Advocaten in lijfeigenschap
bij het Joegoslavië tribunaal

Door Nico Steijnen, advocaat

Milosevic is momenteel bezig om voor het Joegoslavië tribunaal zijn tegenbewijs te presenteren. Dit nadat jarenlang de aanklager aan het woord was geweest om bewijsmateriaal tegen hem in te brengen. Milosevic heeft, om zijn kant van het verhaal uit de doeken te doen en zelf getuigen naar voren te brengen, precies 150 werkdagen toegemeten gekregen. En elke dag dat het proces stil zal liggen omdat hij ziek is, gaat daar nog van af.

Alleen al dit absurde gebrek aan evenwicht tussen de tijd die de aanklager in de schoot geworpen kreeg om zijn klachten tegen Milosevic te onderbouwen en de tijd die Milosevic wordt gegund om tegen-getuigen te horen, bewijst hoe brutaal het Joegoslavië tribunaal inmiddels zijn ware gezicht durft te tonen.

Scheveningen
De gevangenis van Scheveningen: ‘40-’45 zaten hier de vrouwen van de Nederlandse ‘partizanen’

In een klimaat waarin, als het gaat om de zogenaamde strijd tegen het terrorisme, in toenemende mate regelrechte liquidatiepraktijken, doodseskaders, martelingen en levenslange opsluiting zonder vorm van proces openlijk als toelaatbare methodes worden gepropageerd en ook daadwerkelijk in praktijk worden gebracht, verliest ook een door de NAVO gecontroleerde institutie als het Joegoslavië tribunaal steeds meer het geduld om zelfs maar de schijn op te houden de fundamentele rechtsnormen in acht te nemen.

De laatste loten aan de stam van de fundamentele mensenrechten die het zogenaamde tribunaal aldus gekapt heeft, als was het dood hout, zijn het recht van Milosevic om zichzelf te verdedigen, alsmede het recht op een gelijkwaardige behandeling. Dit laatste betreft dan het afschaffen van gelijkwaardigheid inzake het verlenen van faciliteiten, tussen de aanklager en Milosevic als verdachte, ook wel aangeduid als het recht op ‘equality of arms’.

Het eerstgenoemde recht, het recht om zelf zijn eigen verdediging te voeren, is een grondrecht dat in alle importante mensenrechtenverdragen is terug te vinden en ook uitdrukkelijk is opgenomen in het Statuut van het Joegoslavië tribunaal zelf.

Dit fundamentele mensenrecht, het recht om zichzelf te verdedigen, was Milosevic aanvankelijk volledig ontnomen, zogenaamd omdat hij te ziek en te zwak zou zijn om dat recht nog langer uit te oefenen. Maar voor iedere onbevangen waarnemer was het van meet af aan glashelder dat de pogingen van het tribunaal om Milosevic te beroven van zijn recht om zijn eigen verdediging te voeren niets met diens gezondheidstoestand te maken hadden.

Waar het tribunaal voor vreesde waren de onthullingen waarmee Milosevic en de

door hem opgeroepen getuigen zouden komen over de rol van de westerse wereld bij de ontmanteling van de Joegoslavische federatie, de bewijzen die door hem gepresenteerd zouden worden omtrent de systematische westerse leugen-campagne met betrekking tot het zogenaamde streven naar een Groot-Servië en de misdaden van de NAVO, begaan in de agressie-oorlog tegen Joegoslavië en Servië, die door hem voor het voetlicht zouden worden gebracht.

Want de ongelooflijke leugens waarmee de oorlog tegen Irak werd gerechtvaardigd, vormden geen op zichzelf staand incident. Maar vonden een onmiskenbare voorganger in de westerse leugens over de gewelddadige afbraak van Joegoslavië, met als sluitstuk de NAVO-agressieoorlog tegen wat toen al teruggebracht was tot klein-Joegolavië.

