieke gevangenen organisatie EXPOGE kwamen verschillende oud-verzetsleden met het idee om een herdenking voor Karl Fürgler en Gijs Hofland te organiseren in de Scherbierstraat. De aanleiding was een plan van de gemeente om de kleine oude huisjes, waaronder ook het voormalig pension Alblas op nr. 3, te slopen. Het zou de laatste mogelijkheid zijn om een herdenking te houden op de plek waar Karl Fürgler was vermoord. Het plan bereikte een journalist van de Haagse Post, Eelke de Jong. Hij vroeg Roel Wolthuis om een interview en Wolthuis stemde in. Ik had hem gevraagd om pas te publiceren na de herdenking. Maar hij bracht het stuk eerder uit met een commentaar van Hafkamp waarin hij mij een communist noemde en herhaalde dat hij indertijd dacht dat het om een overval door zwarthandelaars ging. Berouw was er van de zijde van Hafkamp in ieder geval niet bij. Hij benadrukte in het artikel dat Fürgler toch al op sterven lag, en herhaalde de leugen dat hij waarschuwingsschoten had afgevuurd. Het artikel viel slecht bij Wolthuis en de andere RVV-leden. Op zaterdagmiddag 10 februari 1968 ging de groep naar de Scherbierstraat waar, onder grote publieke belangstelling, een krans werd opgehangen voor de gevallen overvallers. Daarna spijkerde Roel Wolthuis een bordje aan de deurpost met de volgende tekst: Op deze plaats werd op 11 februari 1944 vermoord, de illegale werker |
| februari 2005 |
13
|
|
Karl Fürgler. Als medestrijder aan een overval op het voormalig distributiekantoor wist hij, hoewel gewond, hierheen te vluchten, waarna de Nederlandse politie-officier Hafkamp hem opspoorde en als een hond afmaakte. Deze tekst wekte de woede van Hafkamp op en hij klaagde Roel Wolthuis aan voor smaad. Op zich stond er niets in de tekst wat al niet eerder was gezegd, want ook de Commissie Zuivering Politie had kort na de oorlog al van het adviserend lid, Dhr. Dragt, gehoord dat de actie van Hafkamp niets meer was dan het afmaken van de man. Maar de aanklacht werd doorgezet en de zaak werd door Wolthuis verloren omdat Hafkamp al eerder gezuiverd was. Toch leverde het onderzoek, dat aan de uitspraak vooraf ging, weer een aantal feiten op die hebben bijgedragen aan het vormen van een completer beeld van de gebeurtenissen in Amersfoort op 11 februari 1944. Opnieuw viel op dat tijdens |
dit nieuwe onderzoek Bob Scheepstra alles in het werk stelde om Hafkamp te steunen en te ontlasten. De hele geschiedenis maakt twee dingen duidelijk; de RVV-groep die de overval op het distributiekantoor uitvoerde is tweemaal het slachtoffer geworden van verraad. Ten eerste het verraad van de actie zelf, waarbij de vreemde band tussen de Amersfoortse politie en de LO/LKP zeker een rol zal hebben gespeeld De ware achtergronden en motieven voor dit verraad liggen opgeborgen in de archieven van de Nederlandse staat en de kans is erg klein dat deze stukken nog ooit het daglicht zullen aanschouwen. Het tweede verraad was het feit dat Roel Wolthuis en de andere RVV-leden moesten aanzien dat de moordenaar van hun verzetskameraad Karl Fürgler opnieuw in politie-uniform kon verschijnen en zelfs carrière mocht maken. De woede en pijn die dat heeft veroorzaakt is nooit meer goed te maken. |
Daarom dragen we dit artikel op aan Karl Fürgler en Gijs Hofland, twee verzetshelden, die we op deze manier een stukje extra erkenning willen geven die ze rijkelijk hebben verdiend. Karl Fürgler liet een weduwe en een zoon achter. Hij ligt begraven op de Algemene Begraafplaats de Rusthof in Amersfoort te midden van andere verzetshelden.
Bronnen: |
| februari 2005 |
14
|