Zoals de herkolonisatie van Irak bewust op de agenda werd gezet om de dominante westerse positie in het voor de olievoorziening cruciale Midden-Oosten voor de komende decennia veilig te stellen, zo vormde ook de liquidatie van de voormalige Joegoslavische federatie een belangrijk onderdeel van de westerse geopolitieke aspiraties.
Het voormalige Joegoslavië moest uit elkaar gespeeld worden en verbrokkeld worden tot een serie door het westen bezette of van het westen afhankelijk gemaakte cliënt-staten.
En de schuld daarvoor moest bij Milosevic gelegd worden.

Ook die afbraak van Joegoslavië vormde een doelbewuste strategie. Tot heil van westerse controle over belangrijke aanvoerroutes en knooppunten inzake olie- en gasvoorraden uit zowel het Kaspische zee-bekken als uit het Midden-Oosten. En tot heil van een steeds verder terugdringen van de Russische invloedssfeer, een proces dat in hoog tempo doorgaat. Nog maar kort geleden was Georgië aan de beurt en

zeer onlangs hebben we de pro-westerse ‘revolutie’ in de Oekraïne zich zien voltrekken.

Het verschil tussen enerzijds de oorlog tegen Irak gekoppeld aan de daarop volgende bezetting van dat land en anderzijds de westerse agressie tegen Joegoslavië is dat, wat dit westerse optreden tegen Irak betreft, de daarover geventileerde leugens zichzelf hebben achterhaald. Terwijl de uitstekend geregisseerde leugen-campagnes die door het Westen over Joegoslavië werden gevoerd voor een breed publiek nog steeds stand houden.
Het Joegoslavië tribunaal speelt hier een belangrijke rol in.
Om te voorkomen dat Milosevic wat dit betreft te veel roet in het eten zou kunnen gooien, vond het tribunaal het de hoogste tijd worden om Milosevic van zijn handelingsbevoegdheid te ontdoen. Dit door hem diens recht om zijn eigen verdediging te voeren te ontnemen.
Juist op het moment dat hij, na al die jaren dat de aanklager aan het woord was geweest, zijn eigen verdediging zou mogen gaan brengen. En hij dus een belangrijk aandeel in de regie van het proces zou kunnen gaan opeisen.

De botheid waarmee het zogenaamde tribunaal Milosevic weer achter de coulissen meende te kunnen manoeuvreren, precies op het moment waarop hij op het punt stond om, gebruikmakend van het onvervreemdbare recht om zijn eigen verdediging te voeren, daaruit naar voren te treden, riep een wereldwijde golf van afkeuring op. Met als gevolg een totale staking van de door Milosevic beoogde getuigen om voor het tribunaal te verschijnen. Zolang diens recht om zichzelf te verdedigen hem ontnomen zou blijven.

En zo kwam het proces, bij gebrek aan getuigen die kwamen opdagen, tot een absolute stilstand. Het tribunaal zag zich daarop gedwongen om Milosevic in zijn


februari 2005
5

 

fundamentele recht om zichzelf te verdedigen te herstellen.
Natuurlijk was dit een grote overwinning voor Milosevic. En een verder gezichtsverlies voor het zogenaamde tribunaal.

Maar hoewel Milosevic zodoende de regie over zijn verdediging weer terugveroverd heeft, blijft een nieuwe aanval op een ongestoorde uitoefening van dit recht dreigend in de lucht hangen.

Een cruciale rol wordt hierbij gespeeld door de persoon die het Joegoslavië tribunaal Milosevic als advocaat had willen opdringen, namelijk mr. Kay. Deze Kay was hem al vanaf het begin van het proces toegewezen als ‘amicus curiae’, een soort pseudo-verdediger. Als zodanig had Kay nooit veel te vertellen gehad, maar nu, door het tribunaal als gedwongen advocaat aan Milosevic toegevoegd, rook hij zijn kans.

Als loopjongen van het tribunaal deed hij zijn uiterste best om zijn tribunaal-meesters terwille te zijn en de vaart erin te houden. Maar zijn pogingen mochten niet baten, want noch Milosevic noch 99% van de getuigen die Milosevic op het oog had wilden ook maar enig contact met hem.
Kay kon dus geen kant op.

Vervolgens voltrok zich een klucht waarmee zowel Kay als het tribunaal zich de gelegenheid verschaften tot herpositionering.
Kay ging, bij wijze van potsierlijke vertoning, tegen zijn eigen benoeming als advocaat van Milosevic in beroep. Omdat er zo voor hem niet te werken viel en omdat hij, door tegen de zin van Milosevic als zijn opgedrongen advocaat te fungeren, de integriteit van de advocatenstand zou ondermijnen.

Die manoeuvre, duidelijk vooropgezet in overleg met Kay´s broodheren bij het tribunaal, bood enerzijds het tribunaal de gelegenheid om in hoger beroep te bepalen dat Milosevic in principe weer zelf zijn eigen verdediging ter hand zou

zich in een pseudo-procedure en onderwerpt zijn al of niet aanblijven als opgedrongen advocaat aan een zogenaamde beslissing van het tribunaal. Dat besluit vervolgens dat hij niet weg mag en ‘stand by’ moet blijven.
Hetgeen Kay dan op zijn beurt weer de gelegenheid biedt om zijn handen ten hemel te heffen en uit te roepen: ‘Zie, ik kan niet anders, het tribunaal dwingt mij om aan te blijven!’

Het zal duidelijk zijn dat Milosevic van deze wanvertoning niet gediend is.
Ik heb dan ook, namens hem, inmiddels een klacht tegen Kay ingediend bij het tuchtcollege van de Nederlandse Orde van Advocaten.
Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat Kay, als Brits advocaat en als Brits onderdaan, onderworpen zou kunnen zijn aan het tuchtrecht dat geldt voor Nederlandse advocaten. Maar als praktiserend advocaat op Nederlandse bodem is dit nu eenmaal, in Europees verband, zo geregeld.

De eis is dat tuchtmaatregelen tegen Kay worden getroffen.
Kay heeft, door het recht van Milosevic te usurperen om zijn eigen verdediging te voeren, inbreuk gemaakt op het onvervreemdbare recht van Milosevic om zichzelf te verdedigen.
En blijft zich inmiddels gereed houden om opnieuw tot een dergelijke schending over te gaan.
Dat komt neer op schending van Milosevic’ mensenrechten.
Kay schendt daarmee bovendien het eerste gebod voor iedere advocaat, namelijk om niet als advocaat op te treden tegen de zin van enige cliënt. Alsmede het tweede gebod dat evenzeer voor iedere advocaat geldt, en wel om niet een zaak op zich te nemen waarmee hij of zij zich niet naar eer en geweten kan verenigen.
Alles bij elkaar reden genoeg voor het tuchtcollege van de Orde van advocaten om Kay een verbod op te leggen om nog langer op Nederlands grondgebied zijn beroep uit te oefenen.

Kay voert een komisch nummer op waar hij zegt: ‘Ik kan niet anders, want het Joegoslavië tribunaal beveelt mij nu eenmaal om aan te blijven’. Dat het Joegoslavië tribunaal Kay een dergelijk bevel heeft gegeven is waar. Maar natuurlijk is zo´n bevel geen cent waard.

Allereerst is het allemaal handjeklap tussen Kay en het Joegoslavië tribunaal onderling. Waarom dat zo zeker is? Omdat Kay zelfs niet de moeite neemt om tegen het verbod om zijn biezen te pakken in beroep te gaan. En als Kay echt zoveel bezwaar zou hebben tegen deze gang van zaken dan was dit, ook binnen de show die hier wordt opgevoerd, toch wel het minste geweest wat hij had kunnen doen.

En vervolgens is het natuurlijk volkomen onaanvaardbaar dat het zogenaamde tribunaal bepaalde advocaten, tegen hun uitdrukkelijke wil, zou kunnen vasthouden en zou kunnen verplichten om op te treden. Dit komt er immers neer op een soort lijfeigenschap.

Intussen leidt de totale fixatie van het zogenaamde tribunaal op een zoveel mogelijk controleren en aan banden leggen van Milosevic tot een degelijke absurde vertoning dat het door het zogenaamde tribunaal als een soort lijfeigenen manipuleren van advocaten als een legitiem handelen wordt voorgesteld.
We zijn hiermee weer teruggeworpen in de Middeleeuwen, de tijd van de meest duistere inquisitie.
De zelfontmaskering als een volstrekt malafide genootschap waarmee het Joegoslavië tribunaal nu al zolang bezig is bereikt hiermee een totaal nieuwe dimensie.

De reacties van het Joegoslavië tribunaal en Kay op de namens Milosevic ingediende klacht waren furieus.
Eerst weigerden zij eenvoudig om aan te nemen dat deze klacht van Milosevic afkomstig was, maar nadat zij zich daarvan hadden vergewist, lieten de betrokken ‘rechters’ hun woede hierover op een zitting openlijk de vrije loop.

mogen nemen. Maar anderzijds werd de zogenaamde ‘ontslagaanvraag’ van Kay door het tribunaal geweigerd. Kay kreeg te horen dat hij, als gedwongen advocaat van Milosevic, achter de hand moest blijven. Om direct weer als diens opgedrongen advocaat naar voren te kunnen treden als Milosevic zich ziek zou melden. Zodat hij dan de zaak weer over zou kunnen nemen.

Natuurlijk wordt hier een theaterstuk opgevoerd, met Kay als acteur in de hoofdrol.
Kay doet het voorkomen alsof hij zich als aangewezen advocaat van Milosevic zou willen terugtrekken. Maar in plaats van het eerste de beste vliegtuig te nemen terug naar huis, naar Engeland, stort hij

NAVO Agressors zullen onze geschiedenis niet schrijven

februari 2005
6

 

Kay kondigde aan mij met alle beschikbare middelen te zullen bevechten. Inmiddels heeft hij tegen mij persoonlijk een klacht ingediend omdat ik hem beledigd zou hebben.

Het Joegoslavië tribunaal heeft inmiddels de Minister van Buitenlandse Zaken voor zijn kar gespannen en hem ertoe gebracht om schriftelijk te interveniëren bij de Nederlandse Orde van Advocaten. Dit met de eis om zich van verdere actie tegen Kay te onthouden. En wel omdat aan Kay, als advocaat bij het Joegoslavië tribunaal, immuniteit met betrekking tot tuchtrechtelijke vervolging zou toekomen.

De Minister van Buitenlandse Zaken heeft zich aldus niet alleen laten misbruiken voor een kwaadwillige interventiepoging van de zijde van het Joegoslavië tribunaal. Maar dit ook nog eens, willens en wetens, met rechtsargumenten die nergens op slaan. Want in de terzake geldende regelgeving wordt voor wat betreft de voor advocaten bij het Joegoslavië tribunaal toepasselijke immuniteit immers uitdrukkelijk een uitzondering gemaakt voor het tuchtrecht.

Niettemin acht de Deken van de Orde van Advocaten het zaak dat deze gezamenlijke poging van het Joegoslavië tribunaal en de Minister van Buitenlandse Zaken om de procedure voor de tuchtrechter te beïnvloeden volop zijn beslag zal kunnen krijgen.

En inmiddels werd aldus ook de behandeling door de tuchtrechter van de klacht van Milosevic tegen Kay steeds opnieuw vertraagd. Al staat aan de andere kant vast dat van uitstel zeker geen afstel zal komen en dat het moment van daadwerkelijke behandeling door de tuchtrechter nadert. Inmiddels is bekend gemaakt dat de deken het vooronderzoek als afgerond beschouwt en de zaak vóór 15 januari 2005 definitief bij de Raad van Discipline zal worden aangebracht.

Intussen zorgt Milosevic voor de ene getuigenis na de andere waarin allerlei topgetuigen de mythe van een samenzwering om tot een Groot-Servië te komen ondubbelzinnig als kwaadaardige laster naar het rijk der fabelen verwijzen. En waarin van de andere kant krachtig bewijs wordt geleverd voor de vooropgezette bedoelingen van de NAVO om Joegoslavië, koste wat het kost, met oorlogsgeweld te lijf te gaan. En waarin tenslotte getuigenis wordt afgelegd van de oorlogsmisdrijven die daarbij opzettelijk werden gepleegd. Zoals de afschuwelijke en systematische bombardementen die door de NAVO op burgerdoelen werden uitgevoerd om Joegoslavië op de knieën te dwingen.

Het persoonsbewijs

Door Celine

Toen de ouderen onder ons en in het bijzonder de oorlogsslachtoffers en mensen uit het toenmalig verzet hoorden dat wij ongeveer 63 jaren na de Duits-fascistische bezetting weer in het bezit moeten zijn van een persoonsbewijs zullen de meeste van hen heel erg geschrokken zijn. Zelf behoor ik ook tot die ouderen die Auschwitz overleefd hebben.
Hieronder een gebeurtenis die lang geleden aan dat persoonsbewijs uit de bezettingstijd vooraf ging.

Vanaf 1926 wordt van de Nederlandse bevolking hun hele levensloop van de wieg tot het graf geregistreerd. Het begon in bovengenoemd jaar toen een kleine ambtenaar in Den Haag, Jacobus Lentz, was zijn naam, “een echte dienstklopper met ellebogen”, zoals Jan Rogier in zijn boek “De geschiedschrijver des Rijks” schrijft, de opdracht kreeg van zijn chef zich te verdiepen in de systematiek van de bevolkingsregisters. Hij ging aan het werk om een volledig waterdichte registratie van het Nederlandse volk te realiseren. Deze registratie bestaat nog steeds, al gaat het tegenwoordig hoofdzakelijk via computers.

Een korte herinnering uit de bezettingstijd

Toen de Duitse bezettingsmacht ons land in 1940 binnenviel, konden zij zonder veel moeite hun politieke vijanden, zoals communisten en sociaal-democraten, zowel van Nederlandse als van Duitse nationaliteit, in hun huizen arresteren. Uiteraard speelde verraad

van Nederlandse kant ook een rol, maar de Duitse bezetter bezat ook de lijsten met namen en adressen van de meeste gearresteerden.
Deze perfecte mensenregistratie heeft gedurende de oorlog afschuwelijke gevolgen gehad, vooral voor joden, zigeuners (Sinti en Roma) en homofielen. Het persoonsbewijs is voor het eerst tijdens de Duitse bezetting ingevoerd, op uitdrukkelijk verzoek van de Duitse politie-autoriteiten. Zoals vermeld was dit mogelijk gemaakt door de voorbereidingen die de “bezeten registrator” Lentz al voor de oorlog mogelijk getroffen had. Jammer voor hem werd het invoeren van een (zoals men dat toen ook al noemde) identiteitsbewijs door het kabinet de Geer afgewezen (bron: de geschiedschrijver des Rijks (Rogier)).
In 1942 werd het persoonsbewijs door de Duitsers officieel ingevoerd. In het persoonsbewijs van de joden werd een J gedrukt, wat voor 78% van de Nederlandse joden en Duits-joodse emigranten fataal is afgelopen. De meeste van hen zijn in Auschwitz en Sobibor vergast. Maar ook de Sinti en Roma, die evenals de joden niet tot het Arische ras behoorden hebben hetzelfde lot ondergaan.
In geen enkel bezettingsland in West-Europa zijn procentueel zoveel joden weggevoerd als in ons land, omdat in andere landen die registratiewet nooit heeft bestaan.


Nu, 60 jaar na de Tweede Wereldoorlog, wordt het Nederlandse volk verplicht weer met een persoonsbewijs (een uitvinding van de nazi’s) op zak te lopen. De Nederlandse overheid is schijnbaar volkomen in paniek geraakt. In geen enkel land in Europa, waar ook godsdienstextremisten kunnen toeslaan, heeft men zo’n pas verplicht gesteld.

STOP DE HETZE!

Stop de Hetze! roept iedereen op om op 27 februari naar het Rythm against Racism Festival in de Melkweg te komen!
Voor meer info zie: www.stopdehetze.nl

samen tegen racisme

februari 2005
achterpagina
7